'Magazijn van het verleden' van paviljoen Welgelegen

10 september 2013
Haarlem

Niet voor niets opende de Commissaris van de Koning Johan Remkes op 10 september de tentoonstelling symbolisch met Gerrits toegangspasje. Je kunt gerust stellen dat Bosch hier met vormgevers én kunstenaars een huzarenstukje heeft afgeleverd. Je komt werkelijk ogen en oren tekort om de rijke historie te bevatten aan de hand van prenten, voorwerpen en films.

Startpunt is de historische tijdsgrafiek. Welgelegen was een buitenplaats neergezet door bankier Henry Hope, die van de eerste verdieping een museum maakte. De in 2009 teruggekeerde lantarenkappen - op het dak te zien als zijhuisjes - zorgden voor fraai indirect licht. En hier raken we de essentie: die kappen konden terugkomen omdat Bosch een oude bouwtekening uit 1813 wist op te duiken. En dat oude document is weer de basis voor een fraai filmpje.

Met nóg vijf op het oog simpele vondsten - zoals een stukje 18de eeuws behang, een glazen engeltje uit de kroonluchter en een kussen met handgesmede nageltjes uit 1806 - wordt filmisch (fraai werk van Marcella Kuiper!) het restauratieverhaal verteld. Ze staan in wat Bosch het altaar noemt. Elk stukje gebouw heeft zijn verhaal. Zo zijn er de wandtapijten van Willem Arondeus, die zo worstelde met die opdracht dat hij dat van zich afschreef. Het originele dagboek ligt in een meubel, maar de nieuwsgierige bezoeker kan 'm digitaal lezen.

Ook te zien zijn de pleidooien in boekvorm van de landsadvocaat en die van Lodewijk Napoleon, de koning die Welgelegen kocht maar het na de Franse tijd niet terugkreeg. Het meest trots is Bosch op de replica van de wereldberoemde schouw van Piranesi, die de Provincie in 2013 aan het Rijksmuseum schonk. Bosch blijft betrokken bij Welgelegen als rondleider. 'Ik neem afscheid van mijn werkgever, maar niet van het gebouw.'