Zaans Peil: politiek en waarheid helaas niet altijd familie van elkaar

24 december 2012
Zaandam

Dit probleem is niet alleen lokaal manifest, maar ook nationaal en zelfs internationaal. Het geldt ook niet alleen voor de politiek maar ook voor het bedrijfsleven, waar steeds duidelijker wordt dat het systeem niet functioneert. Veel problemen zijn ontstaan doordat ons controle systeem, Raden van Commissarissen en Raden van Toezicht en volksvertegenwoordigingen hun taak onvoldoende uitoefenen. Ik wil me echter in het kader van deze rubriek beperken tot de politiek.

Een vergelijking met het verenigingsleven komt dan al gauw aan de oppervlakte. We weten allemaal, vaak zelfs uit ondervinding dat als je op een ledenvergadering van je vereniging je mond open doet, je al snel in het bestuur of in een commissie zit. Dat gebeurt vaak zonder dat de ledenvergadering heeft getoetst of de betrokken persoon inhoudelijk wel de kennis en/of ervaring heeft om een dergelijke taak te volbrengen. Men is vaak zo blij dat men iemand heeft gevonden voor de vacature dat de benoeming eigenlijk in een vloek en een zucht is gebeurd. Veelal wordt iemand benoemd of herbenoemd omdat er geen tegenkandidaten zijn. Gemakzucht van leden of kiezers is dus vaak de oorzaak van dit verschijnsel.

In de politiek kiest men eigenlijk alleen maar voor partijen, die later op hun eigen wijze (ik kan deze woorden ook aan elkaar schrijven) voor de bemanning zorgen. Om vaak geen relevante redenen. Dan kun je dus mensen op verantwoordelijke posities krijgen die niet voldoende inhoudelijke kennis hebben van hun verantwoordelijkheidsgebied. En dan krijg je dus de praktijk dat overheden eigenlijk geen partij zijn voor derden, die wel kennis van zaken hebben, waar ze mee te maken krijgen. En iedereen kan wel internationaal, nationaal of lokaal voorbeelden noemen die hierdoor tot verspilling of onrust hebben geleid.

Ik citeer nu uit de eerder genoemde MT Nieuwsbrief: Daar schreef men onder de kop:"Elke manager zet de juiste persoon op de juiste plek. In de politiek gelden andere regels. De reden achter het Brussels broddelwerk?" het volgende:"Vorige week bereikte men in Brussel eindelijk een deal voor de Grieken. Ik (redactie MT Nieuwsbrief) voorspel: binnen een jaar zit iedereen weer om tafel, omdat de Grieken opnieuw aan de rand van de afgrond staan. Ik (MT Nieuwsbrief), het IIMF en eigenlijk alle andere economen vinden dat wij (de eurolanden) de Grieken een deel van de schuld moeten kwijtschelden. Helaas hebben de politici nog niet de moed om deze beslissing te nemen. Regeringsleiders maken de uiteindelijke deal. Maar dit laatste stukje Brussels broddelwerk is grotendeels het werk van de ministers van Financiën. U weet wel, een beroepsgroep die in eigen huis vaak niet in staat bleek het huishoudboekje op orde te brengen en te houden."

Terwijl ik met de opzet van deze column bezig was keek ik zondag 2 december zoals gebruikelijk naar Buitenhof, waar een bijzonder interessant interview werd uitgezonden met John Gray , een Britse politiek filosoof en schrijver die internationale faam verwierf met bestsellers waarin hij ons geloof in de vooruitgang als illusie ontmaskert. Of het nou gaat om het liberalisme, humanisme of de islam: Gray waarschuwt in zijn boeken steeds voor het levensgrote gevaar van het fundamentalisme.

In Buitenhof sprak John Gray over de aard van de crisis in Europa, over het politieke leiderschap en het vermogen of onvermogen om aan de crisis het hoofd te bieden. Hij raakte daarbij een aantal gevoelige politieke aspecten aan, waar we in Nederland, maar ook lokaal mee te maken hebben. Verder verdiept hij zich als een aantal andere politieke deskundigen wetenschappelijk in de politiek. En dat heeft die politiek ook wel nodig, nu het steeds meer aan geloofwaardigheid verliest en een wetenschappelijke onderbouwing meer dan welkom is.

Gray is bijvoorbeeld van mening dat : "de wil, en daarmee de moraal, een illusie is en hij beschouwt de mensheid als een roofzuchtige soort die andere levensvormen uitroeit en zijn natuurlijke omgeving vernietigt.

Recent bekritiseerde hij het utopische denken dat sedert de Verlichting in de vorm van het vooruitgangsgeloof bestaat en in het Christendom inhereert in de vorm van de verlossingsgedachte."Toen ik deze interessante politieke filosofie besprak met mijn buurman Cees Könst,verwees hij mij naar Hannah Ahrendt, een Duitse politieke filosofe waarover hij op de Duitse radio had gehoord.

In het kader van mijn aanpak wetenschap en politiek keek ik op de Nederlandse versie van Wikipedia. Daar las ik over Ahrendt het volgende: "Arendt gruwde van het reduceren van democratie tot de macht van het getal of de "algemene wil van het volk". De heerschappij van het abstracte volk was voor haar een andere vorm van tirannie. Voor Arendt moet een gemeenschap politiek zijn om als democratie te kunnen functioneren. Daarom ook ruimte bieden aan verscheidenheid, een stem geven aan een ieder, ook aan individuen en minderheden (meer aan de eersten dan aan de laatste want groepsdenken leidt makkelijk tot identificatie). Nochtans is algemene participatie aan het bestuur een mooi maar moeilijk te verwezenlijken ideaal. Arendt toonde zich een voorstander van "directe democratie", maar werkte geen theorie uit hoe dit concreet te realiseren valt. Arendt koesterde het idee dat burgers spontaan moesten opkomen voor hun mening en zichzelf dan moesten Zoals bij meerdere originele denkers het leven en werk intens met elkaar verbonden.

Hannah Arendt werd op 14 oktober 1906 geboren te Linden bij Hannover. Haar ouders, beiden Joods, waren Paul Arendt en Martha Cohn. In 1910 verhuisde de familie naar het Oost-Pruisische Königsberg, een oude hanzestad aan de Oostzee en de geboorteplaats van de grote filosoof Immanuel Kant. Haar vader en grootvader overleden kort na elkaar in 1913. In 1914 vluchtte het gezin naar Berlijn uit vrees voor de in aantocht zijnde Russische troepen; na een paar weken keerden zij terug naar huis.

In 1924 startte ze haar studie filosofie en theologie in Berlijn. Ze vervolgde haar studie in Marburg bij Martin Heidegger. "De sofist" van Plato was het onderwerp van het werkcollege. Op 10 februari 1925 kreeg zij de eerste brief van Heidegger, de start van een liefdesrelatie die ongeveer een jaar duurde. In de herfst maakte zij kennis met Hans Jonas. Hierop volgt een semester college in Freiburg bij Edmund Husserl, de grondlegger van de fenomenologie. Bij Karl Jaspers in Heidelberg schreef ze in 1929 haar proefschrift Der Liebesbegriff bei Augustin (Het begrip liefde bij Augustinus). In 1929 huwde zij met Günther Stern (pseudoniem: Günther Anders) uit Frankfurt am Main. Arendt kreeg een stipendium en begon aan een biografie over de Duits-Joodse romantische schrijfster Rahel Varnhagen, die zij pas in 1951 zou publiceren. Zij onderhield contact met de zionist Kurt Blumenfeld.

Als Joodse was ze actief in de zionistische politiek en moest ze in 1933 noodgedwongen Duitsland verlaten na een arrestatie door de Gestapo en een achtdaags verblijf in de gevangenis. Ze vluchtte naar Parijs, waar ze ontmoetingen had met Raymond Aron, Alexandre Koyré, Albert Camus en Jean-Paul Sartre. Zij volgde er colleges bij de politieke filosoof Alexandre Kojève. In 1934 start zij haar vriendschap met Walter Benjamin. Van 1935 tot 1938 werkte ze voor Aliyah des Jeunes, een zionistische organisatie die kinderen van joodse vluchtelingen naar Palestina hielp uitwijken. Ze ondernam haar eerste reis naar Palestina.

In het voorjaar 1936 maakte zij kennis met Heinrich Blücher. In 1937 scheidde zij officieel van Günther Stern. In 1940 huwde zij met Heinrich Blücher. In mei 1940 vielen de Duitsers Frankrijk binnen; Arendt werd als stateloze van Duitse afkomst als potentieel vijandig gezien en door de Franse autoriteiten gedurende enkele weken geïnterneerd, eerst in een wielerstadion in Parijs en dan in Gurs, Zuid-Frankrijk. Na haar ontsnapping vindt ze per toeval haar nieuwe man terug.

In 1941 vertrok zij naar New York en werkte daar mee aan het Duitstalige joodse weekblad "Aufbau", tot 1945. In Amerika ontwikkelde ze de inzichten die haar bekendheid zouden geven. Ze was toen nog steeds bevriend met Jaspers. In 1944 werkte Arendt als commissielid van de Organisatie voor Europese Joodse Culturele Wederopbouw en in 1948 nam zij de dagelijkse leiding op zich. In 1946 was Arendt lector bij de uitgeverij Salman Schocken in New York. Zij werkte onder andere mee aan de uitgave van het dagboek van Franz Kafka.

Bij de Duitse versie van Wikipedia vind ik nog een aantal interessante aanvullingen, vooral ook voor onze huidige en toekomstige politici. Arendt stelt vast dat de politiek niet kan uitmaken wat de waarheid is. Dat is niet haar taak, maar die van de filosofen, de wetenschappers, rechters en andere beroepen zoals historici en journalisten. Politici neigen, volgens Arendt ertoe met de waarheid op voet van oorlog te leven. Politici zijn uit zelfbehoud geneigd hun mening als de waarheid te zien en werken op basis hiervan verder. Uiteraard vaak met weerstand van mensen die die mening niet delen en uitgaan van een andere waarheid. In het kader hiermee verdedigt Arendt de politiek omdat het de enige mogelijkheid van de mensheid is de wereld te veranderen.

In haar essay Wahrheit en politiek onderscheidt Arendt heel interessant de waarheden van de geest, het verstand, van die welke zij noemt de feitenwaarheid. Vervolgens stelt zij als politieke macht zich vergrijpt aan de waarheden van het verstand, dan overtreedt ze tegelijkertijd het haar toebehorende gebied, terwijl iedere aanval op feitenwaarheden binnen het politieke domein zelf plaatsvindt Tussen de politieke visie en de eigen interesses enerzijds en de leugen anderzijds zijn nauwe verbindingen. De consequentie daaruit zou zijn, dat de politici het met de feiten niet zo nauw nemen, waar het soms inderdaad op lijkt

Wetenschap in de politiek

Toch is het goed dat er meer wetenschap betrokken wordt bij de politiek. Veel besluitvorming van belang voor leef- en woongenot van mensen kan best wat meer filosofische voorbereiding en begeleiding gebruiken. Alleen de tijd en overdenking kan al preventief werken en tot een breder gedragen besluit leiden. Het geeft de politici meer kans tot uitleg en daardoor een nauwer contact met de groep die ze vertegenwoordigen. En dat kan in een tijd van toenemend wantrouwen en verlies van respect alleen maar positief werken.

Ik vraag me de laatste tijd namelijk steeds meer af of de groeiende agressiviteit tegen autoriteit niet voor aan belangrijk deel door die autoriteit zelf wordt opgewekt. Mensen zien om zich heen zekerheden ter discussie komen. En nu, bij de nieuwe coalitie neemt dat alleen maar toe.

Begrippen als armoede en honger komen naar boven in Nederland anno 2012. En als je dan merkt, dat men niet direct een oplossing heeft voor de problemen en er geen bestuurders klaar staan om deskundig de kar te trekken, zullen wetenschap en politiek twee onderwerpen die e steeds meer met elkaar te maken krijgen Er zal in het belang van de waarheid meer tijd besteed moeten worden aan het verifiëren van meningen van politici. Dat komt alle betrokkenen, maar ook de reputatie vaan de politiek ten goede.