Stolpersteine herinneren aan weggevoerde Joden in Hoorn

18 june 2012
Hoorn

Kunstenaar Gunter Demnig noemt de stenen zo omdat je erover struikelt met je hoofd en je hart en je letterlijk moet buigen om de tekst op de kleine gedenkstenen in het plaveisel te kunnen lezen. Demnig metselde zelf de stenen stevig in de Hoornse bodem. En maakte daarbij telkens ongewild een postume hulde: de Duitser knielde en boog negen keer om zijn werk voor de herinnering aan Hoornse Joden te voltooien. Eén van de aanwezigen: "Op deze manier blijven deze slachtoffers in de herinnering voortleven, want ze zijn letterlijk in rook opgegaan".

De plaatsing van de Stolpersteine was overigens op alle fronten een gebeurtenis vol symboliek. Bij de eerste steenleggingen 'huilde de hemel' voluit. En liet diezelfde hemel zich ook nog eens flink zien en horen. Aan het einde van de droeve rondgang door Hoorn had de hemel zich hervonden en liet een schuwe zon zich veelbelovend af en toe zien. De laatste Wereldoorlog in een notendop.

Primeur
Voor West-Friesland betekenen de Stolpersteine in Hoorn een primeur. Meer dan 30.000 liggen er al in Europa; Nederland telt veertig gemeenten waar de gedenkstenen zijn geplaatst. Het initiatief voor de stenen komt van het echtpaar Neter uit Schellinkhout. Flory Neter was zelf als baby van twee maanden ondergedoken in Hoorn. Via Hoorns burgervader Van Veldhuizen kwam het initiatief terecht bij het Comité 40-45. Tijdens het leggen van de gedenkstenen kwamen veel emoties los. Zo was de steen die gelegd werd voor Ernst Eduard Levenbach (voor het huis Drieboomlaan 19) voor nabestaande Maarten Levenbach aanleiding om de aanwezigen deelgenoot te maken van het feit, dat Ernst Eduard 'anders geaard' was en dus samenwoonde met Heinrich Max Spittel, voor wie ook een steen in de stoep werd geplaatst. Opvallend detail: in drie elkaar opvolgende generaties Levenbach was de tweede zoon telkens 'anders geaard'. Zoals bekend werden naast Joden en Roma ook homo's slachtoffer van de Duitse waanzin.

Ongeboren
Ook het verhaal van de familie Agsterribbe is huiveringwekkend. Het echtpaar Louis en Cato woonden in het begin van de oorlog aan de Beatrixlaan (toen Parklaan). Cato was toen zij uit Hoorn werd weggevoerd in verwachting van haar zoontje Hans. Die werd geboren op 27 november 1942 en samen met zijn moeder op 11 juni 1943 in het vernietigingskamp Sobibor door de Duitsers vermoord. Louis stierf op 31 maart 1944 in Polen. Alhoewel dus zoontje Hans nooit in Hoorn heeft gewoond, is voor hem wel een Stolpersteine geplaatst.

Het plaatsen van de stenen trok soms belangstelling van passanten en buurtbewoners. Zoals van buurman Kaldenbach, die de Joodse familie Trompetter goed had gekend. Terwijl Gunter Demnig de twee stenen voor huidenhandelaar David Gerrit en zijn Louisa voor hun toenmalige woonhuis Breed 10 plaatst, vertelt Kaldenbach over het gedwongen vertrek van zijn buren. "Wij hebben toen een heleboel huisraad in veiligheid weten te brengen en bij ons op zolder opgeslagen. Na de oorlog hebben familieleden van het echtpaar Trompetter de boel opgehaald".

Sluit je ogen
Bij elke steenlegging las kinderstadsdichter Lieke Koen (13 jaren jong) een couplet voor van het speciaal voor deze gelegenheid door haar geschreven gedicht 'Onze mensen'. Haar eerste twee coupletten begonnen met 'Sluit je ogen en luister naar de wind' en 'Sluit je ogen en luister naar de regen'. Het sombere door haar geschetste beeld kon niet toepasselijker zijn in de stortbuien. Met haar negende couplet gaf zij de burger van vandaag weer moed: 'Sluit je ogen en luister naar mij./We zijn verlost, we zijn weer vrij./Helaas hebben vele mensen deze vrijheid niet meer meegemaakt./Rust zacht, wat jullie toen is overkomen is dat was ons nu nog steeds diep raakt'.