Landhuis met bewogen historie

30 january 2014

Op een kille zondagmiddag in december is het rustig op het langgoed Oud-Amelisweerd. Op de Kromme Rijn is geen kano te bekennen, laat staan een Chinese drakenboot, een open kano versierd met drakenkop, staart en schubben op de romp. De luiken van het oude landhuis zijn gesloten, waarschijnlijk om het kostbare Chinese behang te beschermen tegen het vage zonlicht dat hardnekkig door de bevolking probeert te breken.

Drakenbootrace

Op de benedenverdieping van de monumentale buitenplaats bevinden zich twee salons met kostbaar 18e eeuws Chinese behang. Zo is er de Vogeltjes-kamer met vogels en bloemenstruiken en in de centrale salon is op het behang een heuse drakenbootrace en jachtpartij te zien. Het landhuis in huidige vorm, is gebouwd door Gerard Godard Taets van Amerongen, die het als zomerverblijf gebruikte. Via zijn schoonvader die bewindvoerder was bij de Verenigde Oost-Indische Compagnie kon hij makkelijk aan het behang komen. Chinese kunst was zeer in zwang bij de gegoeden in de 18e-eeuw. Dat koste wel een paar lieve duiten, maar op die manier kon je etaleren hoe welgesteld je was. Recentelijk is het kostbare behang gerestaureerd. Het is de bedoeling dat het landhuis komend jaar wordt opengesteld voor publiek.

Het landgoed en het nabij gelegen Nieuw-Amelisweerd dankt zijn naam aan ridder Amelis die zich rond 1224 in het gebied aan de Kromme Rijn vestigde bij een waard of weerd, een stuk land in een rivierengebied, dat hij leende van het Utrechtse kapittel van Oud-Munster. Nadien is het landgoed in diverse handen overgegaan tot het in het rampjaar 1672 door de Fransen werd verwoest.

De bouwheer van het huidige landhuis is baron Taets van Amerongen, die in 1751 Anna Suzanna Hasselaar huwde. Eigenlijk een huwelijk beneden zijn stand, want zijn bruid was niet van adel maar had wel een grote bruidsschat. Zelf zat hij niet zo goed in zijn slappe was. Het paar kreeg het landgoed in 1761 in handen, toen ze het kochten uit de erfboedel van een tante, Maria Clignett, van Anna. Deze tante was gehuwd geweest met Jacob van Delen, die het landgoed in 1725 in zijn bezit kreeg. Dit echtpaar was kinderloos. Na het overlijden van Maria kwam het landgoed in handen van haar zwager Gerard Hasselaar, burgemeester van Amsterdam en puissant rijke vader van Anna. Zij en de baron hadden vier kinderen en woonden in een pand in de Utrechtse Wittevrouwenstraat.

Kromme Rijn

Hun buitenverblijf kreeg een brug over de Kromme Rijn en een tweede lange oprijlaan aan de achterkant. De tuinen op het landgoed lieten ze volgens de dan in zwang zijnde mode aanleggen. Het exterieur van het huis is sober en strak. Binnen is een uitgebreide bibliotheek en schilderijencollectie te vinden. Als Gerard Godard in 1804 overlijdt gaat zowel het landgoed als het grote huis aan de Wittevrouwenstraat over aan oudste zoon Gerard Arnoud, die daarvoor zijn broer en zusters moet uitkopen.

Maîtresse

Vier jaar later verkoopt zoon Gerard met grote winst beide panden aan Lodewijk Napoleon, Koning van Holland. Een rusteloze ziel die naar het schijnt als een blok viel voor de Chinese behangsels en voor zijn manschappen Nieuw Amelisweerd erbij kocht. De koning heeft maar acht dagen op Oud-Amelisweerd verbleven en vermoedelijk meer van zijn meegebrachte maîtresse genoten dan van de Chinese drakenboten. De Koningsweg in Utrecht en Koningslaan in Bunnik herinneren nog aan Lodewijk.

In 1811 kwam het huis en landgoed in bezit van de adellijke familie Bosch van Drakensteyn tot het in 1951 aan de gemeente Utrecht werd verkocht door Marie-Thérese Bosch. In de oorlogsjaren is het huis een toevluchtsoord voor soldaten en burgers. In 1942 betrekken fraters het pand, die voor de aanleg van elektriciteit en drinkwater zorgen. In 1944 confisqueren de Duitsers het huis.

Op een goede dag in 1947 fietst Marten de Wijs langs het buitenhuis. Brutaalweg klopt hij aan en krijgt het voor elkaar de bovenverdieping te betrekken samen met zijn vrouw Theodora en hun drie kinderen. Van meet af aan leven ze op gespannen voet met de benedenbuurvrouw, die een jaar later naar haar Utrechtse huis gaat. Marten overlijdt in 1970 en zijn weduwe bewaakt het huis en hun antiekcollectie als een vesting met immer een geweer binnen handbereik. Er wordt gefluisterd dan zij een buitenechtelijke dochter van Prins Bernard zou zijn.

Geroofd

Als het antiek, op klaarlichte dag als zij naar een verjaardag is, toch wordt geroofd, besluit ze in 1989 voorgoed te vertrekken. Tot 2012 wordt het huis gebruikt door het Centraal Museum om het incidenteel open te stellen voor publiek. Dit jaar wordt het opengesteld als Museum Oud-Amelisweerd (MOA).

Marie te Marvelde