'Sneller hulp bieden bij broodnood'

05 june 2013
Utrecht

Dat stellen GroenLinks, PvdA, SP en ChristenUnie. Ze maken zich zorgen over de definitie die het college van B en W voor 'broodnood' hanteert. Het college heeft aan dat een noodbetaling alleen in het uiterste geval verstrekt. 'Vaak gaat het om een meervoudige problematiek. Bijvoorbeeld dreiging van huisuitzetting in de winter in combinatie met het niet hebben van geld om in de eerste levensbehoeften te voorzien en het niet kunnen lenen van geld van derden.' In andere gevallen geldt er dat er ter overbrugging van de periode zonder uitkering vier weken na de aanvraag van bijstand een voorschot van 90 procent van de bijstandsnorm verleend kan worden.

De vier partijen hebben moeite met deze termijn van vier weken. 'Het instellen van een vier weken zoektermijn is bedoeld om mensen die prima aan het werk kunnen te stimuleren eerst een baan te zoeken alvorens bij de gemeente aan te kloppen. En niet bedoeld om mensen in forse problemen te brengen.' De vier partijen wil daarom dat de gemeente bij aanvragers van een uitkering nagaat of er sprake is van broodnood.

In de ogen van GroenLinks, PvdA, SP en Christenunie is er sprake van broodnood als mensen na aftrek van de vaste lasten (rondom huur, gas, licht, water en ziektekostenverzekering) niet voldoende geld overhouden om te voorzien in de eerste levensbehoeften. De vier partijen hebben B en W schriftelijk gevraagd of het college deze definitie van 'broodnood' wil overnemen. Ze verwijzen daarmee ook naar een eerdere toezegging van de inmiddels vetrokken wethouder Rinda den Besten.