Geertekerk steen voor steen verplaatst

25 may 2012
Utrecht

Het kerkje was gewijd aan Gertrudis van Nijvel, een populaire middeleeuwse beschermheilige van ziekenhuizen, armen en weduwen. Ook is zij patrones van de herbergiers, pelgrims, reizigers en werd tot haar gebeden voor gunstige graanoogsten. Ze wordt vaak aangeroepen tegen ratten- en muizenplagen en met zo'n knagertje afgebeeld.

Toen Utrecht in 1122 stadsrechten kreeg, moesten de burgers beschermd worden. De stad werd omwald en later ommuurd. Strategisch lag de oude Geertekerk dus niet handig, want onveilig buiten de stadsmuren. Men besloot de kerk steen voor steen af te breken en te verplaatsen naar een veiliger plek binnen de muren. Er wordt aangenomen dat de verplaatsing van het rechthoekige, Romaanse hallenkerkje zich tussen 1255 en 1259 voltrokken heeft. Een sober kerkje nog, zonder toren die overigens vrij snel werd aangebouwd.

Vrome vrouwen
In de veertiende eeuw kreeg de kerk zijbeuken, het koor en dwarsschip. Het huidige uiterlijk van de Geertekerk dateert uit de vijftiende eeuw, toen er naast de toren twee kapellen werden gebouwd. Opmerkelijk is dat ook de Geertekerk een kluis had, waar vrome vrouwen zich lieten opsluiten. De eerste kluistenares, die in een kluis aan de zuidkant van het koor woonde, was ene Agnes van Zantwijk. Na haar lieten nog veel andere vrouwen zich vrijwillig in deze kluis opsluiten. Halverwege de negentiende eeuw werd de kluis tot brandspuithuisje getransformeerd en in 1943 werd hij gesloopt.

In de toren hangen twee grote luidklokken, waarvan er één uiteraard 'De Geeruyt' heet. Deze werd in 1477 gegoten en heeft een opschrift in het Latijn, dat vrij vertaald luidt: 'Ik prijs de ware God. Ik roep het volk, ik verzamel de gelovigen, ik beween de doden, ik verdrijf de pest, ik luister de feesten op, ik heet Ghertrut, 1477, Steven Buitendijc maakte mij'. De andere klok werd in 1506 door de bekende klokkengieter Gerard van Wou gegoten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd deze luidklok door de Duiters geconfisceerd, ze lieten de Geertruyt hangen.

J.C. Bloem
Van de ruim vijftig Utrechtse klokken, die tijdens de oorlog werden gestolen, zijn er maar acht teruggekomen, waaronder de Jezus Maria Johannes. Van vreugde dichtte J.C. Bloem enkele regels: 'weer in mijn Utrechtse toren gekeerd, niet door de smeltkroes der Hunnen gedeerd, klinkt mijn stem voor altijd als weleer, Jezus, Maria, Johannes ter eer'.

Minder fraai is dat de Geertekerk het tijdens de Beeldenstorm in 1566 het als eerste moest ontgelden. De reden was dat protestantse 'hooligans' kort daarvoor net buiten de nabijgelegen Tolsteegpoort een opruiende hagenpreek hadden aangehoord. Twee dagen later kwamen de vernielers terug om hun klusje af te maken. Zeven weken kon de kerk geen dienst doen, omdat het gespuis zoveel vernielingen had aangericht.

In 1580 werd de kerk door het gemeentebestuur aan de protestanten toegewezen. Zes jaar later werd het gebouw gevorderd om onderdak te bieden aan Engelse en Ierse soldaten van de graaf van Leicester, de geheime geliefde van de Engelse koningin.

Vanaf 1794 zaten er tijdens de Franse bezetting opnieuw soldaten in de kerk. Omdat de Fransozen onpasselijk werden van de odeur in de kerk, vanwege de begrafenissen, gebruikten ze hem later als opslagplaats en paardenstal voor de cavalerie.

Onderdak voor slachtoffers
Door teruggang van het kerkbezoek werd de kerk rond 1850 met sloop bedreigd. De gemeente Utrecht wilde het gebouw kopen om er een bewaarschool in te vestigen, maar daar kwamen de gebruikers tegen in opstand. In 1855 bood de kerk opvang voor de slachtoffers van een dijkdoorbraak bij Veenendaal. Zij hebben ongeveer zes weken in de kerk geleefd.

In 1864 werd de kerk, na een grondige verbouwing, weer voor de eredienst in gebruik genomen. Toch waren de leden van de Hervormde Gemeente niet blij na de interne verbouwing. Ze vonden het interieur verpest.

Rond 1930 viel het woord afbraak opnieuw, aangezien in de kerk alleen nog maar gedoopt werd en hij voor kinderdiensten werd gebruikt. Bizar genoeg heeft de Tweede Wereldoorlog ervoor gezorgd dat de kerk er nog steeds staat en niet is afgebroken. In april 1941 was van rijkswege toestemming voor afbraak van het monument verleend. Toen het gebouw al dakloos en tot ruïne was vervallen - er groeiden bomen tussen de grafzerken - kwam de NSB in actie, die er bij de gemeente op aandrong het gebouw te behouden om er bijeenkomsten te houden.

Remonstrantse Gemeente
Na de bevrijding kwam de kerk opnieuw terug in handen van de Hervormde Gemeente, die het gebouw verkocht aan de Remonstrantse Gemeente Utrecht. De architecten E. Canneman en D. Verheus tekenden voor de restauratie, zodat op 1 december 1956 de kerk in volle glorie was herrezen en zij het middelpunt werd van de erediensten van de Remonstrantse Gemeente.

De Remonstranten stellen de Geertekerk ook open voor muziekuitvoeringen, vanwege de uitstekende akoestiek. Verder kan de kerk gehuurd worden voor allerlei culturele en maatschappelijke activiteiten.