Jubileumconcert Duo Abbie Quant fluit & Elizabeth Van Malden piano

31 may 2011

Het duo De Quant/Van Malde heeft de afgelopen veertig jaar niet alleen het bekende repertoire gespeeld, maar daarbij altijd oog gehad voor componisten, die naar hun smaak meer aandacht verdienden. Zo worden in dit programma enkele vondsten gepresenteerd. Wie wist dat Mozart een zoon had, die weer de plek van zijn grootvader als kapelmeester van Salzburg werd toebedeeld? Joseph Haydn speelde de musici van de London Philharmonic Society soms een pianotrioversie van zijn nieuwe symfonie voor. De componist aan het klavier samenspelend met de concertmeester en solocellist, overtuigde zo de orkestleden van de kwaliteit van het nieuwe werk. Wie (her)kent welk strijkkwartet in de sonate voor fluit en piano?

In de dagen dat het Parijse publiek voornamelijk in opera was geïnteresseerd, verkoos Louise Farrenc-Dumont, die als pianodocent op het conservatorium werkte, het optreden in intieme kring boven het grote podium, net als Schumann en Chopin. Ze schreef talloze kamermuziekwerken, waaronder enkele trio's voor piano, fluit en cello. Aan haar partner Aristide Farrenc, een briljant fluitist en muziekuitgever, danken we het feit dat er veel mooie stukken van Louise zijn uitgegeven en alsnog te ontdekken zijn. Jean Decroos, voorheen solocellist van het KCO, trad vaak met dit duo op als er trio’s gespeeld werden. In april 2008 stierf hij in het harnas, voor de slotnoten van een recital. Godfried Hoogeveen volgde hem op.

Max Bruch was nogal teleurgesteld dat het publiek alleen zijn Schotse fantasie, zijn vioolconcert en Kol Nidrei naar joodse liturgische melodieën voor cello en orkest kende. Het laatste stuk leidde zelfs tot zijn uitsluiting van het repertoire vanaf 1934, terwijl hij in hart en nieren even Duits was als Brahms. Zijn triostukken opus 83, vol van warme harmonie en vloeiende melodieën 'im Volkston' mogen er beslist zijn en er is nog veel meer moois van zijn hand.

Wie wist dat Marius Flothuis in 1942 zijn baan verloor als assistent artistieke zaken bij het Concertgebouworkest, omdat hij weigerde te gehoorzamen aan de bezetter? Terwijl het orkest ‘gezuiverd’ werd van joodse musici schreef hij in kamp Vught een stuk voor de fluitist Everhard van Rooijen. Nadat hij na de oorlog een aantal jaren als recensent voor het Vrije Volk had gewerkt, stemde Flothuis in 1953 in met het verzoek om weer artistiek leider van het Concertgebouw Orkest te worden. Na zijn pensionering werd hij een trouw bezoeker van de concerten van dit duo en schreef toelichtingen voor hun programma’s.

Wie kent de sonatine voor fluit en piano van Pierre Boulez? Hij is wel bekend als dirigent van baanbrekende uitvoeringen van Wagners Ring, als voormalig chefdirigent van de New York Philharmonic en als oprichter van het instituut voor eigentijdse muziek de IRCAM. Zijn programmering bevatte vooral werk van vernieuwers uit de 20e eeuw zoals Debussy, Strawinsky, Schönberg en Frank Zappa. Dit duo koos in de eerste jaren van hun samenwerking de sonatine van Boulez uit. In hun carrière is de fluitsonate van Francis Poulenc, als topstuk uit het repertoire, altijd een uitdaging gebleven die nooit verveelt. Het meesterschap van de componist en dit unieke duo vallen samen in een daverend slot samen.

Abbie de Quant behaalde in 1970 het einddiploma solospel summa cum laude en won het Belgisch-Nederlands Concours, het Gaudeamus Concours en de fluitconcoursen van Royan en München. Zij was soliste bij vooraanstaande orkesten w.o. het KCO, maakte wereldwijd tournees en plaat en cd opnamen voor EMI, CBS, Erasmus en Challenge Records. Zij heeft als docent meer dan dertig jaar aan het Utrechts Conservatorium les gegeven en is nu docent in Amsterdam.
Elizabeth van Malde trad als solist met orkest op, gaf talloze kamermuziekuitvoeringen en begeleidde musici met hoge aspiraties zoals Abbie de Quant en de violiste Theodora Geraets. De cd’s met Abbie de Quant, fluit en Jean Decroos, cello en Van Malden piano met composities van Philippe Gaubert, de Hommage à Poulenc (fluit en piano) en Music in Motion van dit duo met Russische, Georgische, en Nederlandse composities kregen uitstekende perskritieken.
Godfried Hoogeveen behaalde zijn solistendiploma in Amsterdam cum laude, studeerde verder bij Gregor Piatigorsky in Los Angeles en werd zelf docent aan de University of California. In 1976 werd hij solocellist van het Residentie Orkest in Den Haag, waar hij ook twaalf jaar aan conservatorium doceerde. In 1990 werd hij solocellist van het KCO.