Broertjes had politiek beter moeten informeren over vluchtelingencrisis

15 february 2016
Hilversum

GRIP staat voor gecoördineerde regionale incidentbestrijdingsprocedure. Bij niveau 4 heeft de voorzitter van de Veiligheidsregio, Broertjes in dit geval, meer te zeggen dan de (lokale) burgemeesters. Tussen 19 oktober en 5 november had de burgemeester deze bevoegdheden in verband met de vluchtelingenopvang. Hij gebruikte deze bevoegdheden overigens niet.

De zaak kwam aan de orde na kritiek vanuit de Facebookgroep 'Liever iets minder vluchtelingen in Hilversum'. De initiatiefnemers vonden dat Broertjes hen had 'belazerd' door ruim 2000 euro te vragen voor een stapel aan documenten over de vluchtelingenopvang. Vervolgens beschuldigden zij hem van 'machtsmisbruik' door op te schalen naar GRIP 4. Die conclusie trokken zij uit de stapel opgevraagde stukken.

Hart voor Hilversum stelde in de commissie economie en bestuur daarom vragen aan de burgemeester en wilde vooral weten waarom er was opgeschaald naar een GRIP 4 - een situatie die bijvoorbeeld geldt voor heftige branden en overstromingen - en waarom Broertjes de raad hierover niet had geïnformeerd. Hart voor Hilversum-raadslid Karin Walters vond dat Broertjes dat alsnog schriftelijk moest doen, al was het maar omdat hij dit wettelijk verplicht zou zijn. 'Als je grote middelen inzet, dan leg je daar maar netjes schriftelijk verantwoording over af aan de raad van Hilversum en de raden in de Veiligheidsregio', meldde zij achteraf.

Broertjes gaf tijdens de commissie van vorige week woensdag al toe dat er tussen eind oktober en begin november 2015 sprake was van een GRIP 4. Uiteindelijk besloot hij ook om de raad middels een brief te informeren over het verloop van de gebeurtenissen. Die brief verscheen al een dag later. Te lezen is dat op 19 oktober tijdens een besloten vergadering van het Opvangverbond, een samenwerkingsverband tussen de gemeenten in 't Gooi- en de Vechtstreek en Eemnes om te zorgen voor een snelle opname van asielzoekers in deze regio, unaniem is gekozen voor een GRIP 4 voor de opvang van vluchtelingen.

Drie weken later, op 5 november, besloot datzelfde Opvangverbond om de oude situatie te herstellen en weer af te schalen naar GRIP 0. 'In de vergadering werd de GRIP 4 geëvalueerd met de conclusie dat de opschaling in de beginfase zeker heeft bijgedragen aan de positionering van de voorzitter in het overleg met provincie, COA en Rijk en de uitstraling naar buiten', schrijft Broertjes. 'Ik heb verder gemeld dat die avond daarvoor er een gesprek heeft plaatsgevonden met alle voorzitters van de Veiligheidsregio's in Noord Holland en de Commissaris van de Koning. Hierin werd het samenwerkingsmodel van onze regio geprezen en werd aangegeven dat binnen de veiligheidsregio coördinatie en afstemming kan plaatsvinden, daar is geen GRIP voor nodig.'

Samenvattend geeft Broertjes aan dat zijn rol tijdens de GRIP 4 situatie zich feitelijk heeft beperkt tot voorzitter, verbinder en woordvoerder. Bovendien benadrukt hij geen besluiten namens andere burgemeesters te hebben genomen, waarmee hij wil aangeven dat van 'machtsmisbruik' totaal geen sprake was. Wel was achteraf een korte verantwoording naar de raad beter geweest om inzicht te geven in het verloop van de gebeurtenissen en de keuzes rond de bestuurlijke coördinatie, besluit Broertjes. 'Daarmee hadden we onjuiste beeldvorming kunnen voorkomen.'