'Als je niet kunt samenwerken, dan werkt je robot ook niet'

19 december 2014
Huizen

'Robotica is echt een vak van deze tijd', steekt Wiegeraad (30) enthousiast van wal. 'De aanname is dat deze generatie het allemaal wel weet en kan. Daardoor wordt er -onterecht- juist minder les gegeven in ICT. En dat is echt een gemis. In elke klas zit wel iemand die apps of websites bouwt, maar je kunt niet van elk kind verwachten dat hij zichzelf daarin maar schoolt.' Toen Wiegeraad op een onderwijsconferentie een docente ontmoette die een module robotica had geschreven, vroeg hij het materiaal op om het op Huizermaat te gebruiken. 'Wij hebben nu de nieuwste hard- en softwareversie van Mindstorms, de lego-robot waar we er vijftien van hebben, en updaten daarmee deze module meteen.' De gedreven docent heeft volop plannen om het lesmateriaal verder te bewerken voor de onderbouw en andere schoolniveau's.

Achttien leerlingen zitten er in deze 'klas'. In tweetallen zitten ze achter de computer software te programmeren om deze vervolgens te testen met de robot op tafel of de grond. Ze werken aan een vrije opdracht. Docent Peter van Wijlick (55) is vandaag 'de begeleider' in het science-lab en toont de opdrachten die de duo's zichzelf hebben gegeven. Op papier staan de taken en eisen die hun robot moet uitvoeren: zo moet één robot ballonnen detecteren en alleen die van een bepaalde kleur lekprikken. En andere robot moet een signaal laten horen wanneer hij bij 'een diepte van meer dan tien centimeter komt' en dus net voor de rand van de tafel omdraaien.

Creatief

Beide docenten zijn heel positief over wat de robotica-lessen teweegbrengen. 'Het werkt enorm enthousiasmerend', zegt Van Wijlick. De eisen aan het vak, zoals het trainen van onderzoeksvaardigheden, blijven dezelfde, maar de inhoudelijke invulling verandert met de roboticales. Wiegeraad: 'Het stimuleert de creativiteit enorm. De leerlingen zijn continue probleemoplossend bezig, blijken heel inventief en werken samen om verder te komen.' Ook de docenten weten niet alles. 'We begeleiden het proces, brengen structuur aan: heb je dit al geprobeerd of daaraan gedacht. Het is veel 'trial & error': je probeert iets in de software en de robot laat je zien of het werkt of niet. Zo wordt het proces ook heel helder: als je niet kunt samenwerken, werkt je robot ook niet. De feedback is heel direct.'

Aron (16) is positief over de robotica-module: 'Je experimenteert. Er zat wel een boekje bij, maar je moet het zelf doen en onderzoeken. De docenten weten ook niet alles.' Martijn knikt: 'Je leert niet uit boeken, hoeft ook niet de hele tijd stil te zitten en te luisteren. Je bent zelf lekker bezig.' Volgens Wiegeraad is dit ook een uitstekende manier om leerlingen enthousiast te maken voor bèta. In deze lichting kozen vier meiden kozen voor het sciencevak natuur leven techniek, waar deze roboticamodule deel van uitmaakt. Michelle (16) wil geneeskunde studeren en zag vooral een andere module zitten, over borstkanker, die Huizermaat samen met het Universitair Medisch Centrum Utrecht vormgeeft. De roboticalessen noemt ze 'anders'. 'Voor mij is die robottaal nieuw. Ik vind het moeilijk om te denken als een robot, hoor', lacht ze. 'Maar zelf uitvogelen hoe het werkt, is leuker dan uit een boek leren', concludeert ze. 'Om software te schrijven, moet je wel geordend kunnen werken. Grappig, dat die jongens dat zo goed kunnen. Hun code is echt heel netjes, terwijl hun kamers en agenda's meestal een puinhoop zijn.'