Overbewoning vreet in Carnisse

22 may 2012
Rotterdam

Je zult er maar wonen, in Carnisse. Sinds 2007 zijn de grenzen open voor Poolse arbeidsmigranten en is het wijkje in Rotterdam-Zuid een van hun favoriete pleisterplaatsen. Maar waarom uitgerekend Carnisse? 'Simpel', weet wijkagent Ad Smit die er dagelijks de ronde doet. De huizen zijn grotendeels particulier bezit - dus niet van een corporatie- en vaak slecht onderhouden. Polen malen daar niet om. 'Die komen hier om te werken en te slapen.' Als je dan al jaren fijn in Carnisse woont en wel wat aan je huis deed, kan dat wel eens verkeerd vallen. De bakker renoveerde zijn gevel voor tonnen vlak voor de migratie en voelt zich nu de klos. Een klant in de winkel wil zijn huis verkopen vanwege het lawaai dat de migranten in zijn ogen produceren.

Gestommel
Hoe zit dat? Polen wonen vaak met een paar volwassen mannen in een huis en delen de huur. 'Vroeger zou er een stel wonen, bijvoorbeeld', zegt Hanke Haagsma van Toezicht Gebouwen bij de gemeente. 'En ja, het zijn oude huizen, dan hoor je alles.' 's Ochtends vroeg gaan ze allemaal tegelijk naar hun werk, in het Westland of de haven bijvoorbeeld. En dat hoor je. Het stromende water van de douche, het gestommel op de trap, het dichtslaan van de deur. En dat drie of vier keer. En als ze van hun werk komen, dan hoor je dat weer opnieuw. Vervelend als je ernaast woont misschien, 'maar tot zover is er niks illegaals aan', zegt Haagsma.

Overbewoning
Om het voorbeeld van Carnisse in perspectief te plaatsen: volgens cijfers van het CBS tot 2011 werken er in Nederland 136.000 Polen, het is logisch dat ze ergens gaan wonen en het is ook logisch dat oorspronkelijke wijkbewoners er aan moeten wennen. Maar helaas zijn er ook voorbeelden van overbewoning. Dan wonen er veel te veel mensen in één huis. Daarbij zijn - onder andere - Poolse arbeidsmigranten vaak de huurders, weet de wijkagent van Carnisse. Hij is dat meer dan eens tegengekomen. En daar is wel wat aan te doen. De agent checkt het huis, geeft de overbewoning door aan de deelgemeente, die er samen met de gemeente een interventieteam op af kan sturen.

Business
De gangbare procedure is dat de verhuurder van het huis een zienswijze gesprek krijgt, zegt Ron de Koning, woordvoerder van de deelgemeente Charlois waaronder Carnisse valt. De verhuurder krijgt dan te horen wat hij moet corrigeren. 'Meestal verbetert de situatie dan', weet Haagsma. Soms maakt de pandjesbaas er een business van, en dan is het oplossen van het probleem lastiger. Dan heeft hij meer pandjes die hij laat overbewonen en schuift hij de huurders van het ene naar het andere huis. 'Dan kun je de procedure weer opnieuw beginnen.'
Om daar iets aan te doen is de gemeente in gesprek met het Rijk, zegt Haagsma. 'Stel dat als je een eigenaar hebt aangepakt op overbewoning, en een paar maanden daarna doet hij het weer in een ander pand, dan scheelt het tijd als je niet telkens opnieuw een dossier hoeft aan te leggen.' Dat moet nu wel. En harde maatregelen zoals het opleggen van een boete aan de eigenaar en het overnemen van het beheer van diens panden door de gemeente, is dat geen optie als toevoeging in de wet? Haagsma: 'Daar kunnen we nu geen antwoord opgeven.'

Wat dat betreft hebben de inwoners van Carnisse geen geluk: zoals het er nu uitziet, is de pandjescarrousel nog niet tot staan gebracht. Afgelopen drie jaar pakte de deelgemeente 66 door onder andere Polen overbewoonde panden aan, terwijl de wijk krap vijftig straten telt. Dat de bewoners in de buurt dat stress heeft opgeleverd, zal niet verbazen.