Meubelfabriek blaastDe Vaan nieuw leven in

02 july 2013
Rotterdam

Het bombardement van 14 mei 1940 maakte duizenden Rotterdammers dakloos. De talloze leegstaande huizen in Hillegersberg en Schiebroek kregen zodoende echte huurders. Ook vele fabrieken waren getroffen. Eén daarvan was de Meubelindustrie Mak & Van Engers. Dat bedrijf, geleid door de heer B. van Baren, was gevestigd aan de Schoutenstraat die liep tussen de Oostzeedijk en de Weteringstraat. Zoals bekend trof het bombardement het centrum van de stad en het oostelijk stadsgedeelte tot aan Kralingen.

Het bedrijf van Mak & Van Engers had een goede naam. In de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 9 februari 1927 verscheen een verslag van de Meubelbeurs, de tweede in zijn soort, in de RAI in Amsterdam. De correspondent - 'men meldt ons uit Amsterdam', schreef de NRC - vergeleek de Nederlandse meubelen met de buitenlandse. De vergelijking viel in Nederlands voordeel uit. Onze waren 'beter van proportie en soberder in de versiering', zoals de 'moderne meubels van Mak & Van Engers uit Rotterdam'.

Ruim tien jaar later op 15 maart 1938 berichtte het RK dagblad De Tijd over een meubeltentoonstelling in de Jaarbeurs in Utrecht. De Meubelindustrie Mak & van Engers vestigde de aandacht op zich met 'een aardige nieuwe vinding: de gestoffeerde zitbank, welke in een slaapgelegenheid kan worden veranderd.'

Uit de bovenstaande publicaties viel niet op te maken, dat het een Joodse onderneming betrof. Maar met een advertentie in het Nieuw Israelitisch Weekblad van 7 januari 1938 vestigde Mak & Van Engers er de aandacht op de enige grote meubelfabriek in Nederland te zijn, die is gesloten op de sjabbat, de zaterdagse Joodse rustdag. Ook verzorgde Mak & Van Engers de inrichting voor de begin 1938 geopende Nieuwe Haagse Synagoge aan de Wagenstraat. Het ging onder meer om de Biema en de Amoed, respectievelijk het verhoogde platform en de lessenaar voor de voorzanger. Ook de zetels van de rabbijnen waren ontworpen en gemaakt onder leiding van Van Baren. Als materiaal was Slavonisch eikenhout gebruikt.

Met de gedwongen verplaatsing naar De Vaan nam directeur Van Baren afscheid van de naam Mak & Van Engers. Voortaan heette de fabriek, bijvoorbeeld in personeelsadvertenties, 'Meubelfabriek De Vaan.' Voor de continuïteit zorgde de toevoeging: 'Directeur B. van Baren'.

Wat was de achtergrond van die naamswijziging? Was het alleen het feit, dat de Meubelindustrie Mak & Van Engers in de as was gelegd op 14 mei, of speelde ook een rol, dat directeur Van Baren de Joodse achtergrond van zijn bedrijf niet te zeer wilde benadrukken? Hoe het ook zij, als Joodse firma kreeg het bedrijf al snel een zogenaamde 'Verwalter', een zaakwaarnemer voor de directie. Van Baren en zijn gezin werd opgepakt en belandde in doorgangskamp Westerbork. In advertenties verdween ook de naam van Van Baren, het was nu simpel: Meubelfabriek De Vaan.

Van Baren overleefde op wonderbaarlijke wijze de oorlog en nam in 1945 weer de leiding op zich. Er werd nog steeds niet gewerkt op de sabbath, alleen heette het nu anders: het bedrijf afficheerde zich nu - vijftien jaar voor de rest van Nederland - met het bezit van 'een vijfdaagse werkweek'...

Chris Mast