Kettinggesprek: 'Roeien bleek een probate inburgeringsmethode'

04 july 2014
Wilnis

Piotr de Haan: 'Twintig jaar geleden ben ik met roeien begonnen in Barendrecht. Mijn vrouw en ik waren toen net in Ridderkerk komen wonen. Daarvoor woonden we een aantal jaren in Veghel. We hadden allebei een drukke baan en een sociaal leven opbouwen is dan niet eenvoudig. Vrienden en familie woonden allemaal een eind uit de buurt. We hebben er zes jaar gewoond en kenden er helemaal niemand, op een stel buren na. 'Dat moeten we anders aanpakken', zeiden we toen we in Ridderkerk kwamen wonen. 'Weet je wat, we gaan een sport doen.' Mijn vrouw leek roeien wel leuk en we zijn samen begonnen bij een kleine vereniging, waar ik als snel als secretaris in het bestuur zat. Binnen de kortste keren ben je dan met iedereen in gesprek. Het bleek een probate inburgeringsmethode. Toen mijn vrouw een baan in Maarssen aangeboden kreeg, zijn we naar Wilnis verhuisd. Dat er een roeivereniging in de naaste omgeving was, was mede bepalend voor die keuze.'

En jullie roeien nog allebei?

'Het hele gezin zelfs. We hebben twee jongens van 15 en 18 en die roeien allebei fanatiek. Vooral onze zoon van achttien gaat loeihard, ik houd hem niet bij. Michiel de Ruyter is een geweldige vereniging. Op dit moment zijn er zo'n 350 leden en we groeien nog steeds. Het roeigedeelte is vijftig jaar geleden opgericht en dit jaar vieren we dat jubileum met allerlei activiteiten. De kanotak bestaat al dertig jaar en groeit nog harder dan de roeiafdeling. De helft van de kanoërs is fanatiek kanopoloër. Op Hemelvaartsdag dit jaar is het Amsterdam Open Kano Polo toernooi gehouden, waar teams uit China, Singapore, Schotland, België, Italië en Polen aan meededen. Met de Provincie hadden we een afspraak gemaakt dat we een stuk van de Amstel mochten gebruiken. Een geweldig evenement, heel populair. Het wordt ieder jaar georganiseerd door de kanopolo-commissie.'

Is roeien een heel andere sport dan kanoën?

'Er is een groot verschil tussen kanoërs en roeiers. Roeiers gaan eerst een plan maken, werken dat helemaal uit en gaan vervolgens beginnen. Kanoërs beginnen gewoon en die merken dan vanzelf wel dat dingen soms iets anders moeten.'

En hoe zie je de toekomst van de vereniging?

'Het gaat zo goed, dat het een prestatie wordt om dat zo vast te houden. De leden aanwas gaat gestaag omhoog. We hebben een heel leuk pand, maar we barsten er een beetje uit. Vooral de kanovereniging kampt met het probleem dat er geen opslagruimte is voor kano's. We zijn in gesprek met de gemeente Uithoorn om wat uitbreiding te realiseren. We hopen binnen afzienbare tijd een extra opslag te bouwen, passend bij het verenigingsgebouw dat we hebben.'

Vergt het voorzitterschap veel tijd?

'Alles bij elkaar toch wel een dag in de week. De mails die regelmatig binnenkomen en beantwoord moeten worden. Gemiddeld een keer per week een vergadering. En dan vind ik ook nog dat ik op momenten dat er veel mensen op de club zijn, af en toe mijn neus moet laten zien. Zelf roei ik op zondagochtend, maar dan kom ik de zaterdagroeiers niet tegen. En ook de kanoërs niet. Dus ga ik regelmatig op zaterdagochtend even koffie drinken om contact te houden met de clubleden, zodat de mensen ook hun ei kwijt kunnen als dat nodig is.'

Nog even over je andere passie: houtbewerking. Is dat een vak of een hobby?

'Het is een zwaar uit de hand gelopen hobby. Ik was ooit jurist en nu noem ik mijzelf liever meubelmaker. Jurist is niet meer mijn werk en daar heb ik ook geen belangstelling voor. Meubels maken is veel leuker.'

Hoe heb je je die vaardigheid eigen gemaakt?

'Ik ben gewoon begonnen. Een vriend van mij heeft een jaar bij een aannemer in Canada gewerkt om blokhutten te bouwen. Gewoon in het bos, met alleen een bijl en een kettingzaag en een voorraad benzine. Principe: hak zelf een boom om en maak er een huis van. Hij kwam terug met het tijdschrift Fine WoodWorking, helemaal gericht op meubels maken. En dat was voor mij zo'n eyeopener. Ze gaan er in dat tijdschrift van uit dat iedereen die daar belangstelling voor heeft met ouderwetse handgereedschappen de mooiste dingen kan maken. De basis ligt in het ouderwetse handwerk, machines kunnen je helpen om sneller en met minder moeite tot resultaten te komen. Ik ben er inmiddels al twintig jaar op geabonneerd en ik heb er een hoop van opgestoken.'

Simpel begonnen dus?

'Mijn eerste meubelstuk maakte ik al toen ik zestien was, in de garage van mijn ouders. Als je eenmaal een eigen huis hebt, kom je er al snel achter dat je een schroevendraaier en een boormachientje nodig hebt. Je maakt een plekje vrij in je huis of in de schuur en als je heel gek wilt doen schaf je op een gegeven moment een decoupeerzaag aan. Zo is het bij mij stap voor stap gegaan, met als uiteindelijk resultaat 'de Swarte Schuur.' En nu heb ik met mijzelf de afspraak dat ik bij elke nieuwe klus een nieuw stuk gereedschap of een apparaat mag aanschaffen.'

Toekomstideaal? Waar droom je van?

'Dat is een lastige. Er zijn zoveel mooie meubels die ik nog graag zou willen maken. Voor een deel dingen die ikzelf ontwerp, maar er zijn ook fantastische antieke meubels waarvan ik denk: als ik dat alleen maar mag namaken zou dat al een geweldige uitdaging zijn.'

Wie nodig je uit voor het volgende gesprek?

'Mijn buurvrouw, Esther van de Poll. Zij is net gestart met haar bedrijf De Mobiele Secretaresse. Ik heb geen idee wat ik mij daar bij voor moet stellen. Ik wil graag dat zij daar iets over vertelt.'