Einde van het stoomtijdperk

14 january 2013
Alkmaar

Door Bob de Mon We maken de eerste proefvaart van het vlaggenschip mee aan de hand van een (bewerkt) verslag dat destijds werd gepubliceerd. 'We zijn in Amsterdam en begeven ons aan boord van het schip dat met zijn drie motoren ons naar Alkmaar zal brengen. Is deze proefvaart geslaagd dan zal Alkmaar Packet dit kanaalkasteel van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij (NSM) officieel in ontvangst nemen.' Voor deze eerste reis werden alleen de directeuren van beide bedrijven en hun directe medewerkers uitgenodigd.

Ommekeer

Directeur Bosman van Alkmaar Packet leidde hoogstpersoonlijk de pers op zijn nieuwe schip rond. Hij liet weten dat dit driemotorige schip een ommekeer in de scheepsbouw teweeg had gebracht. 'Een stoomschip zou slechts één schroef hebben gehad en die schroef moest voor een schip als dit zo groot zijn dat hij in de modder vast zou slaan. Dankzij de dieselmotoren hebben we nu drie kleine sneldraaiende schroeven en een diepgang van 1,60 meter. De maximale snelheid van dit moderne schip is 21 kilometer per uur. Het is ook het eerste schip in zijn soort dat drie dekken heeft. Het idee om zo'n schip te bouwen is van onszelf gekomen, de NSM heeft de bouw daarvan aangedurfd.'

Het voordeel van drie motoren was niet alleen een beperking van de diepgang. De mogelijkheid om de drie schroeven onafhankelijk van elkaar vooruit of achteruit te laten slaan betekende ook dat de stuurman veel gemakkelijker de krappe bochten kon nemen. Toch had men bij het ontwerpen van de stuurinrichting een probleem. Werd voorheen met de druk van stoom het roer gewend, nu moest dat met de hand gebeuren. Vanaf het achterschip zou de roerganger dit niet voor elkaar kunnen krijgen. Vandaar dat er in de voorsteven een roer werd aangebracht, een nieuwtje in die tijd. Ook nieuw voor die tijd was de veel kleinere machinekamer, niet alleen omdat de grote stoomketel onbrak, maar ook omdat olietanks kleiner waren dan de kolenbunkers. Er was dan ook veel belangstelling van andere scheepsbouwers voor de Alkmaar.

Delftsblauw

Aan boord was plaats voor 350 passagiers eerste klasse, 590 passagiers tweede klasse en 360 passagiers derde klasse. Voor de passagiers in de eerste en tweede klasse gold waarschijnlijk alleen maar de luxe waarmee men kon reizen. Alkmaar Packet had bij het ontwerp terdege rekening gehouden met het Hollandse klimaat door beweegbare ramen te monteren. Om de Hollandse sfeer nog meer te benadrukken, hingen er in de kajuit eerste klasse Delftsblauwe tegeltableaus met afbeeldingen van Alkmaar en Amsterdam aan de wanden. De betimmering was van zwaar gelakt eikenhout. Er waren zelfs sofa's waarop de vermoeide reiziger even kon uitrusten bij het licht van kandelaars waarin gloeilampjes waren gemonteerd. Op dat eerste dek bevonden zich ook de eerste klas buffetten, die vanuit een kombuis met twee grote fornuizen werden bevoorraad.

Minder luxe

De passagiers in de tweede klasse van het eerste dek moesten het met wat minder luxe doen. Daar stonden beschilderde houten banken met leren kussens. Het tweede dek was ook ingedeeld in twee klassen. De eerste klasse daarvan was geheel ingericht in de Lodewijk de Zestiende stijl. Op dat tweede dek bevonden zich ook de buffetten tweedeklas die met een speciale lift vanuit het daaronder gelegen kombuis werden bevoorraad.

De luxe was niet alleen weggelegd voor de passagiers van de Alkmaar. Ook aan het personeel werd gedacht. Zo hadden de kaartjescontroleurs hun eigen verblijf. Al met al was het geen wonder dat de Alkmaar tot 1951 het vlaggenschip van Alkmaar Packet bleef.