Herdenking bij de Hell's Fury

06 may 2013
Aalsmeer

Aalsmeer kreeg vooral door de nabijheid van Schiphol vaak met militaire aspecten van de Tweede Wereldoorlog te maken. In de meidagen van 1940 bombardeerde de Luftwaffe 16 van de 17 Nederlandse luchthavens. Na de capitulatie werden door de Duitsers gebruikte vliegvelden door geallieerde (jacht-)bommenwerpers bestookt en gebombardeerd. Rond elke 'Fliegerhorst' werden luchtafweerkanonnen (FLAK) opgesteld, bijvoorbeeld op het boerenland van Lambalk en Van Wees, en achter Pomona aan de Oosteinderweg. Nadat de Luftwaffe Engelse steden langdurig had bestookt, reageerden de geallieerden met een immens tegenoffensief. In Engeland stegen Amerikaanse en Britse eskadrons op met stedelijke en industriële gebieden in Duitsland als doelwit. Berlijn, Hamburg, Dresden, München en het Roergebied werden zwaar gehavend. De FLAK probeerde dag en nacht geallieerde toestellen neer te halen. Boven Aalsmeer en de Westeinder werden vliegtuigen beschoten, vanaf de eerste oorlogsdagen. Als de FLAK een geallieerd toestel raakte en het crashte, ging gejuich op onder pro-Duitse Hollanders, zoals de kliek van M.C. Fehres op de haven van de Nieuwe Meer of - aan het 'Pompplein' - Meerboderedacteur Georg Comello en consorten.

Op 13 december 1943 was een B-26 Marauder van de Amerikaanse Negende Luchtmacht in Essex opgestegen om Schiphol te bestoken. Het toestel, Hell's Fury, telde zeven bemanningsleden. Omstreeks 15.08 werd het met bemanning en al aan flarden geschoten. Twee crewleden kwamen dood neer op de Legmeerdijk, gezagvoerder Sanford redde zich per parachute. De vier anderen stortten neer in het wrak, dat neerkwam waar nu de 'onderwijzersbuurt' is. Sergeant Lynch, die in dezelfde formatie meevloog, maakte vier foto's van de crash. Ontwerper Joop Kok gebruikte die in zijn glazen monument van.

Bij de dodenherdenking op 4 mei werd hier voor het eerst een ceremonie gehouden, georganiseerd door buurt en gemeente. Sursum Corda speelde onder andere Ha-tiqva, een oude melodie en het zionistenlied, dat sinds 1948 het Israëlische volklied is. De elfjarige Torsten Lohuis droeg - 'met hulp van de computer' - een eigen gedicht voor: 'Ik vind twee minuten nog steeds niet genoeg'. Gemeenteraadslid en Nieuw-Oost bewoner Robert van Rijn noemde in zijn speech zijn Poolse grootmoeder, die in de oorlog veel doormaakte: 'Ik vind dat je in zo'n toespraak iets persoonlijks moet leggen.' Met wethouder Van der Hoeven legde hij een krans bij het monument, en de buurt een groot bloemstuk. Bijna honderd mensen woonden de herdenking bij, waaronder een vijftiental brave kinderen in het speelobject. Een aanwezige corrigeerde een aantal rumoerige buurtkids: 'Als je geen respect kunt tonen, moet je hier niet zijn.'