COLUMN Martin Wings: Penningmeester

28 december 2016

Door Martin Wings

Dan denk ik altijd, eindelijk eens een flamboyante penningmeester, het is helemaal geweldig als hij niet met zijn eigen vrouw, maar met een jonge, blonde stoot gevlucht is. Waarom zeg ik dat? Omdat penningmeester altijd het meest lullige baantje is in een bestuur. Het is een baantje ontdaan van elke glamour, je krijgt geen enkele waardering en tijdens het voorlezen van je financieel jaarverslag op de jaarvergadering, gaat men buiten een sigaretje roken.
Er zijn mannen die vijfentwintig jaar penningmeester van een vereniging zijn geweest, maar door geen enkel lid van die vereniging worden herkend.
Wordt u gevraagd om penningmeester te worden, dan garandeer ik u, dat ze dat eerst aan minstens vijf andere personen gevraagd hebben, die allen geweigerd hebben. Denk dus niet dat ze u vragen omdat u zo sprankelend en geniaal bent, meestal hebben ze gewoon een betrouwbare droogkloot nodig. Dat dit ook wel eens misgaat, bewijst het artikel in de krant. Nog erger is het als u gevraagd wordt voor de kascontrolecommissie, dan achten ze u zelfs niet geschikt voor het penningmeesterschap, maar dit geheel terzijde.
Nu moet ik toegeven dat telkens wanneer ik gevraagd werd om in een bestuur zitting te nemen, het altijd om het penningmeesterschap ging. Geloof mij, dat was en is voor mij altijd frustrerend, vooral ook omdat ik te eerlijk ben om er met de verenigingskas vandoor te gaan. Maar ook omdat de verenigingskas plunderen simpelweg niet loonde, omdat er altijd te weinig geld omging in de vereniging.