COLUMN Piet Poell: Kerstmaal

20 december 2016
Roermond

Door Piet Poell

En nu trekt u er soep van. Hij werd toch wel erg lastig de laatste tijd, beet alles kapot en je moest hem ook nog regelmatig eten geven. Niet leuk. Nu is hij zelf eten geworden. Voor de buren is hij natuurlijk gestorven aan een hartkwaal of een losgeschoten ader of een vette bougie of zo. Ocharm, dat beest. Wie had dat gedacht. En het was zo’n levendige rakker. Ja ja, buurvrouw, nog een bakkie soep?
Een bijzonder soepje met lekker veel vetogen, ja wat wil je, je hebt dat beest altijd vetgemest zonder ermee uit te gaan. En nu krijg je het op je bord! 
   Kerstmis is het feest van verbroedering. En straks hebben de Chinezen hier de macht toch overgenomen, want er zijn meer Chinese restaurants in Nederland dan Turkse spionnen of Marokkaanse etterbakken. Dan kun je je maar beter aanpassen. 
   Misschien is er ook wel iets te zeggen voor een Marokkaans kerstfeest, alhoewel, van een aantal Marokkanen dat hier rondzwerft en de boel verziekt, heb ik de buik al vol.
  Dan liever chinees. De biodiversiteit in sommige Chinese restaurants is vaak verrassend groot. De Voedsel- en Warenwet heeft daar veel op tegen, maar ik zeg altijd maar zo: leven en laten leven. Al wandelt je eten de deur uit. Wat dat betreft zijn die sommige Chinese restaurants Hollandser dan sommige Hollandse frietkotten. Friet met Kerstmis vind ik trouwens wel erg platvloers. 
   De biodiversiteit in sommige steden is overigens heel wat gezonder dan in sommige restaurants. Daar wilde ik eigenlijk naartoe. Bioloog en paleontoloog Jelle Reumer heeft daar een paar boeken over geschreven. In een stad leven soorten bij elkaar zoals je dat op het platteland nooit tegen zult komen. Uitheemse parkieten en inheems slechtvalken. Daar ontstaat een heel nieuwe voedselketen met geïmporteerde menu’s, te vergelijken met het Chinese hondenmaal voor ons. Wij passen ons aan, de dieren ook. Sommige diersoorten zullen daardoor verdwijnen, opgevreten tot de laatste hap, en is dat erg? Nee, zegt Reumer, in de hele geschiedenis van de aarde zijn er dieren uitgestorven en nieuwe bijgekomen. 99 procent van de soorten die ooit hebben bestaan, is er gewoon niet meer. Er zijn verwoestingen gepleegd door ijstijden en natuurrampen en nu pleegt de mens verwoestingen. Soorten sterven uit, nou én? Maar de mens ook; de natuur lost hem straks vanzelf wel op. Epidemieën, genociden, massaslachtingen, ach, we beschikken over efficiënte tools om onszelf naar de haaien te helpen. En zo hoort het.
 Als Greenpeace had bestaan toen de dinosaurus en de ammoniet werden uitgeroeid, had het waarschijnlijk collectes georganiseerd. We zijn te week en te zeer gemuteerd tot halve garen om te kunnen voortbestaan.      Kijk maar: het Plan Tureluur probeerde weidevogels terug te brengen in het landschap. In Zeeland heb je rijen populieren naast die weiden. In een van die populieren huisde een buizerd. Die vréét tureluren. Dus hebben ze een hele rij populieren omgezaagd om de tureluur te beschermen. Bezopener kun je het niet hebben!  
   Ik kan me de verontwaardiging van sommige milieuactivisten alweer voorstellen bij die laatste vaststelling. Maar dan heb ik een mooie kerstgedachte:  milieuvriendelijke soep. Alleen zijn die makkers zo zouteloos.
   Geef mij maar iets hartigers met Kerstmis. Mocht u zichzelf met die feestdagen terugvinden in een hondenhok, in een Turkse gevangenis of door alle activisten vergeten maar klemvast in een schoorsteen, gedenk dan dat u ook maar onderdeel bent van de evolutie, die voor u iets eerder op het einde aanstuurt dan voor de rest van uw soortgenoten. Maar die komen ook aan de beurt. Smakelijk alvast.