Column Truus Oudendijk: Kunst...

18 may 2016
Aalsmeer

Kort geleden presenteerde Rob Scholte zijn nieuwe kunstwerken bij DWDD: Embroidery. Allemaal borduursels, verzamelt op rommelmarkten en in kringloopwinkels. Hij hangt ze achterstevoren in hun lijst en presenteert zo pontificaal alle losse draadjes en afgewerkte eindjes. Zet daar ook nog zijn handtekening onder. Geniaal.

Kunstwerken door onbekenden met zoveel liefde gemaakt en door niemand meer gewaardeerd. De expositie is tot half september te zien in museum De Fundatie.

We kennen ze allemaal, dat huilende zigeunermeisje of die Sil de Strandjutter. Mooi van lelijkheid. Ik zie nog mijn oude moeder zitten; borduurwerk op schoot, draden wol in allerlei kleuren geselecteerd, 100 watt lamp erboven en voor de zekerheid ook de loep erbij. 'Mam je moet een nieuwe bril.' 'Kind, hoe kom je erbij. Ik kan prima zien.' De ene kruissteek na de ander ging over een afbeelding van een middeleeuwse diamantslijper of iets dergelijks. 'Hoe vind je het?' 'Prachtig' loog ik. Je gaat een moeder van in de tachtig tenslotte niet afvallen. Bovendien hing hij straks toch bij haar aan de muur. Een half jaar later kreeg ik het kreng cadeau. Ze had eerst mijn dochters nog gepolst: 'Denk je dat mama het mooi vindt? 'Zeker', zeiden die vals. En tegen mij: 'We durfden geen nee te zeggen mam, ze had er ook nog er een hele dure lijst om laten maken,'

Een kennis van mij deed dat beter, zij kreeg bij haar 'housewarming party' een gedrocht van allemaal paarse draden cadeau. Voor op de natuurstenen muur in hun nieuwe bungalow. Een creatieve uitspatting van een vriendin die net de workshop textiele werkvormen achter de rug had. 'Het was afschuwelijk' verzuchtte de kennis. 'Net rooie kool voor en na de zeef'

Verlies je niet in excuses van 'niet de juiste kleur' adviseerde haar man, 'want dan heb je over een maand een variant in groen of blauw. Zeg gewoon dat je hem niet wil.' De muur is zichzelf gebleven, hoe het met de vriendschap is afgelopen weet ik niet.

Die strategie durfde ik bij mijn moeder niet aan. Dus ik riep 'oh' en 'ah' en 'dank je wel', en tegen manlief 'wat moet ik ermee?' 'Ophangen' zei die. ' Kan jou het schelen'. Het orgel kreeg een prominente plaats aan de schoorsteen en ik ontwikkelde een talent voor 'als je er niet naar kijkt, dan is het er niet.' Heeft een paar jaar gewerkt. Tot we de kamer gingen schilderen. Toen moest het van de muur en met het excuus 'we moeten nog het een en ander ophangen' heb ik het jarenlang boven in de kast laten staan. Maar nu ga ik het nieuw leven inblazen. Ik sloop de achterkant eraf, verf die vreselijke eikenhouten lijst in een hippe kleur en hang het borduurwerk er achterstevoren in, als postuum eerbetoon aan mijn moeder. Al ben ik bang dat er geen los draadje te zien is, ze was pijnlijk netjes. Als ze het weet, keer ze zich om in haar graf. Maar dat kan, we hebben het pas nog opgeknapt.