Bekende Aalsmeerder Theodore van Houten is overleden

11 april 2016
Aalsmeer

En dat is Theodore zeker. Zijn naam zal nog lang voortduren, want, hij schreef geschiedenis.

Toen de Aalsmeerder Courant ter ziele ging, vroeg toenmalig hoofdredacteur Eddie de Blieck of ik zijn columnist, Theodore, wilde overnemen voor het Witte Weekblad Aalsmeer. En ja, dat wilde ik graag, maar dat heb ik geweten.

Onder het pseudoniem Floris T, met een foto van het beeld Flora bij het gemeentehuis, begon Theodore wekelijkse bijdragen aan te leveren. Deze columns waren goed, want ze riepen vaak veel reacties op, zelfs woedende. Hoe vaak ik wel niet als redacteur tot verantwoording ben geroepen, door mensen die zich beledigd voelden door zijn epistels, is niet op een hand te tellen. Ik herinner mij de leerlingen van het Amstelveen College, van wie Theodore last had gehad in zwembad De Waterlelie, omdat zij zich daar zouden hadden gedragen als joelende mongolen. Dit is nog net geen rechtszaak geworden.

Erger nog, waren de reacties op zijn artikelen over het NSB-verleden van Aalsmeer. Hij zag het als zijn taak om dit tot op de naad uit te zoeken en pluisde hele archieven uit. Ik kreeg smeekbedes van de kinderen van deze NSB'ers, om deze artikelen s.v.p. niet te plaatsen. Omdat ik geen idee zou hebben, wat deze verhalen zouden aanrichten, bij de families, die er tenslotte ook niets aan konden doen.

Maar ik koos ervoor om deze verhalen wel te plaatsen. Hoe erg ik het ook vond voor deze families. Het was een stukje geschiedenis en van de geschiedenis moeten we leren. Theodore schreef over deze Aalsmeerse NSB'ers; zij werden neergezet als intelligente personen die ervoor kozen om met de vijand te heulen. Hij beschreef waardoor dit kwam en dit vond ook ik te belangrijk om in de doofpot te stoppen.

Verder had Theodore nog een specialisatie; die van de stomme film. In de zin van het tijdperk van de opkomst van de film, eind 19de eeuw, die nog niet voorzien was van geluid. Maar soms wel begeleid door strijkorkesten bij de vertoning. In De Oude Veiling introduceerde Theodore 'de toverlantaarn' van Christiaan Slieker, de voorloper van de bewegende film.

Toen Theodore nog maar pas columnist bij ons was, organiseerden wij een borrel voor onze correspondenten en fotografen in Café De Manen, in Amstelveen. De borrel werd druk bezocht, maar Theodore kwam niet opdagen. Wie schetst mijn verbazing, toen ik later thuis kwam, net op tijd voor De Wereld Draait Door en ik notabene Theodore daar zie zitten, ondervraagd door een belangstellende Matthijs van Nieuwkerk, over het fenomeen de stomme film.

'Ja sorry hoor', zei hij later tegen mij. 'Ik zou al om zes uur opgehaald worden door een taxi om mij naar de studio in Hilversum te brengen.' En ik begreep, ja, dat ging voor.

Theodore was een intelligente, authentieke persoonlijkheid. Hij was wie hij was en hij mocht je, of niet. Een tussenweg was er niet.

Ik ben blij dat ik hem gekend heb en dat hij schreef voor mijn krant. Theodore, mijn naamgenoot.