Moordenaarswesp teruggekeerd naar Hartekamp

18 september 2015
Heemstede

Frappant detail is dat een hoornaar gisteren werd gevangen op de Hartekamp in Heemstede waar uitgerekend Carolus Linnaeus in 1758 de soort voor het eerst wetenschappelijk beschreef. Terug van weggeweest, zo gezegd.

Alhoewel het vliesvleugelige insect in Nederland en Belgiƫ geen zeldzaamheid is, worden ze in Nederland het meest waargenomen in het oosten. Het dier behoort tot de echte wespen of papierwespen (Vespinae), en is met een lengte van 3 cm circa anderhalf maal zo groot als een gewone wesp. Koninginnen kunnen nog iets forser zijn met circa 3,5 cm. Opvallend zijn de roodbruine kop en borststuk. De hoornaar - die in de volksmond abusievelijk ook wel 'horzel' wordt genoemd - maakt een vrij luid zoemend vlieggeluid. Maar ondanks z'n imposante verschijning, is de hoornaar minder agressief dan de gewone wesp. Een steek doet wel meer pijn dan van een honingbij, maar het gif is minder sterk.

De hoornaar jaagt voornamelijk op vliegen en muggen. Ze vermalen gevangen insecten in hun kaken om ze als papje aan de larven te voeren. Vandaar de naam 'moordenaarswesp'. Wetenschappers melden dat ook libelles soms prooi zijn. In Aziatische landen zijn de hoornaars berucht voor het leegroven van bijennesten. Van de Europese soort is dit gedrag niet bekend, volgens Wikipedia. Maar imker Pim Lemmers uit Heemstede bestrijdt dat.

"De hoornaar winkelt wel degelijk ook bij bijen. Ik heb het beestje vorig jaar nog de kop van een bij zien afknippen. In het Groenendaalse bos zag ik ooit een reuze hoornaar. Heel beangstigend." Volgens Lemmers duikt de hoornaar de laatste tijd steeds vaker op in het westen.