'Schildmuur Capelse burcht was metersdik'

07 july 2015
Capelle aan den IJssel

Op de plaats waar de kastelen gestaan hebben, heeft het onkruid vrij spel, in afwachting van de nieuwe plannen. Onzichtbaar eronder rusten de tastbare restanten van de 'Heerlykheid Capelle': de fundamenten van zes verschillende bouwwerken uit de afgelopen 750 jaar. Amateur-historicus Bolkestein (1937) wijst de contouren ervan aan, op de plattegrond op een informatiebord nabij de hefbrug. De teksten erbij heeft hij geschreven. Ook bij de huidige plannen was hij betrokken, binnen de adviescommissie van de Historische Vereniging Capelle aan den IJssel.

Hij tikt op een rode rechthoek op de plattegrond. "Dit was het eerste en kleinste huis dat hier stond. Ridder Dirc Traveys, heer van Moordrecht, heeft het hier waarschijnlijk rond 1275 laten bouwen. Hij was onder de graaf van Holland leenheer over het ambacht Moordrecht: een gebied van de Gouwe tot het ambacht Kralingen."

Deze eerste woning beschouwt Bolkestein als "een soort bouwkeet." Niet lang erna verrees er namelijk een kleine, imponerende burcht omheen: een donjon met vier torens, schietgaten en aan de zuidzijde een schildmuur van wel drie meter dik. Kort daarop werd het huidige IJsseldorp een zelfstandige ambachtsheerlijkheid: na Dirc Traveys' overlijden in 1395 kregen drie van zijn zonen respectievelijk de ambachten Moordrecht, Nieuwerkerk en Capelle in erfleen. "De vierde zoon kreeg onder meer de visrechten op de lengtehelft van de Hollandsche IJssel."

Buskruit
Het Capelse kasteel was geen lang leven beschoren: na nog geen zeventig jaar ging het tegen de vlakte. Bolkestein: "Dat gebeurde tijdens de eerste van de Hoekse en Kabeljauwse twisten, na het kinderloos overlijden van graaf Willem IV van Holland." De toenmalige heer van Capelle steunde in deze machtsstrijd –die uiteindelijk bijna 140 jaar duurde– de Hoekse edelen. Bolkestein: "Net als al zijn erfopvolgers erna. Dat was hun pech, want de Hoeken verloren telkens. In die tijd brak de winnende partij vaak de kastelen van de verliezers af, dus dat gebeurde hier ook, in 1351."

Philips van Polanen, de toenmalige leenheer, mocht vervolgens wel een edelmanswoning bouwen, mits die niet verdedigbaar was. Maar rond 1390 begon zijn zoon Philips II van Polanen toch weer aan een kasteel. Bolkestein wijst de omtrekken hiervan aan op het bord. "Die dikke muren hadden trouwens helemaal geen zin meer: het buskruit was inmiddels uitgevonden. Maar duidelijk niet door hem."

Philips II's pogingen duurden niet lang. Binnen twee jaar liet de toenmalige graaf van Holland zijn half voltooide vesting afbreken. Bolkestein: "Dat gebeurde nadat diens maîtresse was vermoord. De Kabeljauwen wisten namelijk vrij zeker dat de Van Polanens hierachter zaten."
Philips II van Polanen bouwde hierop iets noordelijker in Capelle een edelmanshuis. Het sloteiland raakte eeuwenlang in de vergetelheid. Toch moest zijn langste glorietijd nog komen.

Volgende week deel 2 (slot): 'Er kwam zelfs een dubbele gracht, puur om indruk te maken.'