Kettinggesprek: 'Tamelijk ruim tijd voor cliënt'

01 june 2015
Kudelstaart

Petra van Zijverden, met wie we vorige week spraken, is haar buurvrouw. Zij vraagt zich af of Sylvia in de praktijk al veel merkt van de bezuinigingen in de zorg.

Sylvia: 'Nee; gelukkig niet. Er is nu een onderscheid gemaakt tussen de thuiszorg en de wijkzorg. De thuiszorg betreft het huishoudelijke gedeelte en daar worden ze met bosjes ontslagen vanwege bezuinigingen. Ik werk in de wijkzorg en daar is volop werk omdat het streven is om de mensen zolang mogelijk thuis te laten blijven. Het is wel triest dat er op huishoudelijk hulp wordt bezuinigd, want mensen hebben soms al jarenlang dezelfde vaste hulp en moeten die nu missen. Collega's uit de thuiszorg willen ook graag hun vaste cliënten behouden, dat is voor beide partijen veel prettiger. Maar helaas denken ze daar op het hoofdkantoor anders over. En dat is heel jammer.'

Wat houdt wijkzorg in?

'Douchen, wassen, helpen met aankleden, medicijnen geven, wondverzorging, dat soort dingen. Soms vragen cliënten ons ook om iets langer te blijven omdat ze weer een nieuwe huishoudelijke hulp krijgen. Vaak zijn ze daar heel emotioneel over. Ik doe dat dan ook.'

Heb je daar wel tijd voor?

'Ja, is er tamelijk ruim tijd voor een cliënt. We hebben wel tien procent moeten inleveren, maar er blijft gelukkig tijd genoeg over om dat soort dingen te doen.'

Dat klinkt positief, ik had meer kommer en kwel verwacht.

'Dat is er natuurlijk ook. Mensen mogen wel langer thuis blijven, ze hebben zelf een stem daarin, maar soms kom je wel heel schrijnende gevallen tegen. Wij kunnen wel adviseren dat het beter is als ze naar een verzorgings- of verpleeghuis gaan, maar als ze dat zelf niet willen, gebeurt dat niet. En dan krijg je wel heel zware zorg; naar mijn mening soms zelfs onverantwoord. Voornamelijk bij demente mensen.'

Als je verstandelijke vermogens minder worden, lijkt het mij ook veel moeilijker om zelfstandig te blijven, dan wanneer je lichamelijk iets mankeert.

'Dat is ook zo. Wij komen ook bij mensen die de hele dag op bed liggen, maar dat gaat prima. Hun hoofd is nog helder en ze kunnen goed aangeven wat ze willen. Wij kunnen maximaal zes zorgmomenten per dag leveren, dus als er iets is zijn we vrij snel bij ze. In zo'n geval komen we's morgens voor wassen, aankleden en ontbijt, om 12.00 uur voor de lunch, in de middag brengen we iets te drinken en rond etenstijd warmen we een maaltijd op. In de avond helpen we om een cliënt voor de nacht klaar te maken. Bij een terminale indicatie is er ook iemand 's nachts. We streven er wel naar dat telkens dezelfde persoon aan het bed komt.'

Waarom heb je voor dit beroep gekozen?

'Ik vind het gewoon hartstikke leuk. Ik heb hiervoor jaren in een verpleeghuis gewerkt. Maar toen mijn man werkeloos werd, heb ik een tijdje ingevallen in de wijkzorg. Ik bleef dat maar leuk vinden. Helaas kon ik niet genoeg werkuren maken, omdat er geen middagdiensten waren. Die heb je nu wel. Toen ik een advertentie zag bij Amstelring voor wijkzorg, dacht ik: 'nu ga ik het doen ook.'

Maar er is een moment in je leven geweest dat je voor de verpleging hebt gekozen. Wanneer was dat?

'Dat wilde ik altijd al. Als kind speelde ik zustertje, en mijn poppen waren mijn patiënten. Ik heb eerst de INAS opleiding gevolgd en ben toen begonnen in het ziekenhuis in Leiderdorp. Daar heb ik mijn opleiding gevolgd. Maar werken in een ziekenhuis vond ik niks. Het zijn altijd maar korte verblijven, mensen komen en gaan. Toen ben ik over gestapt naar een verpleeghuis en daar heb ik gewerkt tot mijn oudste dochter geboren werd.'

En toen hield het op?

'Ik ben zeven jaar thuis gebleven. Daarna ben ik weer gaan werken, maar mijn diploma's waren inmiddels verlopen. Ik moest allemaal bijscholingen gaan doen, maar daar had ik geen zin in. Nu werk ik als verzorgende en dat is net zo leuk. De kennis heb ik toch wel, die kunnen ze mij niet afnemen. Een infuus aanbrengen mag ik niet. En ook mensen die met een kunstader naar huis komen, een Portocat, mag ik niet verzorgen. Dat zijn specifiek verpleegkundige handelingen. Maar verder doe ik alles, dus waarom zou ik dan weer naar school gaan? Zo'n Portocat komt trouwens relatief gezien maar weinig voor. En mocht het echt nodig zijn, dan kan ik binnen Amstelring altijd nog een cursus volgen.'

Je ervaart dus wel dat mensen ondanks hun beperkingen toch het liefste thuis blijven?

'Zeer zeker, dat horen we zo veel. Zo gauw mensen iets gaan mankeren is er de schrikreactie: 'Oh, als we maar niet naar een verzorgingshuis moeten.' 'Wacht het maar rustig af,' zeggen wij dan. Zoals het nu gaat kunnen wij u nog helpen.' En dat is altijd een hele geruststelling.'

Toch lijkt het mij heel eenzaam.

'Maar dat is ook zo; er is heel veel eenzaamheid onder de mensen. Vaak zeggen ze heel stoer: 'ik vermaak me wel', maar dan hoor je toch ook dat er niemand bij ze op bezoek komt. Dat vind ik dan wel erg. Wij zijn vaak het enige aanspreekpunt op de dag. Daarom verdeel ik het ook altijd. We mogen 's morgens bij iemand koffie drinken, maar ik zorg er wel voor dat dat niet altijd bij dezelfde persoon is. En ze vinden het altijd geweldig als we nog even blijven.'

Wie nodig je uit voor het volgende gesprek?

'De zoon van Petra, Peter van Zijverden. Ik begrijp al niet dat ze mij uitnodigde in plaats van hem. Daarom doe ik het. Peter is 25 en een meubelmakers bedrijf begonnen. Ik vind dat zo knap. Ik ben benieuwd hoe het is om op zo'n jonge leeftijd al zoveel verantwoording te nemen.'