'Agressieve zoon is de schuld van de vader'

15 april 2015
Leiden

Uit de overzichtsstudie die Endendijk uitvoerde op basis van 126 bestaande onderzoeken, bleek dat vaders en moeders meer negatieve gedragsregulerende strategieën (zoals commanderen, dreigen en fysiek straffen) gebruiken bij jongens dan bij meisjes. Tot nu toe was echter onduidelijk welke rol deze verschillende manieren van opvoeden spelen in de ontwikkeling van verschillend gedrag van jongens en meisjes.

Om dat te weten te komen deed Endendijk een observatiestudie. Vier jaar lang bezochten zij en haar collega's jaarlijks 390 gezinnen met twee kinderen. Ze bekeek of ouders verschillende opvoedstrategieën hanteren, bijvoorbeeld wanneer kinderen niet aan aantrekkelijk speelgoed mogen komen en ongehoorzaam zijn. Ook hieruit bleek dat ouders, en met name vaders met stereotiepe ideeën over jongens en meisjes, hun zoon meer fysiek aanpakten dan hun dochter.

Zo vader zo zoon

Endendijk ontdekte echter ook dat als vaders meer fysiek ingrepen bij jongens (zoals het kind vastpakken of tegenhouden) dit een jaar later tot meer agressief gedrag bij jongens dan bij meisjes leidde. Het opvoedgedrag van de moeder bleek geen effect te hebben op de verschillen in agressief gedrag tussen jongens en meisjes.

De verschillende behandeling van jongens en meisjes kan volgens Endendijk verklaard worden vanuit het idee dat ouders, en met name vaders, de opvoeding van hun kroost aanpassen aan de rollen die zij later gaan innemen in de maatschappij. Bij zoons worden kenmerken aangemoedigd die traditioneel passen bij de mannelijke rol van kostwinner, zoals dominantie en assertiviteit, terwijl bij dochters kenmerken worden aangemoedigd die passen bij de vrouwelijke verzorgende rol, zoals behulpzaamheid en vriendelijkheid.

Onbewust

Volgens Endendijk is dit een onbewust proces. 'We zien namelijk dat vaders met traditionele ideeën over gender, jongetjes en meisjes daar onbewust naar behandelen', aldus de promovenda. 'Deze bevindingen wijzen op een proces waarin genderstereotypen leiden tot een verschillende behandeling van zoons en dochters door vaders. Dit leidt vervolgens tot genderverschillen in gedrag van kinderen. Gezien het onbewuste karakter van dit proces is het van belang ouders daarover voor te lichten, zeker als de verschillende opvoeding van jongens en meisjes leidt tot negatieve uitkomsten.'