De historie van IJsselmonde (24): Kasteel van IJsselmonde

17 february 2015
Rotterdam

Door de eeuwen heen hebben er verschillende kastelen in IJsselmonde gestaan. Het allereerste kasteel stamt uit 1072 en het laatste kasteel wordt in 1900 afgebroken. Daarna is het niet meer opgebouwd. Wel blijft het koetshuis bestaan en dat doet in de loop der tijd onder meer dienst als smederij, modewinkel, restaurant en trouwlocatie.

Het eerste kasteel 
De oude naam voor IJsselmonde, Islemunda verschijnt voor het eerst in de geschiedenis in 1072 in verband met de bouw van het eerste slot door de Utrechtse bisschop Willem van Gelder, een versterking aan de monding van de Hollandse IJssel.

Dit latere kasteel werd gebruikt om tol te heffen op voorbijkomende schepen en ter bescherming van de waterwegen van en naar Utrecht. Helaas voltooide van Gelder zijn bouwwerk niet aangezien hij overleed in 1076. De nieuwe bisschop Koen van Schwaben bouwde het slot af en besteedde veel zorg om het onneembaar te maken. Hier bleek hij echter niet in te slagen. Graaf Dirk de Vijfde werd door zijn stiefvader Koning Willem I van Engeland naar IJsselmonde gestuurd. Met een machtige vloot veroverde hij de Maas voor de mond van de IJssel. Ook het slot werd door Dirk de Vijfde veroverd en Koen was gedwongen zich over te geven. Na de verovering van het slot werd het met stenen gebombardeerd, waardoor de voorburcht bezweek en met vlammende pekkransen en door vlas omwonden lansen werd het in brand gestoken. Volgens oude geschiedenisschrijvers moet het kasteel gestaan hebben in de Storm polder aan de mond van de IJssel en vernoemd als herinnering van de bestorming op het slot, maar ook hiervan is geen enkel bewijsmateriaal aanwezig.

Het tweede kasteel
Volgens Wouter van Gouthoven (1577-1628) werd in zijn boek D'oude Cronycke van Historien van Holland in 1483 door Floris Oem het tweede slot gebouwd en wel op dezelfde plaats waarop het in 1900 gesloopte kasteel stond. Volgens verschillende geschiedschrijvers zou het slot, dat een rol gespeeld heeft in de Jonker Frans oorlog, na de verwoesting in 1489 op een andere plaats herbouwd zijn.

Tijdens de opgraving in 1972 vond een onderzoek de oude funderingen van het in 1900 gesloopte kasteel plaats. Daarbij kwam aan het licht dat bovenstaande conclusie niet op waarheid berust. Tijdens de opgraving heeft men namelijk en vrij nauwkeurige fundatie in de vorm van een rechthoek van het kasteel van Oem aangetroffen. In de 16e eeuw heeft het kasteel twee grote verbouwingen ondergaan, waardoor het deze vorm kreeg.  

In 1540 komt het kasteel in het bezit van Henrik van Merode, die het kocht van Joost Oem van Wijngaerden. Tot 1664 was het kasteel bewoond door de Merodes. Na 125 jaar kwam het in bezit van de Zeeuw Adriaan Lampsins.

Het derde kasteel
Adriaan Lampsins vindt het ruim 100 jaar oude kasteel mooi, maar ouderwets. Hij geeft opdracht voor een grondige verbouwing. Zo grondig dat er eigenlijk een nieuw kasteel gebouwd wordt op de plek van het eerdere kasteel. Adriaan wil een rechthoekig kasteel met op elke hoek een toren. En hij laat gelijk ook een echte slotgracht aanleggen. Achter het kasteel komt een grote tuin met veel vijvers. Daar kan hij zelf niet lang van genieten, want hij gaat bijna meteen dood. Zijn weduwe verkoopt het kasteel met alle grond en titels in 1685 aan Jean de Mey, die IJsselmonde de paardenmarkt bezorgde. Als Jean de Mey sterft, laat hij het bezit in IJsselmonde na aan zijn nichtjes. Eén daarvan is Cornelia Hechtermans, de vrouw van Claes Bichon. Zij koopt haar zusje uit. Op 7 april 1724 komt het kasteel in handen van Claes en Cornelia.

Het einde van het kasteel
In het jaar 1900 maakt IJsselmonde de grootste verandering door sinds eeuwen. Het feodale of adellijk recht was al voor een groot deel ingeperkt na 1813 en deels ook vrijwillig afgestaan. De ambachtsheer van IJsselmonde had echter nog altijd grote stukken land in zijn eigendom en had nog een aantal kerkelijke rechten. Zo was Bichon als landheer tevens Opperkerkvoogd.

IJsselmonde was begin 20e eeuw geen rijke gemeente. En zowel de verbindingen over land als via het water stonden onder druk. De gemeente had behoefte aan een nieuwe aanlegsteiger.

Burgemeester PF. van Slijpe was in 1894 C.A. Molenaar opgevolgd. Met toestemming van de Gemeenteraad werd besloten om de Minister van Waterstaat te verzoeken subsidie te verlenen voor een aan te leggen steiger. Die medewerking werd verkregen maar de Ambachtsheer Mr Cornelis Bichon was het hier niet mee eens. Het is lastig om achteraf precies te reconstrueren waar het fout is gegaan. Wellicht botsten vooral de karakters van de burgemeester en de kasteelheer. Aanvankelijk leek er geen vuiltje aan de lucht. In februari 1899 doet Bichon nog een schenking aan de gemeente. Maar daarna gaat het in ras tempo fout.

De grond die toegang moest geven was in bezit van Bichon. En om de een of andere reden bezag hij het handelen van de gemeente (de Burgemeester?) als een inbreuk op zijn rechten. Bichon liet de toegang tot het water blokkeren met een heining, die prompt door de gemeente werd weggehaald. Dit herhaalde zich diverse malen, waardoor de afscheiding de bijnaam “dronken heining” kreeg. Hierna liet Bichon de toegangsweg blokkeren met een rij tonnen, van twee meter hoog en gevuld met aarde.

De machtspolitiek over en weer kon door persoonlijke onderhandelingen niet meer verbeterd worden en een procedure bij de rechtbank was onvermijdelijk. Juridisch gezien ging het hele conflict over de vraag of Bichon al dan niet eigenaar was van de veerdam en het aangrenzende perceel. Uiteindelijk won Bichon de rechtszaak. In de loop van de tijd is er een negatief beeld blijven hangen over de handelwijze van Bichon. Was het niet een laatste stuiptrekking van vergane adellijke glorie? Maar wat kan men van een advocaat en procureur eigenlijk anders verwachten dan dat hij zijn recht zoekt? Of de Gemeente of Bichon redelijker had moeten zijn is ook moeilijk meer uit te maken. Inmiddels had Bichon ook vrijwillig afstand gedaan van zijn kerkrechten.

Procedure gewonnen, kasteel verloren
Het verhaal gaat dan verder. Toen Bichon het pleit gewonnen had, schonk hij de grond aan de gemeente, maar besloot tevens IJsselmonde te verlaten en het kasteel te laten afbreken. In 1900 wordt het kasteel afgebroken en de parkachtige tuin wordt verwijderd. Het koetshuis uit 1679 blijft wel bestaan.

Zo verdween het kasteel, dat een paar eeuwen lang een sieraad van IJsselmonde is geweest. En misschien zit hierin ook wel de oorzaak van het bezwaar van Bichon. Het kasteel was een sieraad voor en niet van IJsselmonde. Het was privé-eigendom en geen publiek bezit. Bichon was als privépersoon verantwoordelijk en aansprakelijk voor alle lusten en lasten. Er moet ook niet te gering gedacht worden over die lasten, belasting en onderhoud. Dat het Bichon niet uitsluitend om geld te doen was, bewijst ook wel dat hij de grond en de strekdam daarna om niet aan de gemeente schenkt. Schilderijen en inventaris van het Kasteel kwamen onder andere in museum Boijmans terecht. Veel van de planten en bomen uit de tuin vonden een plaats in de Diergaarde van Rotterdam.

De strekdam is er gekomen, maar één venijnig puntje is daarbij nog overgebleven. Bichon, die veel grond op IJsselmonde in bezit had, legde op die gronden een erfdienstbaarheid, dat inhield dat daarop gedeeltelijk niet gebouwd mocht worden. Daaronder viel ook het stuk grond tussen sluis en strekdam dat tot 1929, het jaar van vertrek van burgemeester Van Slijpe, braak gelegen heeft. Eerst onder zijn opvolger zou een nieuw tijdperk aanbreken.

Toch trok Bichon zich zeker niet verbitterd terug en bleef hij IJsselmonde zondermeer een warm hart toedragen. Dit blijkt uit correspondentie die hij in 1909 voerde met het Gemeentearchief Rotterdam, het archief van het Koninklijk Huis en de Koninklijke Bibliotheek om achter de waarheid van de voorstelling op het beroemde schilderij 'Gezicht op IJsselmonde' uit 1618 te komen. Ook zijn eerdere bod in 1905 op het schilderij van Jan van Goyen, dat helaas naar Amerika vertrok, wijst op zijn onverholen en warme belangstelling voor IJsselmonde.

Het blijft jammer van het kasteel.

Deel 1: Een overzicht van de historie
Deel 2: De opkomst en ondergang van Piet Smit
Deel 3: De Paardenmarkt
Deel 4: De Adriean Janszkerk
Deel 5: Het eiland van Brienenoord
Deel 6: De Beverwaard
Deel 7: Lokale sporthelden
Deel 8: Het Sportdorp
Deel 9: Feyenoord en De Kuip
Deel 10: De rivieroever
Deel 11: Smeetsland
Deel 12: Zomerland
Deel 13: Lombardijen
Deel 14: Bestuur 
Deel 15: Oud-IJsselmonde
Deel 16: IJsclub Thialf
Deel 17: Oorlog en bevrijding
Deel 18: Van Brienenoordbrug
Deel 19: Het Eiland van Brienenoord II
Deel 20: Nederlandse Aardolie Maatschappij
Deel 21: Zonnetrap
Deel 22: Volkstuinvereniging van Brienenoord
Deel 23: Reijeroord