Matthijs de Jong over de Bijbel in Gewone Taal

19 december 2014
Leiderdorp

Door: Michael Korbee

Weer een vertaling van de Bijbel. Zijn er niet al genoeg en wie zit daar nu op te wachten? 'Het Nederlands Bijbelgenootschap signaleerde jaren geleden al de behoefte bij veel mensen aan een bijbel die duidelijk en begrijpelijk is. Met dat doel is de Bijbel in Gewone Taal (BGT) gemaakt', antwoordt Matthijs de Jong. De oplagecijfers tonen vooralsnog het gelijk van het Bijbelgenootschap aan. De eerste oplage van 65.000 exemplaren was binnen een week uitverkocht, de tweede van 55.000 exemplaren verscheen eind oktober en een derde oplage van wederom 65.000 bijbels eind november.

Maar toch. In 2004 nog verscheen de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV), de opvolger van de vertaling uit 1951, die zijn wortels kent in de Statenvertaling uit 1637. De NBV is ook een vertaling vanuit de bronteksten naar hedendaags Nederlands, dus wat is het verschil met de BGT? De Jong: 'De NBV wil een 'kanselbijbel' zijn, een Bijbel die gebruikt wordt in de kerk - zowel protestants als katholiek. Het moest de nieuwe standaardvertaling worden. De samenstellers hebben bij het vertalen gebruik gemaakt van de volledige woordenschat van de Nederlandse taal. Om zo dicht mogelijk bij de bronteksten te blijven en om de kleur en de talige rijkdom van de teksten in de vertaling te laten doorklinken. Prima, maar dat betekent wel dat dit een vertaling is die veel vraagt van de lezer. De BGT dient een ander doel. Het wil een Bijbel zijn zonder taaldrempel, die duidelijk en begrijpelijk is. Het vermijdt moeilijke of onbekende woorden. In de BGT staat daarom gewoon 'boot' in plaats van ark en 'voorbeeld' in plaats van 'gelijkenis'.

Maar 'gewoon' is de Bijbel natuurlijk niet. 'Een term als 'gerechtigheid' bijvoorbeeld is in de brontekst - geschreven in het Hebreeuws, Aramees of Grieks - vaak één woord dat overal gebruikt wordt', licht De Jong toe. 'Zo'n term kent meerdere betekenissen, die steeds net een andere nuance of een ander kenmerk belichten. In de BGT wordt altijd gekozen voor de betekenis die zo'n term in de context heeft. Soms is dat 'de redding die God wil geven', en soms is het 'doen wat God van ons vraagt'.

Brengt dat niet het risico met zich mee, dat de vertaler niet alleen vertaalt, maar ook uitlegt wat de tekst zou moeten betekenen? De Jong meent van niet: 'Het gaat niet om uitleg, het gaat om begrijpelijkheid.' Er hebben aan iedere tekst vier vertalers gewerkt - kenners van de bijbelse talen en neerlandici - die elkaars werk controleerden. Vervolgers waren er zogeheten meelezers, waaronder de Stichting Makkelijk Lezen, die er op letten of teksten wel te begrijpen zijn. 'Wat je wilt is dat mensen die de Bijbel lezen, zich niet als eerste afvragen: wat staat hier? Maar: wat vind ik van datgene wat ik lees? Wat betekent dit, ook voor mij?'

Is het doel van het Bijbelgenootschap dat iedereen nu de Bijbel gaat lezen? De Jong nuanceert: 'Veel mensen hebben een bepaald gevoel bij de Bijbel. Dat zijn niet alleen christenen die elke zondag in de kerk zitten, maar ook mensen die één stap buiten de kerk staan. De Bijbel moet uitnodigend zijn voor hen die er nieuwsgierig naar zijn. De kloof die er is tussen de oude tekst en de hedendaagse tekst is heel groot. De BGT is een manier om deze te overbruggen.'