De gevallen muur...

12 november 2014
Aalsmeer

Mijn eerste bezoek aan Berlijn was april 1973 een studentenexcursie. Hoe naïef kun je zijn, als je twintig bent? Het bier in Oost-Berlijn smaakte meer dan voortreffelijk, dat moet gezegd. En had de DDR niet zulke fantastische kunstenaars voortgebracht als Bertolt Brecht, Lotte Lenya, Hanns Eisler, Paul Dessau? Wat was er dan toch mis met die DDR? Ze hadden immers Alexanderplatz en de Trabant?

Aalsmeerse econoom in Oost-Berlijn

Een Aalsmeerse econoom werd directeur van de Nederlandse Kamer van Koophandel in Oost-Berlijn. Dat leidde er toe, dat veel Aalsmeerders met een toeristenvisum of dagvisum (8 DM) een kijkje over de muur gingen nemen. In de eerste week van januari 1981 reisde ik - net als een hele verzameling Aalsmeerders - naar Eisenach in de zuid-west punt van de DDR. Hier was J.S. Bach geboren. Op een bergtop stond daar de Wartburg, de vesting waar Luther in 1521 het Nieuwe Testament in de volkstaal vertaalde, en waar in 1207 een beroemde 'zangersoorlog' plaatsvond, een soort songfestival met de legendarische minstrelen Walter von der Vogelweide en Wolfram von Eschenbach als hoofdfiguren. Richard Wagner situeerde zijn opera Tannhäuser op de Wartburg. Daar vond een Oostduits-Aalsmeerse bruiloft plaats, waar een nadrukkelijk nuchtere StaSi figuur nogal opviel. Bij het passeren van het IJzeren Gordijn bij Eisenach deden de grenswachten erg moeilijk bij auto's die de DDR verlieten. Met een spiegel op een steekkar werd onder de wagens gekeken. Overal werd met zaklampen in geschenen. Jelle Atema, met wie ik mee reed, verzuchtte: 'Sjongejonge, er zál er toch eens eentje ontvluchten...' Hij voegde eraan toe: 'Het zijn moffen, én het zijn communisten, geen beste combinatie.' Jelle had ook nog verse Nederlandse tomaten en andere groenten bij zich voor het bruidsmaal, dat hadden ze in DDR allemaal niet.

Trouwfoto met feestelijk uitgedoste Aalsmeerders

Toegegeven, toen viel bij mij pas het kwartje inzake de Deutsche Demokratische Heilstaat. Een trouwfoto met alle gasten liet het verschil zien tussen de feestelijk uitgedoste Aalsmeerders en de nauwelijks modieuze Oost-Duitsers, in hun deprimerende vooroorlogse kleuren.
Vier jaar later moest ik weer in Oost-Berlijn zijn. Ik had een walkman, toen ik van West-Berlijn een paar keer op een dagvisum naar Oost ging. Bij de douanepost Friedrichstrasse werd ik met mijn walkman aangehouden: 'Wat staat daarop?'

Geluidsbanden verboden

Ik antwoordde: Ludwig van Beethoven, viertes Klavierkonzert, G-dur, gute deutsche Musik. 'Weet u niet, dat het verboden is, geluidsbanden mee te nemen uit de Duitse Democratische Republiek?' Ik antwoordde, dat ik het niet geweten had.
'Was ist auf der anderen Seite?'
Beethoven, zweites Klavierkonzert, c-Moll, auch sehr gute, deutsche Musik.
'Kommen Sie mit!'
Ik werd naar een medisch kamertje gebracht. Er hingen witte jassen. In een kast lagen langwerpige instrumenten, waarmee men in een zekere lichaamsopening kon kijken. Misschien wilden ze weten, of ik daar nog een geheim pianoconcert van Beethoven had zitten. Ze lieten me een tijdje zweten in onzekerheid. Bij de overgang naar West hingen borden: Sozialismus: Vrede, Gezondheid, Toekomst, Geluk.

Terugreis

Op de terugreis ontmoette ik een Wageningse studente, die uit Polen kwam en ook al van alles had meegemaakt. Bij Oldenzaal kwamen we Nederland binnen en een NS-conducteur vroeg: 'Uw vervoersbewijzen alstublieft.'
Ik zei tegen de Wageningse: Die vent is ziek, zie je dat?
'Hoe bedoelt u mijnheer?' vroeg hij geschrokken.
Ik legde uit: U bent niet grof en onbeschoft tegen ons, niet intimiderend, U heeft niet tegen ons geschreeuwd, U behandelt ons niet als tuig of criminelen, U beledigt ons niet? Wij komen net uit Polen en de DDR. Inmiddels zijn we gewend om zó behandeld te worden.
'Dat moet u bij mijn baas ook doen', zei de conducteur, en ging verderop in de trein zijn superieur halen. Tot Utrecht hebben we met zijn vieren vele blikjes bier gedronken. Ook de twee NS employees.