De historie van IJsselmonde (2): Opkomst en ondergang van Piet Smit

16 september 2014
Rotterdam

IJsselmonde is teruggekeerd naar de Maas. Langs de oevers hebben scheepswerven en houthandels plaats gemaakt voor woningen, winkels, een bioscoop, een politiebureau en kantoren. In de laatste drie decennia van de twintigste eeuw heeft de IJsselmondse rivieroever een ware metamorfose ondergaan. De ware industrie, opslag van goederen en onduidelijke industrieterreinentjes verdwenen.

Wonen aan de rivieroever
De havenactiviteiten trokken steeds verder naar het westen en de scheepsbouw ging teloor. Daarvoor in de plaats gingen mensen weer wonen aan de rivieroever en gebruik maken van het immer veranderende decor van de Maas. Op de voormalige terreinen van onder andere "Laming", "Piet Smit" en "Hulsinga Altona" kwamen woonwijken met aansprekende namen als Jachthavendorp, Waterside en de Veranda. De bewoners van deze wijken wonen op grond met een grote historie. Neem bijvoorbeeld de Veranda.

Piet Smit
Waar nu mensen wonen, naar de bioscoop of een restaurant gaan en winkelen, werden in de vorige eeuw schepen gebouwd op de werf van Piet Smit. De roemruchte naam van deze scheepswerf staat in het geheugen gegrift van iedereen die iets weet van de historie van de havenstad Rotterdam. Van 1894 tot 1983 is er op deze plek aan de rivier, nabij de minstens zo roemruchte Kuip, gebouwd en getimmerd aan schepen. Veel bewoners van Rotterdam Zuid hebben hier decennia lang hun brood verdiend.

Grondlegger
Piet Smit is geboren op 31 juli 1848 in Rotterdam als zoon van Pieter Smit en Eva van Dijk. Samen met zijn oudere neef Arie leerde hij het vak van scheepsbouwer en op zijn 20e ging hij voor een jaar naar Amerika. Na dit jaar keerde hij terug naar Nederland en verloofde zich al snel met Johanna, zijn jongste nicht, waarmee hij in 1872 trouwde en in Slikkerveer ging wonen.

Eigen werf
Piet Smit wilde een eigen werf beginnen. Het begon allemaal op 31 augustus 1871 toen hij van zijn oom Joost Pot een scheepswerf kocht in Slikkerveer. In 1875 is het echtpaar Smit in Rotterdam gaan wonen en begin tachtiger jaren kocht Pieter grond in de polder Varkenoord, wellicht al met het idee in zijn achterhoofd om hier een scheepswerf te bouwen.

Afgegraven haven
In 1891 kreeg hij toestemming om een haven te graven. De afgegraven grond werd gebruikt om het omringende land op te hogen. Daarop werden een machinefabriek en scheepswerf gebouwd en startte de roemruchte geschiedenis van "Piet Smit" dat achtereenvolgens de volgende namen voerde:

Scheepstimmerbedrijf 'De Industrie' (1894 -1899);
Scheepswerf en Machinefabriek 'De Industrie' (1899 - 1912);
NV Machinefabriek en Scheepswerf P. Smit Jr. (1912 - 1987).

Op 63-jarige leeftijd besloot Piet Smit zijn aandelen te verkopen omdat hij zelf geen opvolgers had. Op 22 juli 1913 overleed hij op 65-jarige leeftijd.

Groei en neergang
In de bijna honderd jaar scheepsbouw aan de rivieroever maakte de werf glorietijden, maar ook crises en twee wereldoorlogen mee. In 1894 begon het scheepstimmerbedrijf met 120 werknemers en al na de eerste uitbreiding bedroeg dit aantal 400 in 1899.

Opleving economie
In de scheepsbouw is het altijd een op- en neergaande lijn geweest. In 1904 werd het oostelijk deel tijdelijk buiten gebruik gesteld en het aantal werknemers verminderde tot 80. Dankzij een opleving van de economie kon het gesloten gedeelte in 1910 weer in gebruik worden genomen en werd er zelfs grond gekocht voor uitbreiding. De concurrentie met "buurman" Burgerhout's Machinefabriek en Scheepswerf NV. ,die beschikte over een eigen dwarshelling, werd aangegaan door de bouw van een grotere met een lengte van 130 meter.

Begin 1914 had het bedrijf 420 werknemers en een nieuwe uitbreiding stond op stapel met een nieuwe timmerloods, een houtberging en kantines voor directie, personeel en werklieden.

Om nog verder uit te kunnen breiden werd in 1918 de dijk tachtig meter opgeschoven in de richting van de spoorbaan. Zo ontstond de Kreekweg. Het vrijgekomen gebied werd verdeeld tussen Piet Smit, Burgerhout en Van der Lugt.

Staking
In de eerste jaren na de Eerste Wereldoorlog deden de werven goede zaken. Veel schepen waren verloren gegaan en de reders moesten dit tekort aanvullen. Eind 1920 echter liep de conjunctuur hard achteruit. Er kwamen minder orders binnen en de klanten drongen aan op snellere levering. Werknemers moesten vaak, zonder financiële vergoeding, overwerken. Een loonsverlaging leidde in 1921 tot een staking. Bij Piet Smit staakten 1250 medewerkers die allemaal door de directie werden ontslagen. Zij konden weer aan de slag als zij instemden met de door de directie gestelde voorwaarden.

Vanaf 1925 gaan de zaken weer wat beter, mede dankzij het aantrekken van ander werk. Piet Smit sloot in 1923 een overeenkomst voor de fabricage van kanonnen af.

De crisisjaren tussen 1930 en 1940 kenmerken zich door achtereenvolgens oplevingen en dan weer drastische inkrimpingen. Begin jaren dertig krimpt het personeelsbestand in tot eerst 868 en later nog slechts 541 werknemers.

Samenwerking met Duitsers
De Duitsers dwongen de scheepswerf in de oorlog tot 'samenwerking'. Als het bedrijf een order weigerde zou het ook geen materiaal meer krijgen. In juli 1940 vorderde de Kriegsmarine 3000 binnenschepen die omgebouwd moesten worden voor de invasie in Engeland. Bij Piet Smit zijn 130 binnenschepen verbouwd. De schepen moesten snel klaar zijn en de arbeiders maakten lange dagen. Tot in het laatste oorlogsjaar heeft de scheepswerf werk gehad. Na "Dolle Dinsdag" op 6 september 1944 werd alles anders. De Duitsers voelden zich in het nauw gedreven. Het bedrijf moest ontmanteld worden. Alles, de machines en de voorraden, werd in schepen geladen en ging op transport naar Duitsland. De rest van de installaties werd zwaar beschadigd.

Opgekrabbeld
Na de oorlog krabbelde het bedrijf langzaam maar zeker weer overeind, en in 1946 kon men weer beginnen met het eigenlijke doel van een scheepswerf, het bouwen van schepen. In maart 1948 werd een contract getekend voor vier Argentijnse tankers. Dit was het begin van een serie grote schepen en het aantal werknemers liep weer op tot tweeduizend.

De watersnoodramp van 1953 veroorzaakte veel materiële schade, maar de scheepsbouw ging gestaag door. In de vijftiger en zestiger jaren liep het ene na het andere schip van de helling.

Sombere tijden
In 1968 werd Piet Smit door fusies een volle dochter van RDM (voor die tijd had RDM slechts de helft van de aandelen). Maar de tijden waren somber. Geruchten deden de ronde dat de afdeling nieuwbouw zou sluiten. In 1973 waren er geruchten over inkrimping. In 1971 bestond het bedrijf 100 jaar. De plannen voor het jubileum zijn nooit uitgevoerd. De grootste spelbreker waren de economische achteruitgang en de vorming van het RSV-concern. In 1976 kreeg Piet Smit van de Algerijnse regering de opdracht een dok te bouwen. Helaas blijkt dit achteraf de laatste bouwopdracht voor Piet Smit te zijn.

Piet Smit moet blijven
In 1977 organiseerde werknemers van Piet Smit de aktie 'Piet Smit moet blijven'. Aanvankelijk leek het erop dat Piet Smit kon blijven bestaan, maar in 1978 draaide de regering de geldkraan dicht en moesten er 325 mensen worden ontslagen.

Teloorgang
De teloorgang zette door, zoals ook elders in de Nederlandse scheepsbouw, en uiteindelijk werd het bedrijf in september 1987 failliet verklaard. In februari 1988 vond in het Feyenoordstadion de verkoop van de inventaris plaats. In de negentiger startte voor de historische gronden aan de Maas een nieuw leven met de bouw van de woonwijk Veranda.

Lees hier deel 1: Een overzicht van de historie