Raad kritisch over nut en noodzaak opstelterrein ProRail

24 june 2014
Castricum

Raadslid Dave van Ooijen van de PvdA had zijn huiswerk gedaan en wist een aantal kanttekeningen te plaatsen bij het voorstel. "De nieuwe vervoerscijfers in het kader van de Lange Termijn Spoor Agenda (LTSA) wijzen er inmiddels op dat er tussen Eindhoven en Alkmaar ter hoogte van Amsterdam een forse vervoersbreuk zal optreden in de komende jaren" wist Van Ooijen. "Daarmee zijn de aannames van het Programma Hoogfrequent Spoor (PHS) achterhaald. Zes intercity's en zes sprinters, waarvoor deze extra opstelvoorziening moet komen, lijkt minder snel aan de orde dan eerder werd gedacht. Op basis van de nieuwste vervoerscijfers kunnen de huidige vier intercity's en vier sprinters op de Zaanlijn nog tot 2030 mee. In dat geval is het in het geheel niet nodig dat er in 2020 een nieuwe opstelvoorziening moet komen."

Optie Alkmaar
Van Ooijen bracht nog een opmerkelijk punt naar voren. "De gemeente Heerhugowaard heeft het aanbod gedaan om grond beschikbaar te stellen voor een eventueel groot opstelterrein voor IC-materieel, ten oosten van het spoor Heerhugowaard-Schagen, in de noordoostelijke punt van het nieuwe (lege) bedrijfsterrein 't Vaandel. Al het op te stellen IC-materieel voor Noord-Holland kan hiernaartoe worden overgebracht. Ook het deel van het IC-materieel dat momenteel bij Alkmaar staat opgesteld. In dat geval kunnen de op te stellen sprintertreinen voor de ochtendspits en in de late avond worden overgebracht naar het bestaande opstelterrein voor IC's in Alkmaar. Zo worden Uitgeest en Castricum verlost van een opstelvoorziening die het waardevolle landschap tussen beide dorpen zal gaan ontsieren en aantasten."

Een opstelvoorziening voor 75 bakeenheden (waar men nu vanuit gaat) zal waarschijnlijk minstens een gebied van 500 bij 50 meter bevatten, waarop zes lange of acht kortere sporen liggen.. Van Ooijen: " Dit zal een negatieve invloed hebben op het streven van de BUCH-gemeenten om de recreatieve en toeristische functie van deze regio te versterken. Het verplaatsen van de opstelvoorziening naar Alkmaar is dus een goede optie. Het voorkomt ook dat opnieuw de optie van een zuidelijke randweg in beeld komt die eerder maatschappelijk en politiek als te duur en als onwenselijk is beschouwd."

ProRail bracht hiertegen in dat in dat geval de lege sprinters uit Uitgeest voorafgaande en na de dienstregeling leeg naar Alkmaar moeten rijden. Er zullen in dat geval dus lege treinen tussen Uitgeest en Alkmaar gaan rijden. Voor de NS zal dat hogere exploitatiekosten met zich meebrengen.

Wisselgeld
Van Ooijen ziet overigens weinig in het idee dat een opstelterrein Castricum ook wat wisselgeld oplevert. ProRail zou bij wijze van tegenprestatie kunnen investeren in een mooiere stationsomgeving met een voetgangers- en fietstunnel ter hoogte van de burg. Mooijstraat, is de gedachte.

"Is het op basis van de huidige frequentie al niet nodig dat er zo'n nieuwe perrontunnel met drie liften annex fietstunnel komt, waardoor het fiets- en autoverkeer kan worden ontvlecht en daarmee een bijdrage kan worden geleverd aan verbetering van de autodoorstroming op de Beverwijkerstraatweg?" vraagt Van Ooijen zich af. "Met het leggen van een relatie tussen beide projecten wordt een relatie gelegd die er eigenlijk helemaal niet is."

Van Ooijen wijst er bovendien op dat Castricum geen tegenprestatie kan afdwingen of uitonderhandelen. "Een stevige onderhandelingspositie is er wél indien de huidige opstelvoorziening voor IC's in Alkmaar in beeld is. De spooronderdoorgang zou dan nog meer nodig zijn, omdat er in dat geval nog meer treinen Castricum passeren. De gezamenlijke strategie van Castricum en Uitgeest zou gericht moeten zijn op een opstelvoorziening in Alkmaar. Daarnaast moet de strategie zich richten op het behouden van de door het Rijk gereserveerde middelen in Castricum en het opwaarderen van het station en de stationsomgeving van Castricum op zo'n manier dat zowel Castricum als ProRail/I&M er voordeel van hebben. Denk aan een gecombineerde langzaam vervoertunnel en perrontunnel en enkele infrastructurele maatregelen zoals het opheffen van de overweg Kramersweg en het via een verkeerscirculatieplan voor het gebied van het station scheiden van het autoverkeer en het langzaam verkeer."