OPINIE Niet alles van waarde is weerloos: Limmelaar vecht voor identiteit en geborgenheid

19 june 2014
Maastricht

Door Albert Nuss

Tot 1920 maakte het arbeidersdorp Limmel deel uit van de gemeente Meerssen. In die tijd vergrootte Maastricht zijn territorium door de annexatie van de gemeenten Sint Pieter, Oud-Vroenhoven en Heer en Gronsveld (Heugem). Na de Tweede Wereldoorlog bleek wederom de noodzaak tot groei. Vandaar dat in 1970 een grote gebiedsuitbreiding plaatsvond. Ondanks massale protesten van de betrokken inwoners werden de gemeenten Amby, Heer, Borgharen en Itteren opgeslokt door grote buur Maastricht. Heel lang hebben ‘de geannexeerden’ hun identiteit kunnen behouden. Als je goed kijkt en luistert, is dat nog zo. Alarmerend is dat die strijd om behoud van identiteit in eenzaamheid gevoerd wordt. Een tweede annexatie is gaande. Tegen de stroom in die participatie heet, waar de terugtrekkende overheid uit nood zijn kaarten op heeft gezet.

In de wijk Limmel zijn de meeste basisvoorzieningen aanwezig: de basisschool binnenkort in een nieuw gebouw, een buurtcentrum, winkels, enkele horecagelegenheden en een rijk verenigingsleven met onder andere een fanfare, een voetbalvereniging, een toneelvereniging, een carnavalsvereniging en meerdere zangkoren. De Rooms-Katholieke kerk met kerkhof ontbreekt niet. Een eigen kerkhof in een stad is een boeiend fenomeen dat meerdere ‘dorpen’ kenmerkt. De wens ‘thuis’ begraven te worden zegt veel, zo niet alles.

Tegenwoordig maken studenten een belangrijk deel van de bevolking van Limmel uit. Door de bouw van de studentencampus bij kasteel Limmel en door het geleidelijk opkopen van particuliere woningen door huisjesmelkers, nam het aandeel studenten in de bevolking sterk toe. Anno 2014 is ongeveer 20 procent van de inwoners van Limmel student.

Hier knelt een oude maar stevige schoen. De samenstelling van de bevolking van Limmel dreigt scheef te groeien. Niet dat studenten en Limmelaren langs elkaar heen leven. De buurtraad en de studenten hebben een bijzonder goed contact. Voor zover mogelijk houden ze rekening met elkaar en respecteren ze ieders eigen leefpatroon. Vraagstuk is hoe het dorp de ongebreidelde groei van studentenhuisvesting een halt toe kan roepen. Dat kunnen Limmel en zijn studenten niet alleen. Daarvoor is doortastend beleid nodig.

Wat is er aan de hand? Limmel kenmerkt zich door sociale woningbouw en particulier woningbezit. De sociale woningbouw is flink in de meerderheid. Veel kleinere huizen die zich lenen voor woningsplitsing zijn geschikt voor studentenhuisvesting. Honing voor de huisjesmelker. Maastricht kent momenteel een honderdtal kleine en grotere commerciële ‘woningbedrijfjes’ waarvan de identiteit vaak niet bekend is. De huisjesmelker koopt de woning voor een geschikte prijs op, bouwt beperkt om en vraagt daarna een betaalbare huur met een aantrekkelijke vierkante meter prijs.
Woningsplitsing tot vier eenheden is toegestaan. Daarvoor is geen vergunning nodig. Tellen tot vier blijkt problematisch. Vijf of meer units komen vaker voor, echter zonder vergunning. 
Handhaven had voor het stadsbestuur geen dwingende prioriteit, lijkt het. Vandaar de ingediende PvdA-D66 motie, waarin burgemeester en wethouders worden verzocht het lopende jaar extra prioriteit te geven aan handhaving op illegale kamerverhuur. Dat was de eerste stap. Beleid hebben we genoeg. Mogelijkheden beleid aan te scherpen ook, maar de handhaving ervan gebeurt onvoldoende wegens gebrek aan menskracht. Daarmee span je het paard achter de wagen.

Welnu: corporaties die huizen verkopen - en particulieren of erven die over willen gaan tot verkoop - treffen een aantrekkelijke markt in Limmel. De Limmelaar kan niet opbieden tegen de huisjesmelker. Steeds meer studentenwoningen hebben gewone huishoudens als buren. Niets mis mee als buren elkaar respecteren, maar verkoop van een huis naast een studentenwoning vraagt van de makelaar nogal wat overredingskracht op de vrije markt. De huisjesmelker heeft vrij spel en degene die graag in Limmel wil wonen, wijkt uit.

Gevolg is dat Limmel ‘verstudent’ als er geen rem wordt gesteld. ‘Studenten zijn onze gasten’, vertelde de buurtraad onlangs. ‘Zij zijn van harte welkom. Het kenmerk van gasten is echter dat zij komen en gaan’.  Limmelaren willen in Limmel graag wonen voordat zij op het kerkhof ‘thuiskomen’.

De binding die een wijk als Limmel zo kenmerkt, wordt steeds losser en daardoor problematisch. Participeren, oftewel elkaar een handje helpen, wordt steeds meer afhankelijk van steeds minder mensen die zich gebonden voelen aan hun wijk. Een basisschool heeft kinderen nodig, buren buren, een vereniging leden en een wijk een lokale overheid die doet waar ze voor gekozen is.

Niet talmen maar handelen binnen haar mogelijkheden. Dat was een tweede stap, neergelegd in een CDA-motie dit keer, door de PvdA en de overige fracties in de raad gesteund. Moties tegen de draad in. In gezamenlijkheid met de Limmelaren. De neo-liberale woningmarkt ten spijt. Niet alles van waarde is weerloos.

Albert Nuss was tot voor kort wethouder en nu fractievoorzitter van de PvdA in de Maastrichtse gemeenteraad