OPINIE Ik zal niet rusten voor de ENCI stopt

14 april 2014
Maastricht

Door Ruben L. Oppenheimer 

Ik woon in de mooiste stad van Nederland. Nee, niet Almere. nòg mooier: Maastricht. Maar wie hier nietsvermoedend eens een virtueel kijkje via Google Earth komt nemen zou zomaar kunnen denken dat er aan de zuidgrens van deze sjoene stad aan de oevers van de Maas een atoombom is ontploft: een gigantische witte krater met in het midden een blauw oog ontsiert de plek waar volgens de geschiedenisboekjes ooit de Sint Pietersberg lag.   
Ik neem u mee naar de ENCI-groeve, waar sinds 1926 de Eerste Nederlandse Cement Industrie haar stinkende best doet, om de herinnering aan die Sint Pietersberg uit te wissen. Het enige beetje boven de polder uitstekende reliëf dat ons land rijk is, wordt weggevreten ten gunste van 100 arbeidsplaatsen en vele tonnen cement voor een bouwsector die op zijn gat ligt. Het wisselgeld? Zwaar verontreinigde lucht, stank en geluidsoverlast met dank aan de bijbehorende verbrandingsoven. Het bedrijf is sinds februari haar milieuvergunning kwijt, maar mag vrolijk doorgraven; de Provincie Limburg knijpt een oogje dicht. Zo doen we dat hier.
 
Toegegeven, de in vele decennia ontstane groeve met haar spectaculaire diepe, witgele kliffen vol gaten, spelonken en grotten heeft wel iets. Hoeveel prehistorische monsters liggen daar nog geduldig op de loer, diep verstopt in het krijt te wachten op ontdekking en een jolige naam? Als je op de juiste plek door de haartjes van je ogen naar de tussen naaldbomen grazende schapen kijkt, waan je je zomaar in de Alpen. Tijdens een eenzame winterwandeling al helemaal, wanneer het mergel vuilgeel afsteekt tegen resten sneeuw en een strakblauwe lucht. De oehoe voelt zich er ook prima thuis.
 
Die oehoe is zich er dan ook niet van bewust dat hij verhoogde concentraties pcb’s in zijn lijf heeft. Pcb’s kun je niet zien, maar de eeuwige rookpluim die ik dagelijks als onheilspellende wolk uit de berg Mordor zie opstijgen vanachter de heuvels met appelbloesem en de wijngaarden van de Apostelhoeve die mijn voortuin vormen… is een constante herinnering aan waarom ik niet zal rusten voordat de ENCI stopt.