Delfshaven op slot voor armen

03 december 2013
Rotterdam

Zwakke straten
De straten die er het slechtst aan toe zijn, zijn de 1e Middellandstraat, de Grote Visserijstraat, de Vierambachtstraat en de Mathenesserweg. De andere straten zijn de ’s Gravendijkwal, de Mathenesserdijk, de Tweede Middellandstraat, het Middellandplein, de Schiedamseweg en de Willem Buytenwechstraat.
 
Nieuwkomers zonder geld
Die buurten scoren negatief op het percentage Rotterdammers zonder werk, overbewoning - dat is als er veel te veel mensen in huis wonen - en leegstaande, verpauperde huizen die eigendom zijn van particulieren. De enige manier om de trend te keren is te zorgen dat er geen nieuwe arme mensen bij komen, is de gedachte.
 
Verloedering
De wethouder heeft er al langer voor gelobbyd, zegt deelgemeentevoorzitter Carlos Gonçalves (PvdA). Hij zag dat de straten verder verloederden, maar kon er weinig aan doen. Probleem was dat de minister van Sociale Zaken Henk Kamp (VVD) van het vorige kabinet Rutte het probleem niet zag, zegt Gonçalves. ‘Dus daarom gebeurde er niets.’
 
Blok
Maar nu er een minister van Wonen is, Stef Blok (VVD) zit er schot in de zaak. Blok zit er boven op en Gonçalves verwacht dan ook dat deze het voorstel binnen een week of zes zal goedkeuren.
 
Matras
De problematiek in deze straten is divers. Er wonen teveel mensen die niets te besteden hebben. Er zijn regelmatig overvallen - van de juweliers bijvoorbeeld - en schietpartijen. Sommige huizen worden niet per kamer verhuurd maar per matras, vooral aan Roemenen en Bulgaren die hier naar toegekomen zijn om aan de armoede in hun eigen land te ontsnappen.
 
Prostituees uit Roemenie en Bulgarije
Dat doen ze niet altijd door te werken in de legale sector, blijkt uit gesprekken met buurtbewoners. Café-baas Berhane van Café Terminus aan de Eerste Middellandstraat zegt dat hij regelmatig politie over de vloer krijgt. ‘Ze laten me dan foto’s zien van vrouwen uit Roemenie en Bulgarije’, zegt hij. Dat zouden prostituees zijn die hier illegaal werken. ‘Dan vragen ze mij: heb je mannen zien weg gaan met één van deze meisjes?’
 
Eritrea
Maar het antwoord is altijd ‘nee’, zegt hij. ‘Dat soort mannen komt hier niet.’ Hij runt een bruin café  waar landgenoten van hem uit Somalië en Eritrea komen. Ook in de ochtenden heeft hij klandizie. Het is vrijdag, rond elven. Er klinkt klassieke muziek, ‘De Vier Jaargetijden’ van de componist Vivaldi. Twee mannen die Berhane goed kent zitten aan de bar. Ze drinken een kop koffie.
 
Patrouillerende politie
Dat de buurt dieper in het slop zakt de laatste jaren merkt Berhane niet, zegt hij. ’s Nachts gaat hij naar huis als de klok een uur geslagen heeft. Dan voelt hij zich veilig. ‘Want de politie loopt er voortdurend rond. Ook in burger.’
 
Zuiplap
Zo had hij een paar weken geleden een schermutseling met een man die dronken was en zijn bar in wilde. Berhane probeerde de man tegen te houden. Maar dat lukte niet. Hij was te sterk en werd agressief. Toen kwamen er ineens twee mannen in trui naar hem toe om de zuiplap in zijn kraag te vatten. ‘Het was politie’, zegt Berhane, ‘in burger’. Daar keek hij wel even van op.  ‘Ze pakten hun pas uit hun binnenzak en lieten het me zien’, zegt hij.
 
Rovers die beltegoed jatten
Vroeger was de criminaliteit beter te zien, zegt Berhane. Een jaar of achttien geleden werkte hij in de belwinkel aan de overkant van de straat. Die was van een Somaliër, net als het café dat hij nu runt. Als iemand een beltegoed had gekocht en dat wilde opwaarderen, roofden ze het bonnetje met de code zo uit de handen van zijn klanten. Ook liepen er toen nog hoeren rond die hun klanten op straat regelden. Dat ziet hij nu niet meer, zegt hij, maar ze zijn er nog wel. ‘Ze willen niet dat de politie ze ziet.’