ZANDVOORT - Dat gaat D66 een stap te ver. Het is beledigend en Zandvoort onwaardig. "Met de realisatie van het 'Buchenwaldhek' is de fatsoensnorm in het geding," stelt buitengewoon raadslid Ruud Sandbergen in een brief aan het College van B&W. Het hek is in aanbouw bij landgoed Groot Bentveld. Diverse omwonenden aan de Taxuslaan zijn tegen de bouw. Zij voelen zich gesterkt door het CIDI (Centrum Informatie en Documentatie Israël) die een bouwstop eist.
Volgens de gemeente is alle commotie echter om niets. De beelden die via de televisie zijn verspreid, zouden onjuist zijn. Zo is er volgens Burgemeester Meijer en Wethouder Göransson geen sprake van het aanbrengen een bel met de Latijnse tekst 'suum cuiqu' (jedem das seine - Red.: 'ieder het zijne'), zoals bij de toegangspoort van concentratiekamp Buchenwald. Ook komt er geen prikkeldraad.
De gemeente is van mening dat het kunstwerk zoals vergund, niet aanstootgevend is en niet leidt tot verstoring van de openbare orde. "Het is zeker een object dat, zoals kunst wel vaker doet, voor meerdere interpretaties vatbaar is," aldus de gemeente. Het hekwerk/poort is ontworpen door het wereldberoemde kunst- en designcollectief Studio Job.
Het kunstobject kwetst bevolkingsgroepen en gooit de goede naam van Zandvoort te grabbel, meent Sanbergen. "Als gemeente mag je daar geen medewerking aan verlenen," aldus Sandbergen in zijn schrijven. "Daarbij lopen we het risico dat er allerlei mensen naar Bentveld komen die wij liever niet in ons dorp willen hebben."
Ook trekt de politicus het boetenkleed aan. "Hoewel Zandvoort bouwt aan haar vriendelijk gezicht doen wij allen hardnekkig ons best die naam met allerlei stompzinnige en kwetsende zaken door het slijk te halen." D66 draagt het college van B&W dan ook op: "Alles in het werk te stellen om de realisatie van het hek tegen te gaan."
Ook dorpsomroeper Gerard Kuijper heeft zijn bezwaar middels een brief bij de gemeente kenbaar gemaakt. "Ik moet er niet aan denken, dat ik straks door Bentveld wandel of fiets en dat ik dan geconfronteerd word met een hekwerk, dat mijn gedachten weer confronteert met die verschrikkelijke tijd," schrijft hij. "Bij deze meld ik u, dat ik hier niet mee kan leven." Hij wil de gemeente dan ook niet vertegenwoordigen "totdat duidelijk is, dat dát hek er niet en nooit op een zodanige wijze komt."