HAARLEM - Straatkunst van wijkkunstenaars, die in het straatwerk zijn aangebracht, worden geinventariseerd en beschermd. Dat heeft GroenLinks raadslid Dik Bol laten weten.
Bol stelde 17 november in de vergadering van de commissie Ontwikkeling vragen aan het College en inmiddels heeft wethouder Heiliegers van Cultuur heeft inmiddels geantwoord dat dit zal gaan gebeuren.
In de jaren zeventig, tachtig en negentig van de vorige eeuw werd de openbare ruimte in de stadsvernieuwingswijken deels vorm gegeven door de buurt en buurtorganisatie. Wijkraad, wijkkunstenaar, buurtcomité wisten door sterke mate van participatie en inspraak hun wijk mooi en vitaal te maken en te houden. Hierbij geassisteerd door bouwbureaus en wijkkunstenaars.
Voorbeelden zijn de verhoogde verkeersdrempels die ontworpen zijn door Jan van Wensveen in de Leidsebuurt, door Tije Domburg in de Slachthuisbuurt/Amsterdamse Buurten en de ontwerpen van Richard Lagerweij in de Damaststraat. Met de straatkunst van deze wijkkunstenaars is in de afgelopen jaren niet altijd respectvol omgegaan. Deze werken dreigen verloren te gaan bij iedere opbreking en/of herprofilering. Ook de wens om te komen tot een uniform straatbeeld is een bedreiging.
De kunstwerken die in het straatwerk zijn aangebracht, worden grondig geïnventariseerd door de adviescommissie Kunst in de Openbare Ruimte (KiOR). Daarna wordt helder of bij herinrichtingen het uitgangspunt is restauratie/integratie (dus bescherming) dan wel verwijdering.