REGIO |
10 november 2011
|
1
|
Door
Ollie van Olaz, dichtbij-meeschrijver
HAARLEM - Een dikke 65 jaar geleden kwam in Haarlem protesterend een kind ter wereld. Zijn ouders noemden hem Lennaert. Lennaert zou uitgroeien tot een gevierd songwriter van protestliederen. De beste die Nederland ooit heeft gekend, en naar alle waarschijnlijkheid ooit zal kennen.
Eigenlijk schreef hij geen liedjes maar hij maakte schilderijen met letters. Zijn pen werd penseel en doopte hij in bloed, zweet en tranen. Papier werd canvas.
Met zijn ene hand schilderde hij tegen macht en corruptie, couplet en refrein. Zijn andere hand hief hij open naar de hemel. Met gebalde vuisten maak je lastig vrienden. Het werk van de meester behoeft geen signatuur.
Lennaert moet geleden hebben, dat kan niet anders. Zijn aanklachten tegen Het Systeem kunnen nooit uit de losse pols zijn ontstaan. Daar moet een lijden achter hebben gezeten, zo niet meer; “Weltschmerz'.
Had hij genoeg geleden. Stond zijn protest gelijk aan mentale automutilatie, dan belde hij Boudewijn. Zijn vriend met gitaar. Ze oefenden, ze schaafden. Net zo lang tot de aanklacht af was. Hun kind was geboren en werd als nieuwe leeuwenkoning op de barricaden getoond aan het volk.
Het kind liet van zich horen op radio, op televisie, in aula's, tenten, op podia van marmer en bühne van houten pallets. Het schilderij was af. Men had het over de teksten van Lennaert. Er werd over gesproken, er vonden discussies plaats, op het werk, bij familie, vrienden en kennissen. Negenennegentig procent van de Nederlanders kenden de teksten van Lennaert. Je moest wel onder een steen wonen wilde je zijn teksten niet kennen.
Ruim 65 jaar later staan in datzelfde Haarlem, hemelsbreed enkele meters van Lennaert's geboortehuis, een paar mensen bij een tent het meest passieve protest ooit te voeren. Dat doen ze naar eigen zeggen in naam van 99% van de bevolking.
Exact die groep die over 65 jaar wel de teksten van Lennaert nog kent, maar geen idee heeft waarom die tenten er ooit stonden.
Dit artikel is voor het laatst aangepast op: 10 november 2011