ZAANDAM - Een aantal weken geleden schreef ik een column onder de kop: “Overheid en burgers vervreemden steeds verder van elkaar” Ik wil gedeelten van deze column graag herhalen omdat het onderwerp actueel blijft, vooral met de vaak als excuus bedoelde argumenten waarmee politieke leiders hun verlies in de peilingen trachten goed te praten.
Ze zouden zich moeten realiseren dat ze het door hun gestuntel van de afgelopen jaren gewoon bij de mensen verbruid hebben en dat ze met iets nieuws moeten komen. Hier nog even enkele citaten uit die column van enkele weken geleden: “Ik heb me de laatste tijd regelmatig afgevraagd hoe het toch komt dat de burgers zich afkeren van de door hen zelf gekozen politici. Een heel eenvoudige verklaring is dat hun bestuurders aantoonbaar de problemen van deze tijd niet meer kunnen oplossen en soms zelfs door stunteligheid en machtswellust en overdreven eigendunk nieuwe problemen veroorzaken.
En nu we steeds verder in de problemen komen, gaan de mensen zelf naar oplossingen zoeken. Daarvoor verzamelen ze om zich heen gelijkdenkenden, soms in de sportvereniging, de buurt of de kerk. In ieder geval zoeken ze naar mensen die ze vertrouwen, want dat doen ze de politici al lang niet meer.. En als er dan zaken op hun weg komen, veroorzaakt door de overheid, hebben ze elkaar snel gevonden en proberen ze alle middelen en krachten te mobiliseren om de verfoeide, problemen veroorzakende overheid, te ontwijken en zelf een oplossing te vinden.
Vooral omdat het er steeds meer op lijkt dat het heersende politieke systeem, mondiaal, regionaal, nationaal en lokaal steeds minder in staat is om acute problemen adequaat op te lossen en vooral ook omdat er geen visie is die de mensen het vertrouwen geeft dat het in de toekomst wel opgelost zal worden. Het is zelfs zo erg dat mensen zich realiseren dat de zekerheden waarop ze dachten nog vele jaren te kunnen vertrouwen, nu ook al twijfelachtig worden.
Kijk in dit in land naar de pensioenen en de zorg en natuurlijk de koopkracht. Met die ervaringen gaan de mensen zelf oplossingen zoeken met betrekking tot hun persoonlijke verantwoordelijkheden, zoals het huidig bestaan, de toekomst van hun kinderen en kleinkinderen. Daarvoor passeren ze uit eigen belang de overheid. Solidariteit is daardoor ook aan het eroderen en dat lijkt juist tegengesteld aan wat de meeste mensen eigenlijk willen.
Terwijl al deze gedachten door mijn hoofd spelen, krijg ik de Volkskrant van 19 september onder ogen. Daarin staat een meer dan paginagroot artikel met de kop. “Ambtenaren begrijpen burgers niet, en andersom. Dit artikel is gebaseerd op een onderzoek van die krant en Motivaction. Op de Website van het onderzoeksbureau Motivaction lees ik over dat onderzoek het volgende: ” Burger zegt de overheid vaarwel
De steun voor de terugtredende overheid is toegenomen. Van de Nederlanders gelooft 43 procent dat burgers zelf meer verantwoordelijkheid moeten nemen, 10 procent meer dan in 2004. Het aantal tegenstanders van de terugtredende overheid is sterk afgenomen, van 54 procent in 2004 naar 32 procent in 2011. Dit blijkt uit een onderzoek van bureau Motivaction in samenwerking met de Volkskrant.
Bij zijn aantreden vorig jaar zei premier Mark Rutte dat hij ‘de geluksmachine’ wilde uitzetten. Niet de staat, maar de burgers zelf zijn verantwoordelijk voor hun geluk, aldus Rutte. Ook zijn voorganger Balkenende wilde een kleinere overheid. Het kabinet Balkenende II deed met een sterk ideologisch gekleurd verhaal een beroep op de ‘eigen verantwoordelijkheid’ van de burgers. In september 2004 peilden Motivaction en de Volkskrant ook al hoe burgers reageerden op een terugtredende overheid. Destijds leek Balkenendes verhaal helemaal in lijn met de tijdgeest. Nederland had immers een ruk naar rechts gemaakt na de opkomst van Pim Fortuyn. Maar de zaken bleken ingewikkelder te liggen.
Op het gebied van immigratie en integratie was Nederland inderdaad rechtser geworden, maar op sociaaleconomisch terrein prevaleerde eerder een links sentiment. Een meerderheid van de burgers wilde niets weten van een terugtredende overheid. Dat werd in oktober 2004 bevestigd door een verrassend massale manifestatie op het Amsterdamse Museumplein, waar 300 duizend mensen betoogden tegen het ‘asociale’ kabinetsbeleid.
Dat het aantal tegenstanders van de terugtredende overheid sinds die tijd met 22 procentpunten is afgenomen, is deels te verklaren door de economische situatie. Balkenende wilde destijds bezuinigen bij een milde neergang na jaren van ongekende voorspoed. Nu bevindt Nederland zich midden in een eurocrisis, terwijl de mondiale kredietcrisis nog maar net achter de rug is. ‘Veel meer dan in 2004 geloven burgers dat harde maatregelen onvermijdelijk zijn’, aldus Lampert, research director van Motivaction.
Zorg om democratie
Ook interessant in het kader van de relatie tussen overheid en burger, is het boek van bestuurskundige Piet van Mourik. Ik heb dat recentelijk ingezien toen ik een column over de kerntakendiscussie aan het voorbereiden was.
Tijdens de research daarvoor stuitte ik op het boek van Van Mourik “De regisserende gemeente”. De auteur zei in een inleiding bij de presentatie van zijn boek in Nieuwspoort het volgende: “Mijn boek komt voort uit zorg. Zorg om de democratie. Ik ben bekropen door een gevoel dat met de onvrede onder onze burgers door beleidsmakers en beslissers omgegaan wordt als met de Titanic. De gezagvoering van dat schip had ook niet in de gaten dat onder dat ijspuntje een enorme ijsberg schuilging. Kort erna zouden ze te pletter slaan .
Is dit te pessimistisch? Ik denk het niet. Het maatschappelijk vertrouwen in de publieke sector is tot een minimum gedaald. Juist op het niveau van gemeenten. Daar waar in mijn ogen de democratie begint. Hun inwoners zijn immers niet gek. Ze hoeven maar buiten te kijken om te zien hoe de straat en het groen verloedert. Het hoeft maar even te regenen en het riool loopt over. Je auto kan je nergens kwijt, aldus Van Mourik, tenzij je je blauw betaalt.
Op de basisschool hebben ze één of twee computertjes uit de vorige eeuw en de gangen en lokalen zijn aftands en vuil en zo kan je eindeloos doorgaan maar elk jaar gaan de gemeentelijke lasten met sprongen omhoog. Dit jaar gemiddeld met 9%. En dat ondermijnt het vertrouwen in de overheid en dus in de democratie. Wat is er de afgelopen halve eeuw nou gebeurd dat we dit nu staan te bespreken?”, vraagt Van Mourik zich af.
Na de overzichtelijke jaren 50 komen de jaren 60, de jaren waarin de verbeelding aan de macht is. Deze houdt maar kort aan. In de jaren 80 hebben veel van deze verbeeldingen zich georganiseerd in machtsgroepen. Voor de politiek zit er niks anders op dan te schipperen tussen deze machtsgroepen. Sinds de jaren 90 is het schipperen overgegaan, in speelbal zijn van machtsgroepen. Is het dan gek dat inwoners, politici, bestuurders en ambtenaren in de war zijn?”
In het verlengde hiervan vindt Van Mourik dat de verhoudingen tussen het politieke bestuur, de financiële bijdrage en wat je er als burger voor terug krijgt zoek zijn. Het lijkt op het leven in verschillende werelden.
Het antwoord hierop, volgens Van Mourik, is dat gemeenten moeten gaan regisseren en zich beperken tot hun kerntaken: sturen en beslissen! Gemeenten kunnen beter presteren door op organisatorisch niveau de wereld van vandaag te weerspiegelen. Dit betekent werken met en in netwerken en zich beperken tot hun kerncompetenties Versterking van de bestuurskracht is mogelijk door leiding te geven aan maatschappelijke netwerken. Binnen een gemeente bestaan vele groepen die zich al dan niet bewust georganiseerd hebben om een deeldoel te bereiken. Door deze groepen, dit zijn dus maatschappelijke netwerken, in kaart te brengen en met elkaar te verbinden is een gemeente in staat om de kennis en de belangen die er in deze netwerken aanwezig zijn, te gebruiken voor een politiek-bestuurlijk gewenst effect.
Ook in Zaanstad vond de raad dat er vooraf aan de bezuinigingen een kerntakendiscussie moest komen. In mijn ogen veel te laat. Het is een beetje mosterd na de maaltijd. Als je al een bestuursakkoord, kadernota en begroting hebt, is een zoektocht naar de kerntaken wel wat laat. Maar laten we naar Van Mourik luisteren en de krachten bundelen om het maatschappelijk vertrouwen in de publieke sector tot een aanvaardbaar niveau te brengen. Dat is een betere doelstelling voor de kerntakendiscussie dan bezuinigingen Zeker in Zaanstad, waar het vertrouwen in het gemeentebestuur zich momenteel op een dieptepunt bevindt.
De Zaanpeiling het eigen omnibusonderzoek van de gemeente is daar duidelijk over. Van de bewoners heeft slechts 15% vertrouwen in B&W, 23% heeft dit niet. Eveneens een kwart vindt niet dat de gemeente goed wordt bestuurd, maar 10% vindt juist van wel. Slechts 8% van de bewoners voelt zich vertegenwoordigd door de gemeenteraad, terwijl 37% expliciet aangeeft van niet. Over het nakomen van beloftes door burgemeester en wethouders laten bewoners zich eveneens sceptisch uit (4% wel, 28% niet).
Jongeren zijn over het algemeen iets positiever over het gemeentebestuur. Het aandeel bewoners dat geen mening kan geven is onder vrouwen duidelijk groter dan onder mannen. Mannen zijn over het algemeen iets negatiever dan vrouwen. Ook allochtonen kunnen vaker geen mening geven, maar zijn gemiddeld genomen wel iets positiever over het gemeentebestuur. Echt desastreus is de mening over besteding van belastinggelden.
Hierover zegt de ZaanPeiling: Een op de vijf bewoners is van mening dat de gemeente hun belastinggeld niet waard is (20%) dan dat men er voldoende voor terugkrijgt (8%). Eveneens 8% vindt dat de belastinggelden in Zaanstad goed worden besteed. En deze confronterende uitslag is niet vreemd in een gemeente met het Zaanse niveau van achterstallig onderhoud en het doen van uitgaven waar eigenlijk niemand op zit te wachten, zoals het aanleggen van prestigeprojecten als een zinloze gracht en het bouwen van een onnodig nieuw stadhuis met een volledig onderschatte begroting en een amateuristische kostenbeheersing, terwijl de gemeente eigenlijk schreeuwt om een essentiële verbetering van de infrastructuur, zodat de intergemeentelijke mobiliteit en toegankelijkheid eindelijk eens op een aanvaardbaar niveau komen. Het Zaanse gemeentebestuur heeft de komende tijd nog werk genoeg.
En hierbij moeten de gekozenen zich realiseren dat ze ook naar de kiezers moeten luisteren. En dat betekent in een financieel moeilijke periode, ook voor de burger, dat zijn lasten niet verzwaard moeten worden. Maatregelen om parkeerlasten te verzwaren, alleen om een gat in de begroting te dichten, worden dan ervaren als burgertje pesten. Nu zag het er vorige week even naar uit dat dit parkeerplan gelukkig niet door kon gaan in verband met een uitspraak van de rechter over een vergelijkbaar plan in Amsterdam.. De rechter heeft afgelopen week stadsdeel Nieuw-West teruggefloten vanwege het invoeren van betaald parkeren in Slotervaart, terwijl daar geen goede reden voor was. Tijdens het ZaanstadBeraad van 8 december jl. vroeg de heer Koos Blaazer van de VVD wethouder Straat of hij naar aanleiding van die uitspraak het plan zou laten varen. Maar Straat was van mening dat ze eerst maar eens het vonnis moesten bestuderen en dan bepalen wat ze doen. Hij kan er trouwens blind op varen dat ook groeperingen in Zaanstad naar de rechter zullen stappen, als de nieuwe parkeerregelingen zullen worden ingevoerd. De voorbereidingen daarvoor zijn al in gang gezet.
Of je met juridische spitsvondigheden, als die al in Zaanstad kunnen worden ontwikkeld, toch je € 750.000 wilt verwerven, wijst dat niet op begrip voor je burger. Zoek dat geld elders. Bespaar het gewoon in je eigen huishouding, waar je juridische overspannenheid leidt tot enorme kosten aan externe juristen naast de kosten van een grote eigen juridische afdeling.
Over de effectiviteit van die afdeling bestaan toch al veel twijfels. Onderzoek dat nu eens kritisch en objectief en neem maatregelen. Zaanstad verliest veel rechtszaken en dat kost de inwoners handen vol geld. Democratisch Zaanstad stelde hierover recentelijk een aantal vragen. Uit de antwoorden lees ik onder meer: Juridische Zaken is de centrale afdeling voor de afhandeling van bezwaar- en beroepsprocedures. De afdeling behandelt gemiddeld zo'n 1200 bezwaarschriften en zo'n 250 beroepschriften per jaar. Daarnaast voorziet Juridische Zaken het bestuur en de vakafdelingen van juridische en verzekeringstechnische adviezen, realiseert zij voor de gemeente risicobeheer en behandelt zij claims voor en tegen de gemeente. Het budget bedraagt € 1.267.531,-. Dit is voor 2011 tot en met 2014 het jaarlijks budget.
Los van het budget gaat het natuurlijk om de effectiviteit van de afdeling. De advisering aan de andere afdelingen en het juridisch beschermen van de bestuurders. Op basis van de vaak verloren rechtszaken is het maar de vraag of men hier wel voldoende scoort. Je zou bijvoorbeeld eens kunnen onderzoeken of een verlaging van het budget met €750.K niet minimaal hetzelfde rendement zou opleveren. Het is de moeite waard en je voorkomt onrust onder de inwoners. Los daarvan. Ga uit van zekerheden en regels en gedraag je als gemeente, zoals je van alle Nederlanders verwacht. Leg je neer bij een uitspraak van een onafhankelijke rechter. En ga niet tegen beter weten en de mening van je adviseur in een kostbare hoger beroep procedure aan, als je niets anders hebt dan politieke argumenten. Daar zijn rechters, terecht, niet gevoelig voor.
Een zinloze uitgave vind ik bijvoorbeeld ook het doorzetten van het graven van een dure gracht als dat ten koste gaat van andere voorzieningen in de stad die wel nodig zijn. Welke inwoner van Zaanstad wordt nu beter van die gracht? Niet realiseren daarvan, spaart miljoenen. En dat telt in deze heikele tijden mee.
Nico van den Broek