Regio | 07 december 2011
|
reacties (1)
ZAANSTAD - De bestuursrechter in Haarlem heeft de gemeente Zaanstad weer eens een flinke tik op de vingers gegeven en terecht gewezen. Ik constateer; Het rommelt weer in Krommeniedijk. En dat is niet onbegrijpelijk. Wanneer je mensen onnodig lang in onzekerheid laat over voor hen belangrijke zaken, gaan die mensen zelf op jacht naar duidelijkheid. En als je dan te maken hebt met een gebrekkig geleide gemeente, zoals Zaanstad, vind je op een gegeven moment mogelijkheden die helpen duidelijkheid te realiseren. En dat is nu in Krommeniedijk het geval.
Het geduld van de bewoners daar is op en dat begrijp ik volkomen. Een van de bewoners de heer H. J. van Buuren heeft zijn gelijk gehaald via de bestuursrechter en daarbij bleek duidelijk het dilettantistische handelen van Zaanse bestuurders en hun ambtenaren.
De heer J.J. Visser heeft voor zijn zaak de gemeenteraad gealarmeerd en de fracties van Democratisch Zaanstad, de POV, PvdIJ, Trots en Dissels hebben op hun beurt via artikel 51 vragen het college om opheldering gevraagd en zich daarmee ditmaal een goede volksvertegenwoordiging getoond. Bij hun vragenlijst gaven de genoemde fracties duidelijk aan dat zij dit mede deden om duidelijkheid te krijgen over de vermeende inbreuk op de integriteit van (hooggeplaatste) ambtenaren in de gemeente Zaanstad.
Nu de raadsleden toch dit vraagstuk aankaarten, wil ik daaraan toevoegen dat het wellicht zinvol is om zo’n integriteitsonderzoek een bredere basis te geven, want ik krijg ook vaak signalen van bewoners dat sommige ambtenaren een veel te dominante rol spelen en soms zelfs vooringenomen zijn. Deze inwoners benaderen mij dan met de opmerking. Daar moet je over schrijven, want daar klopt niets van. Ik heb deze signalen gekregen met betrekking tot de volgende onderwerpen, bestemmingsplan Assendelft, woonbootligplaatsen zijkanaal D en de subsidie van La Brèche.
Niet nieuw
In mei van dit jaar schreef ik onder de kop ”Witte wijze uilen werden weggejaagd uit Krommeniedijk door dom en baatzuchtig lokaal bestuur” een uitgebreid artikel over onbegrijpelijk handelen van het Zaans gemeentebestuur en een aantal te nauw bij de zaak betrokken ambtenaren. Ter verduidelijking hier het begin van dit artikel: ”Het lijkt wel het begin van een klassiek Grieks drama. En dat gevoel wordt ook nog versterkt als je merkt dat zowel de plaatselijke politiek, geloof en kerk een doorslaggevende rol spelen in de ontwikkeling van de tragedie die tenslotte het algemeen belang schaadt, de unieke witte ransuilen die door het gevolg van de foutieve en dubieuze besluiten werden weggejaagd. Het is al geruime tijd onrustig in Krommeniedijk. Deze mensen verkeren al geruime tijd in onduidelijkheid over wat hen boven het hoofd hangt, financieel gezien en wat woon- en leefgenot betreft. Het ergste vinden ze echter dat ze door burgemeester Faber bijna als criminelen zijn behandeld en de mededeling dat er zware maatregelen zullen worden genomen omdat ze illegaal gebouwd zouden hebben De bevolking heeft als reactie op de volgens hen onterechte beschuldigingen twee jaar geleden een voor de gemeente belastend zwartboek samengesteld en dat aan de bestuurders aangeboden. Deze bewoners hebben destijds ook al contact gezocht met gemeenteraadsleden en hen de problemen onderbouwd voorgelegd, ook in gesprekken.
De wens van de bewoners werd voor de raadsleden als volgt geformuleerd: Wij hopen dat door uw ingrijpen de gemeente Zaanstad niet tot handhaving zal overgaan zonder uw nadrukkelijke instemming ( zoals tijdens de raadsvergaderingen overeengekomen) en dat tenminste voor de bouwwerken van voor 1974 een gedoogbeleid of legalisatie zal worden vastgesteld en voor andere bouwwerken een transparant beleid zal worden uitgewerkt waardoor de bewoners van Krommeniedijk in ieder geval duidelijkheid zullen krijgen.
De gemeente liet mij destijds desgevraagd het volgende weten.. “De gemeente is in gesprek met bewoners van Krommeniedijk. Samen met de bewoners kijken we naar de mogelijkheden of het bouwwerk dat in hun bezit is, gelegaliseerd kan worden. Alleen deze gesprekken vinden op dit moment plaats. Er is nog geen eigenaar aangeschreven en we zijn dus ook niet op dit moment aan het handhaven. De gemeenteraad wordt binnenkort(dat deelde het college in mei van dit jaar mee) via een rapport geïnformeerd over de situatie in Krommeniedijk. Dan is duidelijk welke bouwwerken legaliseerbaar zijn en welke niet en hoe we met de laatste categorie omgaan. Na bespreking van dit rapport worden pas handhavingacties ingezet, indien hiervoor gekozen wordt.” Dit statement is ook in lijn met afspraken die eerder zijn gemaakt (redactie).Tijdens de actie van de bewoners richting gemeente, vervolg ik mijn artikel in mei, werd al snel duidelijk dat die ook flink wat boter op het hoofd had. Veel bewoners zijn van mening dat de gemeente Zaanstad hen op onredelijke wijze laat opdraaien voor vergunningsloze bouwwerken na decennialang gedoogbeleid.
Het is gebleken dat zelfs de gemeente niet meer in het bezit is van alle documenten. Ook een aantal bewoners beschikt niet meer over vergunningen van de diverse bouwwerken. Dit heeft alles te maken met het feit dat de meeste bouwwerken stammen uit de tijd dat het nog gemeente Krommenie was (1974). Ook zijn er bouwwerken die er al meer dan 50 tot100 jaar staan en ook daar wordt van de bewoners gevraagd of zij nog bouwvergunningen hebben. De bewoners kunnen hier ook niet meer aankomen omdat het archief van Zaanstad niet meer compleet is. Ook geldt hier “Actori incumbit probatio” hetgeen zoveel wil zeggen als de aanklager levert het bewijs. Op basis daarvan kunnen betrokkenen zeggen “bewijs maar dat er geen bouwvergunning is”.
Zo heeft er een brand gewoed in dat archief, waarbij er vermoedelijk vele documenten verloren zijn gegaan. De lijst met klachten van de bewoners tegen de gemeente werd nog groter. Tijdens de inleidende presentatie van de aanbieding van het zwartboek werd tevens gezegd dat Zaanstad na de bewoners lang in onzekerheid te hebben laten zitten, ze nu sommeert bouwvergunningen aan te vragen volgens de norm van het nieuwe bestemmingsplan voor opstallen die vaak al tientallen jaren bestaan. Als je Krommeniedijk bezoekt, valt je meteen de landelijke rust en natuur op. Het is een bijzonder vredig landschap. ‘Je vraagt je dan ook al snel af hoe ontstaat een dergelijke onrust in een rustieke omgeving als Krommeniedijk.
Goudkust
Als je je daar verder in verdiept en de dossiers bestudeert die sommige belanghebbenden hebben opgebouwd, wordt het je langzamerhand wel duidelijk. Krommeniedijk moet de goudkust van de Zaanstreek worden en dat veroorzaakt” €-tekens” in de ogen van op winstbejag uit zijnde personen en organisaties. Puur individuele materialistische beweegredenen, waarbij het algemeen belang naar de achtergrond verdwijnt. Ziet u de uilen al vliegen?
De bewoners sloegen terug met o.a. het eerder genoemde en onthullende zwartboek, waardoor nu de gemeente de beschaamde partij is geworden. Ja, het spreekwoord zegt het al, wie kaatst, moet de bal verwachten. De bewoners van Krommeniedijk hebben bijvoorbeeld geen goed woord over voor de burgemeester van Zaanstad, Geke Faber, die ze regentesk, arrogant en gevoelloos handelen verwijten. Al deze zaken kwamen aan de orde bij een bijeenkomst in het dorpshuis van Krommeniedijk georganiseerd door de Bewonerscommissie Krommeniedijk op zaterdag 30 januari2010.
Nu naar het verhaal van deze week. De problematiek daarvan wordt goed beschreven in de eerder genoemde brief van de heer J.J. Visser uit Krommeniedijk aan de raadsleden. Deze brief kunt u vinden op onze website, evenals de artikel 51 vragen die een aantal raadsfracties aan het college heeft gesteld.
Behalve dat het college zich door de brief van de heer Visser aan de gemeenteraad geconfronteerd ziet met een onderbouwde beschuldiging over integriteit, kreeg de gemeente Zaanstad ook nog eens oorvijgen van de rechtbank in Haarlem, inzake wanbestuur in Krommeniedijk met betrekking tot onder meer het interpreteren van bestemmingsplannen. Deze uitspraken geven nu weer voor de zoveelste keer aan dat Zaanstad zichzelf juridisch onvoldoende beschermt, hetgeen onnodig geld kost. Wanneer wordt er nu eens structureel ingegrepen op dit gebied. Het betreft hier de zaak van de heer H.J. van Buuren (eiser) tegen de gemeente Zaanstad (verweerder).
In de beschrijving van het procesverloop brengt de rechtbank naar voren dat bij besluit van 30 januari 2008 verweerder geweigerd heeft aan eiser bouwvergunning eerste fase te verlenen voor het bouwen van twee botenloodsen op het perceel ten noorden van de Krommeniedijk 194 te Krommenie. Tegen dit besluit heeft eiser bij brief van 14 februari 2008 bezwaar gemaakt.
Bij besluit van 20 oktober 2008 heeft verweerder dit besluit herroepen en geconstateerd dat de gevraagde bouwvergunning van rechtswege is ontstaan.
Tegen dit besluit heeft de heer R. Wolthuis (Krommeniedijk 194) bij brief van 22 oktober 2008 bezwaar gemaakt.
Bij besluit van 31 maart 2009 heeft verweerder het door eiser tegen het besluit van 30 januari 2008 gemaakte bezwaar ongegrond en het door R. Wolthuis tegen het besluit van 20 oktober 2008 gemaakte bezwaar gegrond verklaard. Verweerder heeft tevens de besluiten van 30 januari en 20 oktober ingetrokken.
Tegen dit besluit heeft eiser bij brief van 12 mei 2009 beroep ingesteld. Bij uitspraak van 16 oktober 2009 heeft de rechtbank het door eiser ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van 31 maart 2009 vernietigd. Tegen deze uitspraak hebben verweerder en eiser hoger beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 18 augustus 2010 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de aangevallen uitspraak bevestigd met verbetering van de gronden.
Bij besluiten van 23 november 2010 heeft verweerder het door eiser tegen het besluit van 30 januari 2008 gemaakte bezwaar ongegrond en het door Wolthuis tegen het besluit van 20 oktober 2008 gemaakte bezwaar gegrond verklaard. Verweerder heeft tevens het besluit van 20 oktober 2008 ingetrokken.
Tegen deze besluiten heeft eiser bij brief van 30 december 2010, aangevuld bij brief van 23 september 2011, beroep ingesteld. Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en een verweerschrift ingediend. De beroepen zijn behandeld ter zitting van 6 oktober 2011.
De beroepen zijn te zitting gezamenlijk behandeld met het beroep van eiser betreffende een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. Bij de behandeling van de zaak had de rechtbank de volgende overwegingen. Ik citeer uit de uitspraak:” Het geschil tussen partijen betreft de bouw van twee botenloodsen op het perceel van eiser ten noorden van de Krommeniedijk 194 te Krommenie. De procedure loopt reeds vanaf 20 november 2007. Inmiddels is niet langer in geschil dat de oprichting van de botenloodsen in strijd is met zowel het tot 29 november 2007 geldende bestemmingsplan “Uitwerkingsplan in hoofdzaak der gemeente Krommenie” als met het thans geldende bestemmingsplan “Krommeniedijk”. Tevens is niet langer in geschil dat d bestemming van het perceel thans “watersportterrein” is.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft bij uitspraak van 18 augustus 2010 in hoger beroep geoordeeld dat verweerder op goede gronden beslist heeft dat bebouwing het perceel van eiser op grond van bestemmingsplanvoorschriften niet is toegestaan maar dat hij niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom hij geweigerd heeft eiser vrijstelling te verlenen. De Afdeling zit geen onderbouwing voor het feit dat eiser wordt tegengeworpen dat zijn bouwplan ongewenst bijdraagt aan verdere verdichting van het bebouwingslint en in die zin strijdig is met het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid ten aanzien van het gebied, waar die omstandigheid niet aan toestemming voor andere bouwplannen in de weg stond. Daarbij verwijst de Afdeling naar de medewerking van verweerder voor het oprichten van veestallen, woningen en garages op percelen waarvoor hetzelfde planologische regime gold en waarbij zich ten tijde van de oprichting eveneens strijd met de toen geldende bestemming “Watersportterrein” voordeed en in het bijzonder ook naar de oprichting en uitbreiding van het metaalbewerkingsbedrijf op het perceel Krommeniedijk 194.
In de opnieuw genomen beslissing op bezwaar heeft verweerde wederom overwogen dat hij niet bereid is om medewerking te verlenen aan een vrijstellingsprocedure voor het bouwplan omdat de door eiser gewenste bebouwing niet past in het rijks, provinciaal en gemeentelijk beleid ten aanzien van het gebied. Met betrekking tot de bouwplannen op nabij gelegen percelen stelt verweerder zich op het standpunt dat Krommeniedijk 192 geen vergelijkbaar geval betreft nu daar – in tegenstelling tot het perceel van eiser – sprake was van reeds bestaande bebouwing welke in het nieuwe bestemmingsplan “Krommeniedijk” mag worden vervangen en uitgebreid. Ook ten aanzien van het perceel Krommeniedijk 194 betreft het, volgens verweerder, een uitbreiding van bestaande bebouwing met een woonhuis en berging. DE bedrijfsfunctie (smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerij en dergelijke) is bovendien positief bestemd in het nieuwe bestemmingsplan “Krommeniedijk” en acht verweerder “passend binnen de algemene toelaatbaarheid”. Het perceel van eiser was ten tijde van aankoop in 1998 onbebouwd en mocht op grond van hert vigerende bestemmingsplan alleen gebruikt worden als watersportterrein. Bebouwing was niet toegestaan. In zoverre is er geen sprake van een vergelijkbaar geval met de percelen waarop reeds bebouwing aanwezig was, aldus verweerder. Het perceel van eiser onderscheidt zich voorts omdat het nabij het natuurmonument Ham en Crommenije is gelegen. Verweerder acht het wenselijk om in deze zone natuurgebied te ontwikkelen. Ten aanzien van het perceel van eiser wordt voorts overeenkomstig het beleid in het Handhavingprogramma 2009 opgetreden. Verweerder concludeert uit het vorengaande dart de bouwvergunning voor de botenloodsen terecht is geweigerd.
Eiser betoogt dat verweerder in de nieuwe beslissing op bezwaar nog steeds onvoldoende gemotiveerd is ingegaan op het standpunt van eiser dat de weigering van een bouwvergunning in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Eiser betoogt voorts dat het door Wolthuis ingediende bezwaar tegen de van rechtswege verleende vergunning ten onrechte is ingediend, zodat moet worden aangenomen dat nog steeds sprake is van een van rechtswege verleende vergunning.
De rechtbank gaat nog drie pagina’s door met overwegingen en komt tenslotte tot de voor Zaanstad vernederende conclusie.: “Uit vorenstaande volgt dat verweerder in het bestreden besluit op geen van de door de Afdeling (Raad van State) in haar uitspraak van 18 augustus 2010 aangegeven punten afdoende antwoord heeft gegeven en dat derhalve op het bezwaar van eiser niet beslist is met inachtneming van die uitspraak. Het bestreden besluit is dan ook wederom in strijd met artikel 7:12 van de Awb en komt voor vernietiging in aanmerking. Aan bespreking van de overige gronden komt de rechtbank daarom niet toe.
Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit moet worden vernietigd.
Nico van den Broek