Column |
05 juni 2011
|
reageer
|
Door Floris Noort, dichtbijredacteur
In vergelijking met twintig jaar geleden zijn wij een stuk digitaler gaan leven. We hebben nog niet helemaal aan de verwachtingen van toen voldaan, want geen auto die zweeft en het huishouden moet ik ook nog altijd zelf doen. Toch kan je stellen dat veel werk- en leefwijzen door de woeste molen der automatisering zijn gegaan, wat niet voor iedereen een gunstige uitkomst heeft. Ik noem bejaarden, gehandicapten en ander soort volk dat door wat voor aandoening dan ook, alledaagse dingen als een hele uitdaging moeten zien.
Veel veranderingen zijn voor hen niet altijd een vooruitgang. Bij aanpassingen wordt vaak gehandeld naar de wens van het grote volk waarbij het soms onvermijdelijk lijkt om daarmee toch een aantal groepen dwars te zitten. Neem als voorbeeld het klassieke pinnen, bij de oude vertrouwde pinautomaat. Deze machine was altijd al vaak aan verandering onderhevig, maar dat was vaak meer van technische aard. Vervelender wordt het als de bank 'modern' gaat denken, het in de bol krijgt en in elk dorp kleiner dan Langedijk alle pinautomaten weghaalt.
De ontwikkelingen op het gebied van pinautomaten gaan ver. Niets is ver genoeg want het maakt ze schijnbaar geen drol uit dat de oude van dagen een kilometer of tien moeten slenteren naar de dichtstbijzijnde flappentap. En om nou voor elke pinbeurt een servicetaxi te gaan bestellen is ook geen financieel sterk idee. En dan is daar strijd nummer twee: het openbaar vervoer. Zo geautomatiseerd als bij het stadsvervoer vind je het nergens. Een aardige vrouwenstem vertelt na elke halte welke halte de volgende is, er hangen schermpjes met informatie over de omgeving en zijn er voldoende zitplaatsen voor een ieder slecht ter been.
Al deze luxe aanpassingen zijn betaald met het geld dat niet is gebruikt om het openbare vervoer in de provincie op te leuken. Dat is namelijk niets meer dan een verzameling slecht geventileerde touringcars die (onder voorbehoud) om het uur de reizigers al schokkend van punt A naar punt B loodst. Zie maar eens met een gigamoderne, elektrische rolstoel een touringcar in te komen. Ik heb het een dapper iemand eens zien proberen. Na de tweede trede schoot een wiel terug het trappetje af, het lichaam van de arme man nam afscheid van de stoel en klapte voorover op het stoffige dashboard van de duffe touringcar.
Ook de stadsbus heeft zijn streken, maar dat ligt vaak meer aan de bestuurder zelf. Zo kwam op een dag een stokoud stel, de heer en mevrouw de Vries, de bus inlopen en wilde mevrouw de Vries haar tasje opendoen om de roze strippenkaart aan de chauffeur te overleggen. Routine als dit voor de buschauffeur schijnbaar is trapte hij het gas alweer een beetje in. Een beetje. Precies op het moment dat de fossiele echtgenoot van mevrouw de Vries even geen grip had op stang of beugel, en als een raket door het gangpad naar achteren werd geschoten. Beleefd als ze waren zeiden ze er niets van en sukkelde de vrouw richting haar man om te kijken of hij niets gebroken had.
Is het inderdaad zo dat er bij grote wijzigingen in het OV moet worden ingespeeld op de voorkeur van de gemiddelde forens en je daarbij geen rekening hoeft te houden met de wat minder digibewusten zoals de heer en mevrouw de Vries? Onder veel veranderingen komen we niet uit, en mensen mogen niet oordelen over een nieuw proces zonder het eerst te hebben geprobeerd. Maar er mogen onder geen enkele voorwaarde groepen worden overgeslagen, en met het oog op de vergrijzing mag er zeker meer aandacht komen voor onder andere de heer en mevrouw de Vries.
Ward de Weerd
Volg mij ook via Twitter: www.twitter.com/WartdeW