AUTO |
12 januari 2012
|
reageer
|
Door de dichtbijredactie, Hans van Sunder ()
In ons derde en laatste deel over de historie van Opel zijn we aanbeland in 1972. Het jaar dat Opel de meest succesvolle Duitse autofabrikant is. De vijfde generatie van de Kadett is de eerste met voorwielaandrijving en een voor die tijd zeer lage luchtweerstand (Cw=0,39).
In de jaren '80 wordt de beperking van emissies een centraal aandachtspunt en Opel is het eerste Duitse bedrijf dat zijn volledige wagenpark uitrust met katalysatoren. In 1991 debuteert het Opel-veiligheidssysteem in de Astra. Het bestaat uit een beschermingssysteem tegen zijdelingse aanrijdingen, profielen in de stoelen en gordelspanners. Met de nieuwe Frontera heeft Opel een voorloper van de SUV-rage. In 1992 opent Opel de poorten van zijn fabriek in Eisenach, op dat ogenblik de modernste fabriek ter wereld. Opel lanceert daarna nog verschillende nieuwe modellen en brengt in 1997 met de Corsa als eerste Europese fabrikant een zuinige driecilinder op de markt. In 1999 maakt de Zafira zijn debuut. Ook viert Opel dat jaar feest: 50 miljoen Opels hebben de fabrieken verlaten. Met de lancering van de Insignia (foto) in 2008 herpositioneert Opel het merk. Het nieuwe vlaggenschip van het merk introduceert een nieuwe merkfilosofie: beeldende kunst ontmoet Duitse precisie. Dat ideeëngoed wordt voortgezet met de onlangs gelanceerde Zafira Tourer en Astra GTC.
Opel en Vauxhall verkopen nu auto's in meer dan 40 landen en bieden aan ongeveer 40.500 personen werk. In 2010 verkocht Opel/Vauxhall meer dan 1,1 miljoen personenauto's en lichte bedrijfswagens. Met de lancering van de elektrische Ampera creëert het merk een nieuw segment in de Europese auto-industrie.