ROTTERDAM - In de dubbele confrontatie met Ajax is FC Twente voorlopig de winnaar. Het elftal van trainer Michel Preud'homme won zondag in een prachtige finale de nationale beker: 3-2. Ajax kan echter in een klap alle teleurstelling doen vergeten, als het volgende week ten koste van FC Twente de landstitel verovert.
Dat neemt niet weg dat de prijs die FC Twente in De Kuip won er een was om in te lijsten. Terugkomen tegen Ajax van een 2-0-achterstand is niet niks. De wedstrijd was vol dramatiek, met enthousiaste fans aan beide kanten en twee elftallen die speelden om te winnen. ,,Niemand hoeft denigrerend te doen over het Nederlands voetbal'', zei de Belg Preud'homme.
Dat FC Twente won, was niet geheel toevallig. Van de vijf prijzen die de club in de loop der jaren veroverde, werden er drie in de laatste twaalf maanden binnengehaald. Eerst de landstitel in Breda van 2010, vervolgens de Johan Cruijff-schaal (in de ArenA tegen Ajax) en nu de beker.
FC Twente had de beker twee keer eerder gewonnen, in 1977 en 2001. Bij die laatste triomf was ook Sander Boschker van de partij. De routinier stond in De Kuip tegen Ajax ook in het doel. Nadat hij zijn basisplaats dit seizoen had verloren aan Nikolai Michailov mocht hij wel in de beker meedoen. ,,Dit is ook de prijs van Sander'', zei Preud'homme, die de routinier met de grote status naar het tweede plan verwees.
Vooral de laatste jaren heeft FC Twente geleerd hoe het topwedstrijden moet winnen. Dit seizoen bijvoorbeeld werd PSV drie keer verslagen. Vaak toonde het elftal in die wedstrijden mentale veerkracht. Op basis daarvan werd ook de confrontatie met Ajax gewonnen. Na veertig minuten stonden de Amsterdammers met 2-0 voor. Weinig clubs zouden in staat zijn zich over een dergelijke tegenslag heen te zetten.
Demy de Zeeuw en Lorenzo Ebecilio scoorden voor Ajax. Vlak voor rust maakte Wout Brama echter de 2-1, iets wat bij Ajax hard aankwam. Vervolgens volgde de enige periode dat de kampioen Ajax echt overklaste, de eerste tien minuten na rust. Het leidde tot de verdiende gelijkmaker, gemaakt door Theo Janssen.
Daarna kon het eigenlijk alle kanten op. Ebecilio trof nog de binnenkant van de paal. De 'breedte' van de bank gaf wellicht toch de doorslag. FC Twente had Marc Janko achter de hand, een vermaard topscorer uit Oostenrijk die de laatste tijd weinig aan spelen toekomt. De invaller forceerde de beslissing. Ajax had in Rotterdam geen echte spits. Misschien was dat wel het grote verschil.