HOORN - In het zevende deel van de serie Coen en zijn tijd lezen we over de tijd die Jan Pieterszoon Coen doorbracht als student in Rome.
Jan Pieterszoon Coen was dertien jaar toen hij begon met zijn opleiding boekhouden in Rome. Voor een Hoornse puber moet Rome een overweldigende stad zijn geweest. In het kleine Hoorn kende iedereen elkaar. Het leven bestond er vooral uit werken. Het geloof was streng en sober. Voor feesten en vrolijkheid was nauwelijks tijd. De calvinistische dominees stonden argwanend tegenover kermis, muziek en dans en probeerden het Sinterklaasfeest te verbieden.
Maar in Rome werden de krachten gebundeld om met alle vertoon van pracht, met een contra-reformatie, verzet te bieden tegen het protestantisme. De immense Sint Pieter was bijna voltooid. Overal stonden kerken en paleizen vol schilderingen en beeldhouwwerk. Op feestdagen werden er kleurige processies gehouden en was de lucht vervuld van klokkengebeier. Uit kerken en kapellen klonk orgelspel en koorzang. In de paleizen en op de pleinen werd gedanst en muziek gemaakt. Toneelspelers, jongleurs en kwakzalvers amuseerden het publiek. Schilders, beeldhouwers, componisten en architecten verzamelden zich in Rome. In Rome werd de barok geboren. Een kunstvorm die streefde naar beweeglijkheid. Een levendigheid die werd bereikt met de vele fonteinen op de pleinen, maar ook in de beelden en schilderijen. Het leek wel of alle grillige vormen uit de natuur werden verwerkt bij het maken en versieren van kerken en paleizen. Daarentegen werd de natuur aan banden gelegd in de tuinen en parken, ontworpen met passer en liniaal.
Hollandse jongelui
In dat Rome uit het begin van de zeventiende eeuw woonden ook Vlaamse en Hollandse jongelui. Ze waren er in de leer bij kunstenaars en kooplui. Uit de verhalen weten we dat velen geheel ten onder gingen in het bruisende leven. Dat was niet het geval met de jonge Coen. Zoals we uit latere brieven van hem weten liet hij het onstuimige leven in Rome aan zich voorbijgaan. Hij wierp zich op de studie van het dubbelboekhouden met een grootboek, een dagboek en een kasboek, een voor die tijd geheel nieuw systeem. Zijn toen verworven kennis over schulden, vorderingen en voorraadbeheersing zou hem later bij het beheren van het wijdvertakte VOC-imperium zeer van pas komen.
Over de auteur, Ruud Spruit
Na vijfentwintig jaar directeur te zijn geweest van het Westfries Museum in Hoorn, is Ruud in 2007 met pensioen gegaan. Hij houdt zich nu bezig met het schrijven van boeken en artikelen, het maken van films en het houden van lezingen. Ruud heeft inmiddels zo’n veertig boeken van allerlei aard op zijn naam staan en honderd documentaires voor onder meer Teleac en de regionale omroepen. Ruud is tientallen malen in Azië geweest voor het maken van tentoonstellingen, het houden van lezingen voor studenten, het maken van programma’s, het schrijven van artikelen.
Klik hier voor deel 1
Klik hier voor deel 2
Klik hier voor deel 3
Klik hier voor deel 4
Klik hier voor deel 5
Klik hier voor deel 6