REGIO |
03 februari 2012
|
reageer
|
Door
vloosen, dichtbij-meeschrijver
ENKHUIZEN - In het jaarboek Steevast 2010 van de Vereniging Oud Enkhuizen verscheen van de hand van doctor Jaap Kerkhoven, beroepshistoricus en lid van de werkgroep cultuurhistorie van de gemeente Enkhuizen, een artikel onder de titel “Historische collectie en stedelijk geheugen”. Een ontluisterend verhaal waaruit blijkt dat erfgoed niet bepaald de belangstelling heeft van het College B&W.
Ook geeft dit lid van de “werkgroep” geen inzicht in grootste plannen van Enkhuizen om tenminste op het niveau te komen van wat zich in de gemeente Hoorn ontwikkelt met de hulp van het Westfries Museum en echte deskundigen van de geschiedenis (zijn die er nog na Brouwer en De Vries bij Oud Enkhuizen). Wanneer Kerkhoven schrijft op bladzij 87: “een jaar nadat de gemeente eeneerste stap had gedaan in de richting van een museum stierf als laatste telg van deze aanzienlijke geslachten in Enkhuizen Margaretha Maria Snouck van Loosen (1807-1885). Haar testament bepaalde dat de papieren en familieportretten moesten worden vebrand en de overige schilderijen verkocht. De vroedschapskussens van de familie kwamen pas ter veiling nadat de familienamen verwijderd waren. Vooral dit detail roept vragen op. De kussens fungeerde in familieverband ongetwijfeld als herinnering aan het illuster voorgeslacht. Buiten die context viel hun reden van bestaan weg. Maar, anders dan bij de portretschilderijen , vallen bij de kussens familiegeschiedenis en stadsgeschiedenis volledig samen. Overdracht aan de stad was geen al te koene gedachte. De vrouw die Enkhuizen zo rijk bedeeld heeft, stond met haar rug naar de stad waar het ging om zulke familiestukken”.
Kijk, met zo'n geleerd lid in de werkgroep kan Enkhuizen niet verwachten dat er ooit nog eens iets goeds staat te gebeuren. Buiten dat de heer Kerkhoven de onzin van zijn geleerde vriend Prof. Ekkart heeft overgekalkt, beledigt hij deze dame tot op het bot. Bij een kleine studie van het aanwezige materiaal zou hij hebben kunnen vaststellen dat zij nooit in haar testament of elders heeft geboden dat de familiepapieren en de familieportretten (die al eeuwen aanwezig waren in de familie) moesten worden verbrand (zie testament op www.jochemvanloosen.nl).
Ook heeft zij geen opdracht gegeven haar inboedel te verkopen. Haar huis moest
blijven zoals zij het heeft achter gelaten. Wanneer de Beheerders van het Snouck van Loosen Fonds het niet nodig geacht hadden om alle herinnering aan
het regentengeslacht Van Loosen uit te bannen en de toekomstige bewoners van het huis bij gebrek aan stand wat armzaliger te huisvesten, dan zou Enkhuizen
vandaag net zo’n mooi huis hebben gehad als de burgers van Dordt. (zie één van mijn vorige artikels).
Jammer mijnheer Kerkhoven,maar de vroedschapskussens van Dirk Semeijn van Loosen liggen nog met volle naam en titel in het Rijksmuseum. En de familieschilderijen geroofd door een familie die zich Semeijns de Vries van Doesburgh noemt mogen in het stadhuis van Enkhuizen hangen op voorwaarde van onderhoud, dat door deze familie niet betaald kan worden. Wist men
in Enkhuizen en in de werkgroep trouwens dat in de bezetting 1940-1945 een SS-officier (uit deze familie) beheerder van deze stichting was?
Dit artikel is voor het laatst aangepast op: 04 februari 2012