Column |
06 juni 2011
|
7
|
Door Leander Mascini, dichtbijredacteur
ALPE D'HUEZ - Met een air van hier naar Melbourne en terug ging ik naar Frankrijk. Ik had mijzelf het leplazerus getraind voor Alpe d’Huez. Wilde hem per se zes keer op één dag beklimmen. En dus ging het roer om. Mijn overtraindheid was een logisch vervolg, een verhaal dat deze kolommen al eerder sierde. Maar goed: afzien, ik dacht dat ik dat wel gedaan had, de afgelopen maanden.
Dat bleek dus niet het geval. De reis, twaalf uur in een auto, viel niet goed. Ik heb de hele weg geslapen, waardoor ik een stijve nek plus stramme spieren opliep. Het uitfietsen daarna, ging de verkeerde kant op: mijn hart sloeg op hol. Met een hartslag van 205 schoot ik over de Franse autowegen. Autowegen ja, fietspaden kennen ze daar niet. Rijden op de vluchtstrook, dat is wat je moet doen. Met gevaar voor eigen leven, want autorijden, dat kunnen die Fransen niet.
Conclusie: die Alpe d’Huez, die zou ik wel eventjes beklimmen. Paar keer de benen rond, en we zijn er. Hoe anders verliep de rit van mijn leven. Want mensen, echt: geloof me maar, een paar keer ’t Kopje van Bloemendaal op en wat heuvels in Vlaanderen en in de Utrechtse Heuvelrug, is echt niet hetzelfde als een berg van de hoogste categorie.
In bocht 19, de tel begint bij 21, aflopend, kreeg ik al kramp in mijn hamstrings. Een bocht of twee later begonnen de kuiten ook te branden. Te wijten aan mijn Spartaanse trainingsmethode, de voorgaande maanden. Eigen schuld dus. Maar niet echt behulpzaam bij deze klim. Weer een bocht later ontstond er een dikke mist, gevolgd door wat hevige regenbuien. En ondertussen schoot ik pedaaltrap na pedaaltrap omhoog. Kilometer voor kilometer, in na een bocht of 11 gehad te hebben: het allerlaagste verzet. Op het befaamde koffiemolentje naar boven dus.
Uiteindelijk bereikte ik de top van de Alp. In mist, regen en sneeuw. Met bevroren handen en voeten. Met kramp in benen, rug en nek. Met een energieniveau dat het nulpunt gepasseerd was, maar wel met een ervaring rijker. Op stukken met een stijgingspercentage van meer dan 10%, was ik gewoon naar boven gereden. Met een torenhoge hartslag en met zwarte vlekken voor mijn ogen had ik de top gehaald. Mijn allereerste Tour de France-col. Ik kan de Alpe d’Huez van mijn lijstje wegstrepen.
Maar het allerbelangrijkste van deze steenkoude dag in juni: ik had afgezien. Pas nu weet ik hoe dat voelt: verslavend. Twee dagen later, ging ik weer.
Leander Mascini
Meer van Leander lezen? Dat kan! En wel hierrrrrrrr.