Column |
30 mei 2011
|
13
|
Door Leander Mascini, dichtbijredacteur
Afgelopen week moest ik voor een onderzoek van een paar uur
naar het ziekenhuis. Jarenlang was ik er niet geweest. Althans: niet voor
mijzelf. En het was dus wel weer eventjes wennen. Want eigenlijk begon mijn
bezoekje aan het Spaarne al thuis.
Er was mij jaren geleden namelijk verteld dat ik mijn witte
plastic ziekenhuiskaart altijd mee moest hebben. Raad eens? Die was ik dus
kwijt. Vind je het heel gek, na een paar jaar en een verhuizing. Na een
ellenlange zoektocht, waarbij het hele huis, en die van mijn ouders overhoop
werden gehaald, had ik dat verrekte ding eindelijk gevonden. Zo blij als een
kind op Sinterklaasavond ging ik de volgende ochtend naar het ziekenhuis. Er
kon niets meer misgaan.
Wat bleek: ik had die kaart niet meer nodig. Ze waren ineens
hip geworden en accepteerden ook een rijbewijs in combinatie met een
ziekenfondskaartje. En laat ik die nou altijd op zak hebben. Een zoektocht,
ontzettend veel rommel en een scheldpartij op mijzelf gericht, waren dus schier
onnodig. Fijn. Met een gerust hart ging ik in de wachtkamer zitten. Er kon
weinig meer mis gaan.
‘Heb je niets te lezen meegenomen?’, vroeg de assistente
lichtelijk verbaasd. Het kan wel even gaan duren hoor. Reken maar dat je hier
nog wel een paar uur zit. Ik voelde de bui al hangen. Zag de wijzers van de
klok al langzaam verschuiven, millimeter voor millimeter. De hele tijd zat ik half
slaperig in de wachtkamer, zonder boek of tijdschrift, maar met een iPhon.
Alhoewel: helaas zonder bewijs.
Het bleek mee te vallen. Heel erg zelfs. Ik schoot van de
echokamer, naar de kamer van de arts, naar de fietskamer. Daar zat ik door mijn
eigen schuld wat langer dan gemiddeld. Stoppen wanneer je het niet meer
volhoudt, zo meldde de zuster mij. Uiteindelijk stopte de computer er zelf maar
mee. Het zat wel goed.
De tijd die ik spendeerde in de wachtkamer vloog ook
voorbij. Ik heb mij kostelijk vermaakt door het gesprek van twee oude mannetjes
mee, danwel af, te luisteren. De discussie ging over de zetelverdeling van de
SGP in de Eerste Kamer.
En nu zit ik dus weer op kantoor. Wachtend op het volgende
uitje. En die komt er. Morgenochtend vroeg moet ik mijn hartkastje inleveren.
Ik kan niet wachten...
Leander Mascini
Meer van Leander lees je hierrrrrrrrrrr.