Column |
22 mei 2011
|
8
|
Door Leander Mascini, dichtbijredacteur
Om de poëtische koe gelijk bij de horens te pakken, begin ik maar even met dit: "If I had a thousand sons, the first human principle I would teach them should be, to forswear thin potations." Komt uit Henry de vierde van William Shakespeare. Wist u niet hè? Ik ook niet.
Het is een goed voorbeeld van het al dan niet terecht ophemelen van menig dode dichters. Met als effect dat veel mensen van dichten het idee hebben dat dit heel erg moeilijk is. Maar als een gemiddelde alcoholist in de trein richting Nijmegen naast me gaat zitten en dezelfde zin in het Nederlands er met veel consumptie uitzwamt, verklaar ik 'm voor gek. Ik wil ook weer niet zeggen dat Shakespeare van vergelijkbaar kaliber is als een gemiddelde alcoholist in de trein naar Nijmegen, maar een leuk en pakkend gedicht schrijven kan eigenlijk iedereen wel. Komt -ie: ik dus ook. Soms op het niveau van een Sinterklaasrijm waarbij degene die 'm krijgt volgend jaar hoopt dat iemand anders zijn lootje te pakken heeft, soms is het beter.
Het eerste euvel waar je tegenaan loopt is het vinden van een geschikt onderwerp. We beginnen even met iets gemakkelijks. Mijn eerste gedicht van vandaag is getiteld 'auto'.
Zoveel auto's op het dek, de boot verlaat de pier.
Ik sta voor niks te zwaaien, want de mijne staat nog hier.
Al zou hij er wel op staan, bedenk ik me nu vlug.
Het is toch een automaat, en komt vanzelf weer terug.
Kijk, veel simpeler dan dit wordt het niet. Het is de basis, en vanuit hier gaan we verder. Veruit het meest gehanteerde onderwerp voor gedichten is de liefde. Ook populair zijn de gedichten ter nagedachtenis aan een overledene, ook wel lijkdichten. Om het niet al te droevig te maken sla ik dat laatste even over. Het volgende gedicht gaat dus over de romantiek en heet 'Adrie'.
Ik tref altijd van die boeren, riep zijn vrouw verwend.
Hij wil nergens meer in roeren, behalve in cement.
Adrie voelt zich meer een buur, en ziet ineens het licht.
Zijn vrouwlief zit nu in een muur, het laatste gat gedicht.
We moeten snel door, dus gelijk het derde en laatste gedicht erachteraan. Uit de zwaarste categorie ‘alle leed van de wereld’ is hier het gedicht ‘Zakken in de erwtensoep'.
Het leven is een groot bord vol, soms klonten groen van kleur.
Alsof het echte mensen zijn, zwervend in willekeur.
Daar sta je met een tas vol zorgen, geen centjes of beroep.
Blijf toch altijd rechtop staan, als een lepel in de soep.
Tot zover mijn korte betoog over gedichten, gepaard met een aantal voorbeelden uit de praktijk. Voorbeeld volgen mag altijd, houd u vooral niet in.
Ward de Weerd
Volg mij ook via Twitter