Column |
19 mei 2011
|
5
|
Door Leander Mascini, dichtbijredacteur
Een vol hoofd en teveel te doen. Een droomhoofd en veel te laten. Ik twijfel. Ouderwetse to-do lijsten maken of gewoon ‘meestormen’ op de orkaan die een debuut met zich meebrengt. Gewone dingen. Gewone dingen doen ook mee. Wassen, strijken, column tikken, honden uitlaten, boodschappen doen, bloemen zaaien.
Gewone dingen verlijmen de bijzondere. Zonder gewone dingen waren bijzondere dingen wankele zielenpoten. Waren bijzondere dingen losstaande pilaren die je zo zou kunnen omduwen. Ik draai een was. Stapel gedroogd goed op een nog grotere stapel. Indrukwekkend gewoon. En ondertussen gaat er iets mis. De cover van de roman is te krap gesneden. Er moest iets mis gaan. Natuurlijk! Dat hoort zo. Goddank geen vette ‘dt’ fout op de achterkant van mijn boeken.
Mijn portretfoto zit te dicht tegen de bovenrand. ‘Te weinig vlees’, zegt de ontwerper. ‘Heb jij over het hoofd gezien,’ zegt de drukker. Toegeven, geen hond die het ziet. Behalve als je het weet. Nu weten jullie het ook. Dat scheelt. Weten we het allemaal. Omdat ‘gewoon’ nou eenmaal regel is. Ik bel en mail en zucht en steun. Kunnen we het oplossen? Nee! Uiteindelijk leggen we ons er dus ‘gewoon’ bij neer. Gewoon. Ik vouw een stapel handdoeken. De directeur van de drukkerij belt nog een keer. Hij denkt mee. ‘Bij een 2e druk kunnen ze het voor me oplossen.’ Ah! Een tweede druk?
Ik was nog even bij die eerste 1000 boeken die we willen verkopen. Ondertussen stromen de bestellingen binnen. Ik zie ze langskomen. Een voor een. Knip dode bloemen weg. De honden hebben honger. Ze staren me vragend aan. Wat is die keukenbank eigenlijk hard. Pijn in schouders en nek. Zou moeten mediteren. Als dat kan? Tuurlijk. Hoeveel mensen er komen naar de boekpresentatie 27 mei? Ik maak een lijst. Drank. Da’s 1. Goeie happen waar je geen vette vingers van krijgt. De boekhandelaar zal me dankbaar zijn. En muziek! Een piano? In de zaak? Kan dat dan?
Oh, da’s een briljant idee. Mijn zoon achter de toetsen. Hij heeft het! In de vingers. Dat durf ik best hardop te zeggen. Omdat het zo is. Passie zit er in die kleine donder. Hij speelt met zijn ogen dicht. Soms. En laat het van binnenuit komen. Gewoon. Ik moet mijn auto laten nakijken. Hij hapert als ik wegrijd. Dat gaat binnenkort fout. Behalve als ik bij de garage sta. Dan draait ‘ie onschuldig zijn fraaiste motorgeluid en is er opeens niks aan de hand. Blije eikel. Die auto van mij. Mij een beetje schrik aanjagen. Ik praat tegen ‘m. Jij gaat mij niet stil zetten hier. Niet nu! Godvrmm.
Hij gehoorzaamt. Nog een paar keer en dan lacht hij. Vast. Een vol hoofd en teveel te doen. Ik laat me zakken in een heet bad vol schuim. Er duiken twee kinderen bij. Het bad stroomt over. Mijn hoofd ook.
Katja Gebbink