Column |
17 mei 2011
|
39
|
Door Leander Mascini, dichtbijredacteur
Terwijl Amsterdam langzaam ontwaakt uit de warme roes van het kampioenschap van Ajax, neemt het reguliere leven weer bezit van de beslommeringen van alledag. Na een week vol hysterie, interviews met eenieder die maar wat wilde zeggen over de clash tussen Ajax en Twente en de haast onuitputtelijke stroom van voorbeschouwingen is het weer tijd om ons druk te maken over zaken die er daadwerkelijk toe doen, zoals het chronisch gebrek aan respect voor autoriteiten in ons land bijvoorbeeld.
Zo was daar de groep jongemannen die afgelopen zaterdagnacht besloot gezamenlijk een fiets te ontdoen van haar oorspronkelijke vorm en functie. Een agent sprak de heren hier vervolgens op aan. Deze bemoeienis van de politieagent pikten de heren echter niet en zij duwden de beste man daarom, waarschijnlijk onder invloed van alles wat God verboden heeft, hardhandig terug in zijn busje. De agent voelde zich, doordat hij in zijn eentje geconfronteerd werd met een grote groep agressieve mannen, in het nauw gedreven en handelde dienovereenkomstig; hij trok zijn dienstwapen, haalde de trekker over en beroofde een van de groepsleden onbedoeld van zijn nog zo prille leven.
Alle verschrikkelijke consequenties van deze dramatische gebeurtenissen voor alle betrokkenen ten spijt; wat bezielt een dergelijke groep mannen om zich zo tegen een agent te keren? Hoe kan een dergelijk ligt vergrijp als het slopen van een fiets in luttele seconden leiden tot een agressief en bloederig tafereel waarbij iemand het met zijn nog zo prille leven moet bekopen?
In mijn optiek heeft dit vooral te maken met het gebrek aan respect voor autoriteiten en de uitdragers daarvan binnen onze samenleving. Door het jarenlange beleid van gedogen en pappen en nathouden, enkele ex-politiemannen vertelden me onlangs dat zij van hun meerderen tot vermoeienis toe te horen kregen toch vooral de dialoog te blijven aangaan en niet fysiek te worden tegenover verdachten om zodoende escalatie te voorkomen, hebben velen in ons land het idee gekregen dat er ruimte is voor insubordinatie van instructies van een ambtenaar in functie. Met bovenstaande onthutsende voorvallen als verschrikkelijk gevolg.
Gelukkig gaat men bij de verschillende politiekorpsen in ons land langzaam maar zeker over tot het zogenoemde ‘lik-op-stuk’ beleid; doen wat er gezegd wordt wanneer een ambtenaar in functie een burger iets opdraagt anders zijn de gevolgen voor eigen rekening. Dat de hoogte van deze rekening zelfs het laten van het eigen leven kan zijn, is dan ook de verantwoordelijkheid van de persoon die weigert te luisteren naar hen die het gezag dragen en niet voor de gezagdrager. Hoe triest een dergelijk voorval een ieder ook stemt.
Hopelijk leert men van deze les en wordt er in de toekomst respect getoond voor hen die het in mijn ogen, vanwege hun functie en werkzaamheden, meer dan verdienen.
Pim Gillissen