SPORT |
30 januari 2012
|
reageer
|
Door
Joop Oskam, dichtbij-meeschrijver
ROTTERDAM - Half januari is het. Ik heb me zojuist ingeschreven voor de Rotterdam Marathon op 15 april. Snel reken ik uit, nog 13 weken om mezelf optimaal voor te bereiden voor deze Rotterdamse editie. De hoeveelste marathon gaat dit voor mij worden? Als ik de alle gelopen marathons in mijn gedachten laat passeren dan kom ik uit op 12. Twaalf keer eerder stond ik dus aan de start van een marathon, en ik ben niet één keer uitgevallen. Maar nu dus marathon nummer 13!
Zou deze 13e editie voor mij het noodlot brengen? Ja ik weet wel, de angst voor het getal 13 is bijgeloof. Nu ben ik niet bijgelovig, hoewel bijgeloof in de sport op zich niet vreemd is. Maar als de angst voor nr. 13 helemaal onzin is, waarom is er dan geen rij 13 in vliegtuigen? Of waarom hebben hotels en woontorens vaak geen 13e verdieping? Allemaal bijgeloof? Ik begin te twijfelen.
Als ik dit bedenk dan zinkt de moed me in mijn loopschoenen. Kop op, met een goede voorbereiding zal ik het noodlot toch wel voorblijven? Geluk komt niet vanzelf, dat moet je afdwingen. En wat kan er nou allemaal mis gaan als je jezelf goed voorbereid?
Als ik echter terugdenk aan eerdere edities word ik echt onrustig. Ik zie lopers voor me, uitgevallen op brancards met uitdrogingsverschijnselen, of strompelend na een valpartij over tramrails of over de benen van een andere deelnemer.
Wat kan er nog meer misgaan? Kramp in de laatste 10 km...Dramatisch was wat dat betreft de editie van 1998 waarin winnaar Fabián Roncero in de laatste kilometers een wereldrecord verspeelde doordat hij op de Boompjes moest strekken omdat de kramp niet meer te harden was. Te weinig gedronken was de conclusie achteraf. Wel zuur om te weten dat je bij de finish 36 seconden tekort komt voor een wereldrecord, terwijl je 3 km voor de finish een minuutje hebt staan strekken. Toen volgde ik de marathon nog langs de kant als toeschouwer. Twee jaar later in 2000 stond ik zelf aan de start voor mijn eerste marathon. Stijf van de zenuwen, vol adrenaline. Wallen onder mijn ogen omdat ik geen oog dicht had gedaan die nacht voor de start. Emotioneel, met tranen in mijn ogen en helemaal kapot haalde ik die dag mijn eerste medaille.
Eén keer heb ik zelf ervaren wat kramp met je doet. Het was in 2010, de omstandigheden waren goed. Koel loopweer met een graad of 10, zon en wat wolken met iets teveel wind voor een wereldrecord. Patrick Makau kwam toen nog 50 seconden tekort op de tijd van Gebreselassie. Vorig jaar in september brak hij in Berlijn wel het WR met 21 seconden.
Zelf zat ik op een PR schema tot vlak voor het 35 km punt. Eerst nog fris ogend had ik de aanmoedigingen ontvangen van familie en een kus van mijn vrouw op de Boszoom. Plotseling na het A16 viaduct in Prinsenland schoot het in mijn rechterkuit. De finish heb ik gehaald, maar mijn droomtijd kon ik vergeten. Tien minuten verloor ik in die laatste kilometers strekkend tegen lantarenpalen, verkeersborden en een behulpzame toeschouwer. Zonder het enthousiaste Rotterdamse publiek had ik de finish zeker niet gehaald. Elke keer als het moeilijk ging werd ik aangemoedigd om voorzichtig weer te gaan joggen. Van hardlopen was al lang geen sprake meer. Toegejuicht door mijn zus en nichtje op de Blaak kon ik op de Coolsingel zelfs weer een beetje tempo maken. Bij de finish kwam ik 4 minuten tekort op mijn beste tijd gelopen in 2008 in Rotterdam. Goed, van die editie heb ik geleerd dat je ook met koel weer te weinig kan drinken.
Wat kan er nog meer misgaan? Een griepje vlak voor de wedstrijd, of het weer! Als er één onzekere factor is in Rotterdam die veel invloed op de resultaten heeft, dan is dat het weer. Elke editie volg ik de verwachtingen vanaf 14 dagen voor de wedstrijd. Je kan alles verwachten in Rotterdam. April doet wat hij wil is een bekend gezegde en daar is niets van gelogen. Voor Rotterdam train je altijd in de kou, en dan sta je in april aan de start bij zomerse temperaturen. Denk maar aan de editie van 2007, die de organisatie heeft moeten inkorten, omdat het die dag met 27 graden te heet was om een marathon te lopen. Gelukkig deed ik toen niet mee in Rotterdam. Wel stond ik langs de kant en vond het daar zelfs te warm voor. Daar zag ik uitgevallen wedstrijd loper Daniel Yego op de Schiedamsedijk achterop een fiets voorbij komen richting de Coolsingel (foto). Nee voor een marathon was het die zondag echt te heet. Een dagje strand was een beter idee. Was dat ook niet toevallig op de 15e april, net als dit jaar?
Onzekerheden genoeg dus die roet in het eten kunnen gooien. De enige zekerheid vooraf is dat de marathon zwaar zal zijn. Afzien en pijn lijden hoort er bij, dat is de
marathon. Ik ga het lot niet tarten door een scherpe tijd als doel te stellen. Nee, ontspannen starten met een rustig tempo en uitlopen is het doel voor mij op deze 13e marathon.
Twaalf keer eerder liep ik dus een marathon. Zes keer in buitenlandse steden, New York, Berlijn, Stockholm, Parijs, Lissabon en Hamburg. Mooie marathons, maar ik blijf toch graag terugkomen naar mijn geboortestad. Zes keer eerder liep ik in Rotterdam. De 2012 editie is dus mijn 7e Rotterdam Marathon.
En... misschien wel mijn lucky nr. 7 !
Update: Mijn 13e marathon, de 7e keer Rotterdam heb ik een nieuw PR gelopen.
Dit artikel is voor het laatst aangepast op:
16 april 2012