PURMEREND - De bouw van een nieuw stadhuis hield in 1912 de gemoederen flink bezig, vooral omdat de financiële situatie niet erg rooskleurig was. Geld om het stadhuis te verfraaien was er niet. Mede vanwege de viering van het 500-jarig bestaan van Purmerend was de bodem van de gemeentekas in zicht gekomen.
Een paar jaar eerder werd bij Semeins de vereniging Plaatselijk Belang opgericht door een groep vooraanstaande inwoners. Voorzitter was Mr. A.G.A. Ridder van Rappart en het bestuur bestond onder andere uit de heren Brantjes, Smit, Lau, Boot, Jurgens, Oud en Semeins. De contributie bedroeg een gulden, maar werklieden mochten ook lid worden voor vijftig cent.
Een van de doelen van de vereniging was 'Het zoo noodig doen verbeteren van plaatselijke toestanden' en om te beginnen 'den jaardag van H.M. de Koningin te herdenken'. Voor het 500-jarig bestaan van Purmerend wilde de vereniging via giften van de bevolking het gemeentebestuur een monumentale lantaarnpaal op de Kaasmarkt aanbieden. De kosten werden geschat op 1300 gulden en de gemeente zegde een subsidie toe van 300 gulden. De Purmerenders hielden echter de hand op de knip en de lantaarnpaal ging niet door.
Jac. Jongert
Tijdens de bouw van het nieuwe stadhuis kwam het bestuur van Plaatselijk Belang met het idee om in plaats van een monumentale lantaarnpaal een glazen gedenkraam in het nieuwe gebouw aan te bieden. Het had heel wat voeten in de aarde, want een raadslid was ook voorzitter van Plaatselijk Belang en andere raadsleden zagen er niets in. Na lang debatteren stemde men toch in met het voorstel. Er werd een ontwerp en kostenopgave gevraagd aan de architecten Stuijt en Postema, maar Jac. Jongert, leraar aan de Teekenschool, vroeg om ook een ontwerp te mogen indienen. Stuijt was het daar niet mee eens: "alleen de bouwmeester zou iets aan het origine bouwwerk mogen veranderen."
Tijdens de raadsvergadering werden er toch twee tekeningen getoond en begon een levendige discussie. Uiteindelijk koos de raad voor het ontwerp van Jongert, een gekleurd driedelig raamwerk met als onderwerpen: stichting van Purmerend (kerk), schenking der heerlijkheid (slot Purmersteijn) en schenking vee- en jaarmarkt (kaaswaag).Bij het financiële gedeelte ging het weer mis. Het gedenkraam zou ongeveer 500 gulden gaan kosten en de vereniging ging er van uit dat de eerder toegezegde subsidie van 300 gulden, met daarbij 200 gulden uit de eigen kas, de kosten zouden dekken. Enkele raadsleden dachten daar echter anders over: "de subsidie is niet gebruikt, dus vervalt de toezegging".
Maar er kwam toch overeenstemming en zo kon iedereen na de opening van het nieuwe stadhuis het gedenkraam bewonderen.
Alle bezoekers waren enthousiast, maar vereniging Plaatselijk Belang had helaas geen geld meer in kas om dat jaar een 'algemeen kinderfeest' te organiseren op Koninginnedag.