REGIO |
24 december 2010
|
reageer
|
Door de dichtbijredactie, Holland Combinatie (Witte Weekblad)
VOLENDAM - Een icoon tegen wil en dank. Voor de nieuwjaarsbrand moest pastoor Berkhout niet veel van de media hebben. Daarna veranderde dat. Hij was mening dat het verhaal goed verteld moest worden. 'Er mocht geen verkeerde beeldvorming ontstaan. Volendam is een mooi dorp waar hele fijne mensen wonen. Ik heb er zeer goede herinneringen aan. Ik heb erg meegeleefd met alle betrokkenen. En nog steeds. De vraag die ik mezelf vaak stelde was 'hoe komt Volendam hierdoor heen? Na tien jaar blijkt toch wel dat Volendam eigenlijk nu pas toe is aan verwerking.'
Berkhout was 55 jaar toen hij in 1995 naar Volendam kwam. Hij beseft maar al te goed dat Volendam niet zomaar 'n parochie is. 'Ik kijk er enorm positief op terug. De banden waren zeer hecht. Negen jaar lang was het mijn thuis. Het is de parochie waar ik het liefste was.' Toch was hij genoodzaakt afstand te nemen. 'Lichamelijk ging het niet meer. De hoeveelheid werk werd me gewoon te veel. Noem het maar een burn-out. Het bleek dat mijn bloeddruk veel te hoog was. Ik moest 't rustiger aan gaan doen.'
Zo'n tweeënhalf jaar na de brand verliet hij Volendam. In mei 2007 kwam hij in Alkmaar wonen en is met emeritaat. Tot op heden verzorgt hij regelmatig kerkdiensten in Tuitjenhorn. Een bewuste keuze om letterlijk afstand te creëren tussen werk en wonen. In zijn vrije tijd leest hij veel moderne literatuur, luistert hij naar klassieke muziek én naar Pink Floyd.
Herdenkingsdienst
De desastreuze gebeurtenissen van tien jaar geleden hebben hem nooit los gelaten. Pastoor Berkhout onderhoudt tot op de dag van vandaag contacten met ouders van overledenen. Tien jaar na de ramp wordt door de media meer dan ooit aandacht geschonken aan de brand die Volendam voorgoed veranderde. 'En dat is goed, want dit mag nooit vergeten worden. Volendam moet eigenlijk nog beginnen met verwerken. Daarom is de herdenkingsdienst van 1 januari zo belangrijk. Ik ben vereerd dat ik deze dienst mag voorgaan. Ik ben nu bezig met de voorbereiding waardoor ik weer dagelijks terugdenk aan die rampnacht.'
Die bewuste nacht ging pastoor Berkhout om twaalf uur 's nachts naar de pastorie om zelf de klokken te luiden. Even daarna hoorde hij een ambulance op de dijk. 'Ik ben naar bed gegaan en werd wakker van het rinkelen van een telefoon. Omdat ik in diepe slaap was, heb ik niet op tijd op kunnen nemen. Daarna sliep ik erg onrustig.' Uiteindelijk kreeg de pastoor 's morgens om half acht het vreselijke nieuws te horen.
'Wat ik achteraf gezien zo erg vond was dat in die eerste uren de overledenen naar de Grote Kerk in Edam gebracht werden. Er was grote paniek en verwarring op de dijk, op de plek des onheil. Als ze me wakker hadden gemaakt had ik direct de pastorie kunnen openen en hadden de ouders daar wat meer tijd gehad om bij hun kinderen te zijn. Dan was er wat meer warmte geweest. Nu mochten ze hun kinderen identificeren en moesten daarna weer weg.'
Toen de pastoor 's ochtends hoorde dat er al vijf overledenen waren, besefte hij dat er begrafenissen geregeld moesten worden. Pas later die dag kwam hij erachter dat tientallen jongeren gewond in het ziekenhuis lagen. Op eigen initiatief vertrok pastoor Berkhout naar het AMC waar hij in contact kwam met vaders en moeders. 'De droefheid, de spanning in de familiekamer was vreselijk. Een vader vertelde me dat zijn zoon stervende was, een moeder vroeg me of ik wilde bidden voor haar dochter. Oog in oog stond ik met jongeren en ouders die totaal in shock verkeerden. Het enige wat ik op dat moment kon doen, was er gewoon zijn. Luisteren, een arm om iemand heen slaan. Delen in het verdriet.'
Helden
Terug in Volendam was er het bericht van negen overledenen. In de parochie werd een crisiscentrum ingericht. Uit eigen beweging bracht pastoor Berkhout een bezoek aan de brandweerkazerne waar jonge mannen wezenloos rondliepen. 'Stuk voor stuk helden. Ook zij mochten niet vergeten worden.'
Die eerste week waren er tien begrafenissen. 'Ik vond op een bepaalde manier een houding om al die diensten zo goed mogelijk te volbrengen. Iedereen verdiende een persoonlijk afscheid. Als ik eerst maar het eerste woord gezegd had, dan kon ik verder. Daarnaast ging ik veel op huisbezoek. Je kunt je geen voorstelling maken hoe groot het leed was in al die huiskamers. Ik had niet het gevoel dat mensen boos waren op God, ze vonden juist veel steun in hun geloof. Ze begrepen dat dit niet door de wil van God gebeurd was.'
Lotgenoten
Pastoor Berkhout bezocht ook veel jongeren in buitenlandse ziekenhuizen. 'Vooral in België werd ik, ook door artsen en verplegend personeel, hartelijk ontvangen. Ze waren blij dat ik er was. Ook daar heb ik enkele jongens en meisjes bediend en voorzien van het laatste sacrament. Er werd gedacht dat ze het niet zouden halen. Dat was gelukkig niet het geval.' Voor de ouders van de overleden jongeren werd een bijeenkomst belegd in de Volendammer pastorie. 'Een zeer indringende avond. Deze mensen konden daar praten over al hun gevoelens. Ze werden lotgenoten vanuit emotie.'
Over het antwoord op de vraag of hijzelf zijn gevoelens kwijt kon in de periode moet hij even nadenken. 'Ik heb mijn gevoelens opgeslagen. Als je mensen tot steun wil zijn, kun je het niet permitteren om zelf in te storten. Misschien is het achteraf toch de reden geweest van mijn ziek worden. Het klinkt gek: maar ik was blij dat ik er was, dat ik het kon doen. Ik ben er niet voor weggelopen. Ik heb er geen spijt van dat ik naar Volendam ben gekomen, en ook geen spijt dat ik ben weggegaan. Nog steeds heb ik contact met mensen daar. We blijven onlosmakelijk met elkaar verbonden. Je kunt zeggen dat voor alle betrokkenen een dramatisch tijdperk achter de rug is. Wat blijft zijn de emoties.'
Dit artikel is voor het laatst aangepast op: 22 december 2010