REGIO |
29 januari 2012
|
reageer
|
Door de dichtbijredactie (Het Gezinsblad)
WESTBEEMSTER - Veertig jaar na haar bijna-doodervaring komt het autobiografische boek van Henriëtte Peek (65) uit de Beemster, 'Toen ik een vlinder was' uit. 'Ik ben er al jaren mee bezig. Het eerste deel van het boek schreef ik lang geleden. Daarna heb ik het jaren weggelegd, maar in 2010 besloot ik uiteindelijk mijn bijna-doodervaringen via dit boek met anderen te delen.' Met dit uit het hart geschreven en zeer persoonlijke boek helpt Henriëtte kinderen en volwassen beter te begrijpen dat er mensen zijn die contact kunnen hebben met het bewustzijn van dierbare overleden familie, vrienden en dieren.
'Toen ik een vlinder was' gaat over Henriëtte's bijna-doodervaringen en over de gevolgen daarvan in haar verdere leven. 'Toen ik 24 jaar was, acht maanden zwanger van mijn eerste kind, kreeg ik een zeer ernstig auto-ongeluk. Ik raakte in een coma en was voor de buitenwereld bewusteloos. Zelf heb ik deze periode in mijn onderbewustzijn ervaren als een zeer bijzondere reis door een prachtige wereld. Ik voelde me als een arend die deze wereld wilde verkennen en viel van de ene verwondering in de andere. Het was schitterend.'
'Gestoord'
Tot op het moment dat een meisje het pad van Henriëtte kruiste. Ze kende dit kind niet, maar toch kwam ze haar bekend voor (het was haar ongeboren dochter Patricia). 'Ze hield mij staande en liet mij een ziekenhuiskamer zien waar een vrouw met een dikke buik in bed lag, bewusteloos. Ik realiseerde mij helemaal niet dat ìk dat was. Ik had het in deze prachtige wereld erg naar mijn zin, maar het meisje was de reden om terug te gaan omdat ze anders moest opgroeien zonder moeder.Toen ontwaakte ik uit mijn coma.' Henriëtte deelde haar ervaringen met de artsen, maar zij verklaarden haar als 'geestelijk gestoord'. 'Daarom heb ik er heel lang niet over willen praten. Pas 15 jaar later, na het lezen van het boek 'De tunnel en het licht' van Raymond A. Moody, besefte ik wat mij was overkomen.'
Toen haar laatste inwonende kind het huis verliet, besloot Henriëtte haar ervaringen op te schrijven. 'Allereerst puur voor mijzelf om het te kunnen verwerken. Daarna heb ik het nog eens herschreven. Ik wilde het ook begrijpelijk maken voor kinderen. Veel kinderen hebben paranormale gaven en dat kan beangstigend zijn. Ik wil laten zien dat dit niet nodig is. Het boek is ook meteen een leidraad voor ouders over hoe ze om kunnen gaan met hun paranormale kind. Er is niets 'engs' aan een paranormale gave, je moet er mee leren omgaan.'
Na de bewustwording van haar bijna-doodervaring is Henriëtte heel anders in het leven gaan staan. 'Mijn visie op de dood en reïncarnatie is totaal veranderd. Ik ben niet bang meer voor de dood. Beleef alles vanuit de liefde en de natuur, heerlijk. We zijn op aarde om lief te zijn voor elkaar. Ik hoop dat dit boek anderen kan helpen.'