Column |
15 mei 2011
|
1
|
Door Leander Mascini, dichtbijredacteur
Graag alvorens u deze column leest, eerst even uw compact disc speler aanzetten met de digitale naald op Tchaikovsky's Serenade voor violen in C Major, Op. 48. Dat is namelijk de intromuziek voor mijn nieuwste productie: Butterhuizen De Musical. U zou er goed aan doen om tijdens deze column de genoemde muziek erbij te halen, om zo de kern van de musical goed door te krijgen.
Een gemeenschap die zijn eigen musical meer dan verdiend heeft, en ik ga ’t hen geven. Het stuk zelf duurt niet zo bijster lang, met 15 bedrijven van elk een minuut of drie is het een komen en gaan van een variété aan regionale acteurs met elk de allure van iemand die in een dorp woont dat net zo goed een stad had kunnen zijn. De eerste regels van het script zijn nog nat van de inkt, maar toch laat ik u vast met een vinger van cultureel goedkeuren proeven van het taartbeslag waarmee ik straks een dampende publiekstrekker van jewelste ga bakken. De muziek speelt en langzaam schuiven de bordeauxrode gordijnen open terwijl de vriendelijk assisterende theatereigenaar in zijn maatpak enkele laatkomers naar hun stoel weet te begeleiden.
De hoofdrollen zijn voorlopig toegekend aan Anneke Wentelaar en Hennie ten Bongert. Beiden geen onbekende in de wereld van het lokale toneel. De neef van Anneke, Freddie van Bokkelen, wilde ook meedoen maar mocht niet van haar omdat hij bij elke voorstelling tijdens de loterij in de pauze ervan doorgaat met de pakken wijn en de kindershampoo in combiverpakking. Dit gaf zoveel irritatie bij vooral Anneke dat ze hem nul op rekest heeft gegeven. De eerste paar bedrijven van de musical zijn een in totaal 25 minuten lang geschreeuw over en weer en klederdracht. Een waar spektakel. Ik zie de mensen al in rijen gespannen wachten wat er achter het doek tevoorschijn gaat komen. Met de puntige knieën tegen elkaar en in stilte herrie makend welke arm er van de leuning gebruik mag maken.
De openingsscène laat ik over aan Hennie. Met op cassette het nummer Doar Bluit Mien Eerappellaand van Ede Staal schuift Hennie in een moeizaam dicht te houden kamerjas over het podium. Het kartonnen decor geeft in felle kleuren de omgeving weer van een lustrijk platteland, waar Hennie’s karakter zich wanend in een stad het ene probleem na de ander op de hals haalt. Hennie is weliswaar een kneus van het eerste uur, maar daarom gaat deze rol hem ook juist zo goed af. De hele zaal gaat stuk om zijn vernuftige teksten en houterige poses, en alleen rij 1 tot en met 3 krijgt er als cadeautje schuin van onderen de inhoud van de kamerjas bij.
Wat voor rol Anneke krijgt ben ik nog niet helemaal over uit. En waarschijnlijk zullen zij en Hennie ook niet de enige spelers zijn. Ik zoek nog gegadigden voor een incestueuze tongscène die zich afspeelt in een donkere setting op The Sheperds’ Voor Jou. Ook zoek ik nog volk voor het bedrijf dat het verhaal vertelt over een groep afgewezen scoutingkinderen die uit wroeging alle op het podium aanwezige (plastic) pluimveedieren aan stukken knijpt, terwijl Wolter Dassen’s Lepelpolka van vier kanten uit de speakers knalt.
Laat even weten of u wat betreft de inhoud nog leuke ideeën of suggesties heeft, anders kap ik d’r ook mee. Ik moet het natuurlijk wel ergens voor doen, al zou het voor Butterhuizen een leuke opsteker zijn.
Ward de Weerd
Volg mij ook via Twitter: www.twitter.com/WartdeW